Je kunt beter niet onschuldig zijn

In Middelburg is te zien dat overtreding en wellust net zo bij het mishandelde kind horen als klagen en protesteren.

Holland Kindergarten/Japan Bondage: zo'n titel moet drommen mensen naar De Vleeshal in Middelburg trekken. Temeer omdat onder die noemer uitsluitend Nederlandse kunst uit de jaren negentig wordt gepresenteerd. Zo vaak komt het niet voor dat de nationale kunst gekoppeld wordt aan speeltuin en porno, kinderlijfjes en sadisten. Zelfs het Groninger Museum, dat bij voorkeur zijn bezoekersaantallen ophoogt met kunst in een pornografische verpakking, heeft zich aan zoiets nog niet gewaagd.

Maar de hordes blijven thuis, hoogstwaarschijnlijk omdat in Middelburg geen kind gemaltraiteerd wordt. Althans niet direct zichtbaar. Het gaat hier, als we samensteller en kunstcriticus Camiel van Winkel mogen geloven, om psychisch lijden. ,,De tentoonstelling wil iets aan de orde stellen'', schrijft hij, ,,dat – hoewel zeker niet typisch Nederlands – in de jaren negentig onder de oppervlakte van de Nederlandse kunst heeft gebroeid: een deels bevrijdende, deels dwangmatige confrontatie met jeugdtrauma's en kindertaboes.'' Het staat op een los vel papier zonder veel toelichting. Voor een redelijke folder, onmisbaar in deze, verder van alle moderne kunst verstoken provincie, was geen geld.

Waarom Kindergarten?

Dichtbij de entree hangt een groot, breed schilderwerk op papier van Jans Muskee, Goed Vasthouden. We zien precies in het midden van een realistisch geschilderde keuken, voor een aanrecht met omgewassen glazen en kuipjes Bona, een kleuter op een stoel zitten. Hij draagt een rood petje en lacht ons toe, terwijl hij een baby op zijn schoot stevig vasthoudt. Achter hem, op de stenen keukenvloer, liggen zijn ouders, moeder op vader, zijn mond rond haar tepel.

Het kind beseft niet wat er achter zijn rug gebeurt, het is de onschuld zelf, maar wij, die dit alles zien, weten dat hij door dat stel achter hem is gemanipuleerd. Goed Vasthouden is een opdracht die hem zoet moet houden zodat zijn ouders elkaar kunnen pakken. Zijn onschuld is de onschuld van het kind dat in Sinterklaas gelooft. Op een dag zal tot hem doordringen dat hij de enige was die niet wist dat hij bedrogen werd.

Onbedorven

Het kind van Kindergarten is, wanneer we Muskee als uitgangspunt nemen, het gemanipuleerde kind in de mens, het kind dat lijdt. Dat doet het al heel lang, om precies te zijn sinds Jean-Jacques Rousseau in de 18de eeuw zijn pleidooi voor de onbedorven kinderziel schreef, Émile ou de l'éducation maar het wil maar niet wennen. Soms gaan er tijden voorbij waarin je er betrekkelijk weinig over verneemt. De jaren tachtig bijvoorbeeld, maar misschien kwam dat omdat er in de jaren zeventig ongehoord veel nadruk op was gelegd. Toen zwaaide een hele generatie met de boeken van R.D. Laing en Jan Foudraine, zogeheten anti-psychiaters die erop wezen dat `onze huidige beschaving wel eens een gevangenis kon zijn die de mens op de een of andere wijze zichzelf heeft opgelegd'.

De opbouw van die gevangenis begint bij het gezin als ,,de weerspiegeling van de grote sociale orde, de beschaving van de `een-dimensionale mens' die niet alleen de instincten, niet alleen de sexualiteit, maar iedere vorm van transcendentie onderdrukt'' (Laing in The Divided Self). Binnen die micro-samenleving wordt de mens vanaf zijn eerste uur gekneed tot hij `normaal' is, dat wil zeggen tot hij samenvalt met de algemene conventies.

Massale demonstraties tegen `die grote sociale orde' doen zich nu niet meer voor. Het gezamenlijke protest is in de jaren negentig meer een particulier klagen geworden (Robert Hughes spreekt zelfs van een `klaagcultuur') en de kunst is daarin meegegaan. Het dook eerst op bij de nieuwkomers, de vrouwelijke kunstenaars, maar nu staat niemand er meer van te kijken als ook een mannelijke kunstenaar zijn beschadigde ziel blootlegt: Jans Muskee is een man.

Vaak komt daar een forse dosis exhibitionisme bij kijken. Wie wil weten waar Louise Bourgeois haar inspiratie vandaan haalt kan kiezen uit meerdere boeken waarin ze haar jeugdtrauma (een overspelige vader) met foto's en al uit de doeken doet. Bij de Nederlandse kunst ben ik die extreme vorm nog niet tegen gekomen, maar dat is waarschijnlijk een kwestie van beroemdheid.

Voor alsnog stelt Muskee zich uiterst terughoudend op. Je komt van hem niet meer te weten dan dat hij een zeer verfijnd gevoel voor angst en straf heeft ontwikkeld. De kleine zwart/wit tekening Hoek van de kamer doet daar op een beklemmende manier verslag van. De tekening is deels op behangpapier gemaakt en toont niet meer dan een hoek van een kamer waar een wazige, donkere vlek driehoekig in valt. De vlek leeft, onrustig als een schuldgevoel. Hij is iets wat je niet kunt zeggen, maar wel kunt tekenen, tenminste als je Muskee heet: een afdruk van een verstikte huilbui, de schaduw van ingeslikte straf.

De ultieme vorm van straf is schuldgevoel. Iedere opstandigheid is er door gekleurd. Het mag niet en toch doe je het, al was het alleen maar om over het schuldgevoel te kunnen triomferen. Stiekem op de wc roken is zoiets. Op een videotape zit Mascha de Vries op een closetpot, met de rok keurig over de knieën en de tas op schoot. Ze rookt de ene sigaret na de andere, automatisch, zonder aandacht. Waarom zit ze daar? Wat is er met haar? Je komt er niet achter. Geen moment ontstaat tussen haar en wat ze doet de bijzondere intimiteit die zo hoort bij het gestolen moment. Die intimiteit heeft iets egotistisch, iets bezoedelds. En om die bezoedeling, om het lelijke, vuile en onvolmaakte gaat het bij de overtreding. Daarin schuilt het protest. En het genot.

Borduurwerken

Over de anti-maatschappelijke en wellustige aspecten van de overtreding is veel gefilosofeerd, en Berend Strik heeft al herhaaldelijk laten merken dat hij Bataille heeft gelezen. Zijn pornografische borduurwerken drijven de lelijkheid vaak zo op de spits dat ze bijna een anti-esthetisch manifest worden, een pleidooi voor het afstotelijke en uitzinnige als vernieuwend element.

In Middelburg is Strik met wat ingetogener werk present. Deze keer zijn geen chicks uit Penthouse op groot formaat nageborduurd, maar lopen twee in vrolijke jurken geklede meisjes breed lachend temidden van grote, vrij rondzwevende bloemen. Alles in felle kleuren geborduurd op een zandkleurig doek. Pure kitsch, en wel zo erg dat het pijn doet aan je ogen. De onschuld van de meisjes wordt er volstrekt door geperverteerd. En dat moet de bedoeling zijn.

Onschuld is in onze samenleving een geseksualiseerd begrip. Je kunt dan ook maar beter niet al te lang onschuldig zijn. Ik weet niet of kinderen nu sneller dan vroeger hun onschuld verliezen, maar het is niet moeilijk om te zien dat hun belevingswereld dicht grenst aan de wereld van de volwassenen. Daar zorgen tv en reclame wel voor. Inez van Lamsweerde stelde dat enkele jaren terug vlijmscherp aan de orde met foto's waarop hele kleine meisjes via computermanipulaties in ware vamps waren veranderd.

Van Lamsweerde ontbreekt bij Kindergarten, waarschijnlijk omdat haar foto's nu overbekend zijn, maar Liza May Post vult de lacune grandioos op.

Op een van haar grote kleurenfoto's zie je een meisje van een jaar of vier als een imitatie van haar moeder. Haar dure kleding, een beige plissé rok met witte bloes, en dikke Chanel-kettingen en armbanden, contrasteren scherp met de omgeving, een half verrotte houten aanbouw waarvoor een gescheurd zeildoek hangt als een opengeschoven theatergordijn. Het meisje danst in deze verlatenheid woest op een vuile matras en schreeuwt tegen een oud tv-toestel dat voor haar staat, alsof ze in het lege beeld een veel grotere leegte voorvoelt.

De foto's van Post hebben altijd deze half surreële, half decadente sfeer. Het zijn zeer precies opgebouwde ensceneringen waarbinnen de onschuld het onherroepelijk aflegt tegen een geraffineerd soort zelfbewustzijn. De personages, vaak kinderen of half volwassenen, lijken van nature te weten wat de effecten zijn van hun kleding en gedrag. Maar onder hun zelfgenoegzaamheid broeit de vertwijfeling.

De demonische sprookjesfiguren van Thom Puckey passen daar wonderwel bij. Het zijn groen of wit beschilderde bronzen sculpturen waarin diep weggedrukte angsten een vorm hebben gevonden. Angsten die verbonden zijn met lichamelijke intimiteit en isolement, onschuld en wellust, zonde-besef en boetedoening. Penitence bijvoorbeeld is een groene vrouwenfiguur die een puntige kap over haar hoofd draagt zoals boetelingen bij rooms-katholieke processies. Ze zit gehurkt en draagt de vreemde, losse hand die haar in het kruis grijpt als een hond zijn halsband.

Met Puckey is Holland Kindergarten ook Japan Bondage geworden. Zijn figuren zijn beelden van een masochistisch universum zoals ook de naakte vrouwen dat zijn die in het Japanse pornografische tijdschrift Japan Bondage met touwen worden vastgebonden, ingesnoerd en opgehangen. Het zijn de dragers van onbegrepen gevoelens die een uitweg zoeken, projecties van wat als vreemd en anders wordt ervaren. In die zin zijn ze sterk en machtig, symbolen van een aan banden gelegde geest.

De depressie, want daar kunnen we onderhand wel van spreken, neemt nog toe bij Harm Hajonides. Hij heeft een videotape gemaakt waarop een man met zijn bovenlichaam vastgebonden, voorover ligt op een laag, vierwielig karretje. De man heeft een blauwe helm op en dat is maar goed ook want door het gespartel van zijn benen draait het karretje rond en botst voortdurend tegen muren aan.

Ik moest erbij aan een vroeg videowerk van Matthew Barney denken waarbij Barney, slechts gekleed in de tuigage van een bergbeklimmer, tegen muren en plafonds opklautert, zoekend en tastend als een mier in een grasveld.

Hajonides evenaart Barney niet. De Amerikaan wist het claustrofobische dwalen van de geest voor te stellen als een fysieke beleving die je ademloos volgde. Hier weet je al na een paar minuten hoe het ermee staat. De schouderhoge, taps toelopende gang die voor de monitor is gebouwd, was direct al overbodig.

Verlaten we de gevangenis bij Aernout Mik? De titel van zijn meterlange, op ooghoogte aan de muur gehangen glazen gang wijst in die richting: Miscellaneous exits for smaller animals. De gang, die ongeveer een meter hoog is, lijkt wel de gang van een miniatuur hotel. Hij telt tientallen deurtjes die half openstaan. Ontsnapping lijkt mogelijk. Ook de witte hoofdkussens die er als de restanten van een kussengevecht in liggen stemmen optimistisch: hier is gerebelleerd. Alleen, voor echte opstandigheid ligt de chaos er toch te netjes bij. Mooi zoals alles eruit ziet, je kijkt met genoegen, en toch ontbreekt er iets fundamenteels: onbehagen. Zonder diep en grondig onbehagen ontsnapt niemand. En zo vallen alle deuren weer dicht.

Holland Kindergarten/Japan Bondage. De Vleeshal, Markt Middelburg. T/m 3 mei. Tel: 0118-652209, email: vleeshal@zeelandnet.nl