IRT-rapport leidt tot boete voor deskundige

Een medewerker van de parlementaire enquêtecommissie die in 1995 en 1996 de zogeheten IRT-affaire onderzocht, prof. H. van de Bunt, moet een boete van 150.000 gulden betalen, omdat hij in het eindrapport ten onrechte de goede naam van een advocaat mr. F. Salomonson, heeft geschaad.

Dit heeft de rechtbank van Arnhem vorige week bepaald. De Tweede Kamer heeft met zorg kennis genomen van de uitspraak, zo deelde een voorlichter vanmiddag mee. De Kamer heeft de landsadvocaat onmiddellijk om advies gevraagd over de mogelijkheden tot hoger beroep, omdat hierbij belangrijke principiële vragen in het geding zijn.

Het gaat daarbij in het bijzonder om de vraag in hoeverre medewerkers persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor hun bijdrage aan de activiteiten van een parlementaire enquêtecommissie.

Prof. van de Bunt, die tevens directeur is van het Wetenschappelijk Onderzoekscentrum (WODC) van het ministerie van Jusititie, was destijds uitgeleend door het departement aan de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden, ook wel aangeduid als de commissie-Van Traa.

Salomonson was naar de rechter gestapt omdat hij van mening was dat hij door Van de Bunt in zijn eer en goede naam was aangetast en daardoor ook de inkomsten van twee commissariaten was misgelopen. Hij had in totaal een miljoen gulden schadevergoeding geëist.

Van de Bunt had - met enkele medewerkers - twee deelrapporten van de commissie-Van Traa voor zijn rekening genomen over de georganiseerde criminaliteit. Daarin kwamen onder andere het witwassen van criminele gelden en de rol van advocaten aan de orde.

Een bedrijfje, het inmiddels ter ziele gegane Text Lite, waarbij Salomonson president-commissaris was, werd daarin met name genoemd.

Hoewel Salomonson zelf niet werd genoemd, waren de passages in de deelrapporten voor de goede verstaander duidelijk genoeg en vescheidene media noemden vervolgens Salomonson ook bij naam in hun berichtgeving.

De rechtbank stelde dat Van de Bunt daarmee het uitgangspunt van de commissie had geschonden, dat in de onderzoeksrapportage verstrekte gegevens niet tot individuele personen konden worden herleid. Bovendien associeerde Van de Bunt Salomonson met verwijtbaar gedrag, zonder dat dit voldoende was aangetoond.