Een virtuoos spel met licht en donker

Zelden heeft in de schilderkunst een dochter gezegevierd over haar vader. Het lukte Artemisia Gentileschi (1593-1652), die vooral bekendheid verwierf met het bloedstollende schilderij Judith doodt Holofernes. Lange tijd nam haar werk in de kunstgeschiedenis een onopvallende plaats in. Maar een overzicht, ruim tien jaar geleden in Wenen, heeft die verwaarlozing ruimschoots gecompenseerd. Sterker nog, zij bracht het tot `icon' van het Amerikaanse feminisme, van al die vrouwen die zowel de woede van Artemisia als hun eigen wraakgevoelens in het doek van de moorddadige, bijbelse heldin Judith gepersonifieerd zagen. Woede, omdat de schilderes op 16-jarige leeftijd was verkracht door haar Florentijnse leraar Agostino Tassi.

De speelfilm over Artemisia's leven, die volgende maand in Londen in première gaat, heeft in Amerika al voor boze reacties gezorgd. De Franse regisseur Agnès Merlet transformeerde daarin de verkrachting tot een liefdesverhaal rond de vraag `wie is eigenlijk het slachtoffer van wie?'. Hoewel de 17de-eeuwse Artemisia af en toe 20ste-eeuws assertief optreedt, blijft deze geromantiseerde filmrelatie met `the bastard' Tassi een gruwel voor de Amerikaanse vrouwenbeweging, zo meldt het Britse dagblad The Independent.

De National Gallery in Londen laat nu voor het eerst eens zien wat Artemisia's vader Orazio Gentileschi (1563-1639) zoal maakte. De verkrachting van zijn dochter en de daaropvolgende rechtszaak dwongen hem destijds zijn kerkelijke opdrachtgevers in Rome in de steek te laten. Via het Franse hof kwam hij op voorspraak van de Hollandse miniaturist Balthazar Gerbier uiteindelijk in dienst van de Britse koning Charles I, een machtig collectioneur.

De bescheiden tentoonstelling met een tiental grote, bijbelse schilderijen uit vooral Brits, maar ook Iers en Spaans bezit, onthult hoe sterk Gentileschi senior onder invloed stond van zijn vriend Caravaggio en hoe hij, op dreef in Engeland, overstapte op veel minder dramatische, maar niettemin razendknappe kostuumschilderijen. Vooral met de stralende intensiteit van zijn kleuren, het goudachtig geel en diepe koningsblauw, zou hij school maken.

Een mooi voorbeeld van de theatrale setting en het filmische licht-donker-spel waarin Caravaggio excelleerde, is Davids onthoofding van Goliath. Met een afhoudende hand probeert de gevallen gigant het zwaard van het knaapje David nog van zich af te duwen. Tussen hun oranje-rood en grijs-paars getinte kleding valt een lichtbundel op dat wanhopige handgebaar en op de wit geklede schouder van Goliath. Alsof de schilder alvast de plek bescheen waarlangs dat zwaard fataal zou neersuizen.

Gentileschi wist als een van de eersten virtuoos met dat lumineuze effectbejag van Caravaggio om te gaan, maar de Britse hofstijl vroeg toch om meer ingetogenheid. Als `His Majesty's Picture Maker' richtte de schilder zich vooral op het decoreren van Queen's House in Greenwich, de villa van Charles' echtgenote Henrietta Maria, zuster van de Franse koning Louis XIII. Door overschilderingen is het authentieke `muzen'-plafond praktisch verloren gegaan, maar wat bleef uit dit paleisje is onder meer het schilderij Lot en zijn dochters. Vergeleken met een vroegere versie van dit thema is goed te volgen hoe de schilder zijn kleuren intoomde, de gebarentaal van zijn personages bijna hofdame-achtig stileerde en zich – net als de door vorsten zo geliefde Titiaan en Veronese – bekwaamde in het laten welven en glanzen van het duurste brocaat.

Gentileschi zou het aan het Britse hof afleggen tegen de fantasierijke Rubens, die wel eens een enkel detail van de Italiaanse meester in Londen kopieerde. Ook de komst van Anthony van Dyck zal hem niet blij hebben gemaakt. De koning gaf Van Dyck een tweemaal zo hoog jaarinkomen. Maar gelukkig bleef Henrietta Maria in haar `House of Delight' dol op zijn werk. En met reden, want het doek Jozef en de vrouw van Potifar is een spannende compositie van het bijbelse verhaal over een mislukte verleiding: Jozef die bijna hooghartig vanachter een gloeiend rood gordijn nog even omkijkt naar het bed met de boze, halfnaakte vrouw van zijn meester Potifar. Ze heeft nog net zijn goudokeren mantel in haar handen kunnen grijpen, het valse bewijsstuk waardoor de zo beheerste Jozef alsnog in het gevang zou komen.

Alles aan dit schilderij mag er wezen, maar Charles I had allang andere `continentale' favorieten. Na diens onthoofding in 1649 – tien jaar eerder overleed Gentileschi – raakten deze relatief onbekende werken razendsnel verspreid. Dankzij de National Gallery en de zeer goed verzorgde catalogus weten we nu veel beter van wie Artemisia het vak heeft afgekeken – in elk geval niet van Tassi.

Tentoonstelling: Orazio Gentileschi at the Court of Charles I. Tot 23/5 in de National Gallery, Trafalgar Square, Londen. Geopend: dag. 10-18 uur, wo. 10-19 uur. Catalogus: £9.95.