Eert uw vader en uw moeder

Hoeveel afstand een eenvoudig lidwoord teweeg kan brengen, liet Charlotte Mutsaers eens fraai zien in De markiezin (1988). In de korte hoofdstukken gewijd aan de jeugd van haar heldin, voerde ze een ouderpaar op, `Pappa en de moeder' genaamd. De moeder werd in snijdende zinnetjes getypeerd als een kille, jaloerse vrouw. Alle genegenheid ging vanzelf naar de warmbloedige vaderfiguur, die het gevoelige meisje wel op juiste waarde wist te schatten. Een vaag medelijden is me altijd bijgebleven met de moeder, die het wel heel erg af moest leggen tegen de lidwoordloze Pappa met zijn hoofdletter en die zo genadeloos buiten de intieme kring van het opgroeiende meisje werd gehouden. Van Pappa is er maar één, zo meende ik uit Mutsaers naamgeving te begrijpen; de moeder is niet meer dan een nogal akelig exemplaar van de soort.

Zo'n onderscheid maakt Marijke Hilhorst niet in De vader, de moeder & de tijd, waarin zij verslag doet van de lotgevallen van haar familie, in goede en minder goede tijden. Zij schept een zekere afstand door haar inmiddels overleden ouders, Piet en Riek Hilhorst, consequent met `de vader' en `de moeder' aan te duiden, maar overigens spat de liefde voor beiden van elke bladzij van deze familiekroniek. Dat is meteen ook het meest ontwapenende aspect van het in 83 thematische hoofdstukjes opgedeelde boek, dat in de loop van acht jaar stukje bij beetje is ontstaan. Hier en daar heeft het wel eens de neiging om in gebeuzel te vervallen, over verre familie, buren, huisdieren, plaatselijke rituelen en oude ambachten, maar door zijn lichte en blijmoedige toets wekt het geheel toch vooral vertedering. Verwondering ook, over de ouderwetse vanzelfsprekendheid waarmee het fenomeen familie tegemoeg wordt getreden.

Een van de tien geboden lijkt aan de hele onderneming ten grondslag te liggen: eert uw vader en uw moeder. Dat geldt niet alleen voor Marijke, de schrijvende dochter, maar voor alle acht kinderen Hilhorst. Traditionele normen en waarden worden hier geheiligd: trouw, eerlijkheid, zuinigheid, doorzettingsvermogen, vlijt, gastvrijheid, bescheidenheid. Dat zijn zo de burgerdeugden die de kinderen met de paplepel kregen ingegoten en die zij, zo valt uit deze kroniek op te maken, in grote lijnen zijn blijven huldigen. Wat Marijke Hilhorst oproept, in korte, heldere, smakelijk vertelde episodes, is een gelukkige, misschien zelfs wel idyllische jeugd in het ongerepte, Larense dorpsleven. Supermarkten moesten nog uitgevonden worden en ook de golfsport en de luxe appartementenbouw moesten hun bedenkelijke intrede nog doen. Katholieke rituelen (communie, processie, nachtmis) droegen bij aan de onderlinge saamhorigheid. Het genoeglijke familieportret op het omslag (waarop een van de acht kinderen ontbreekt, waarschijnlijk de jongste die toen nog geboren moest worden) versterkt nog eens het idee van die goede oude tijd. Natuurlijk was er ook wel eens wat. De vader was streng, had een geducht ochtendhumeur, was zuinig met complimenten en vond het niet nodig dat zijn dochters doorleerden, wat tot de nodige strubbelingen leidde. Maar in de terugblik overwegen zijn goede eigenschappen, terwijl er op de moeder met haar montere levensinstelling al helemaal niets af te dingen lijkt. `Ze was gul met wat ze had en nooit afgunstig op anderen', zo luidt de liefdevolle slotsom.

`Wij hadden iets `redderigs' thuis', merkt Marijke Hilhorst in een van de episodes op. Zoals de vader als gemeenteraadslid opkwam voor de minder bedeelden en de moeder haar huis gastvrij openstelde voor bleekneusjes en overgebleven familieleden, zo steken de kinderen nog altijd graag een helpende hand uit. `Gul en hartelijk zijn is heerlijk. En redden nog heerlijker. Makkelijk ook, geloof ik. Er hoeft geen keus te worden gemaakt. Redden is een kans die je krijgt.' Daarom is het ook dubbel tragisch dat de ouders, van wie de kinderen deze mooie eigenschap hebben geërfd, uiteindelijk niet te redden blijken. Het is de tand des tijds die de familie-idylle op losse schroeven zet. Vader en moeder Hilhorst, hun leven lang toonbeelden van burgerdeugd als we hun dochter mogen geloven, hadden een prettige, harmonische oude dag dik verdiend. Maar ze worden allebei dement, eerst de moeder, daarna de vader, met alle verwarring van dien. `We zijn al een tijdje gewend aan kaas in de centrifuge of brood in de meterkast', heet het droogjes. Want de dochter heeft veel oog voor de bijkomende, tragikomische details. Voor verjaarstaarten die spoorloos verdwijnen, voor koffiekopjes die door de ontregelde moeder worden weggeruimd voordat men er koffie in heeft kunnen schenken, voor de Nivea die de vader op zijn brood smeert en voor het nieuwe scheerapparaat waarmee hij de muren van het verzorgingstehuis probeert te scheren.

De ouders vallen ten offer aan de tijd. Niet alleen aan de oprakende levenstijd, maar ook aan de veranderende tijdgeest. Geen van hun kinderen, hoe redderig ook van huis uit, blijkt bereid om de dementerende ouders liefdevol in huis op te nemen en te verzorgen tot aan hun dood, zoals dat ooit gebruikelijk was. En dus worden ze, als het thuis echt niet langer gaat, ondergebracht in `het asiel', zoals Brakman bejaardenoorden pleegt te noemen. Na het overlijden van zijn vrouw blijft de vader alleen achter in het verzorgingstehuis. Hartverscheurend is na elk bezoek het moment dat er afscheid van hem genomen moet worden, `het vreselijke moment waarop ik hem niet zal meenemen'.

Het is een, ondanks alle liefde, compassie en humor, huiveringwekkend beeld dat hier wordt geschapen van het menselijk leven. De beloning voor goede werken blijft uit. Op den duur vervaagt elke Pappa en elke Mamma tot het verwisselbare type van `de vader' en `de moeder', van steeds grotere afstand gadegeslagen door het langzaam verwezende kind.

Marijke Hilhorst: De vader, de moeder & de tijd.

Meulenhoff, 222 blz. ƒ29,90