De hond in opmars

Het toneelstuk van Wim T.Schippers, Going to the Dogs, zou één keer worden opgevoerd, maar de belangstelling was overweldigend zodat het is herhaald. Het is een halve generatie geleden, schat ik. Er zijn lezers die er nooit van hebben gehoord. Daarom nog even een samenvatting. Als het doek op gaat voor het eerste bedrijf, zien we een gezellig ingerichte huiskamer waarin vijf honden, gewone herders. Na een vijf kwartier - het kan ook langer zijn geweest - gaat het doek neer. De hele voorstelling hebben ze zich voorbeeldig gedragen, ze zijn op de bank gaan liggen, hebben op een stoel gezeten, heen en weer gelopen, af en toe wat geblaft, en een van de acteurs heeft een open doekje gekregen toen hij een plasje tegen een tafelpoot deed. Geen van hen heeft zich zich schuldig gemaakt aan circusachtig gedrag, is niet door een hoepel gesprongen, zelfs niet mooi gaan zitten. Hond bleef hond en werd beloond met een ovatie. Er is nog serieus sprake van geweest dat Going to the Dogs naar Broadway zou gaan, daar had het zeker furore gemaakt, maar het is er niet van gekomen. Het kan zijn dat Schippers zijn tijd vooruit was.

De hond is in opmars. Dat is vooral op de televisie te zien. Al zolang de televisie commercieel is, treden honden op in reclame voor hondenvoer - natuurlijk. Zo'n dier krijgt, veronderstel ik, de hele dag geen eten, en dan, terwijl de camera loopt worden de brokken of sappige kluifjes in de bak gedaan en er wordt ingezoomd op de schrokkende hondekop. Bij katten hetzelfde. Bazinnetje of baasje kijkt vertederd glimlachend toe. Om maar meteen tot de clou van dit stukje te komen: de hond is de hond gebleven, en de vertederde glimlach, lippen op elkaar gehouden, onderlip voor de boventanden en de mondhoeken omhoog, is mensendressuur (wat nog iets anders is dan dierendressuur). De hond is echt, het ba(a)zinnet(s)je in haar glimlach, heeft iets van een intrinsieke vervalsing.

Als de televisie door de jaren heen iets wereldwijd heeft veroorzaakt, dan is het vervalst gedrag. Dat is iets anders dan acteren. Een acteur speelt een rol, neemt voor zolang het duurt het karakter en het gedrag van een personage aan en als dat goed gaat, wordt dit personage `echt'. We weten wel dat in het gewone leven de speler een ander mens is, maar op het toneel of voor de camera is hij de vakmens, zo goed dat we even vergeten wie hij buiten de voorstelling is.

In de reclameboodschappen leggen de acteurs er een schepje bovenop. De telefonerende zakenman wordt een karikatuur van gewichtigheid, de vrouw die peinzend een pakje spaghetti uit het schap van de supermarkt kiest idem van zorgzaamheid, een andere die haar pas gewassen haar om zich heen slingert en geheimzinnig glimlacht, idem van zelfingenomen schoonheid. Nouja, zeggen we, het is reclame, en die mensen doen het voor hun brood..

Door de televisie hebben de gewone mensen, de niet-acteurs, zich een aantal sjablones eigen gemaakt met behulp waarvan ze meer datgene bedoelen te zijn dan ze zijn. Valt het nog te begrijpen? De extase van de voetballer na zijn doelpunt, de pauzes in de zinnen van de zorgwerker/opvanger bij het uitleggen van iets verschrikkelijks dat een ander is overkomen, de half geopende glimlachmond en iets te wijde ogen van de therapeut, de omslachtigheden van de deskundige en de gewichtigheden van de fractieleider, allemaal vervalsingen. Wat de acteur in het reclamespotje doet is niet veel anders dan wat niet-acteurs ten beste kunnen geven zodra ze beseffen dat ze 'op de televisie zijn'. De wereld ziet mij, ik ben tweehonderd procent van wat ik ben.

De instellingen die onderzoek doen naar de effecten van de reclame, weten er alles van. Het gaat niet om het `aanstoot gevende' maar om het ergerniswekkende. En de noemer van dit totaal is het vervalst gedrag.

Kijkend naar de Amerikaanse televisie begon het me op te vallen, hoeveel honden er in commercials optreden, ook als ze geen brokken hoeven te eten. De baas komt thuis in zijn nieuwe auto, wordt meteen besprongen door zijn hond. De bazin heeft een opgeblazen gevoel, haar hond is er triest van; ze neemt Deflate en de hond kikkert er zichtbaar van op. Op een avond heb ik in de commercials tussen het nieuws 21 honden zien optreden zonder dat er van brokken sprake was.

Het lijkt me niet toevallig. Alles wordt onderzocht, en zo heeft men ontdekt of intuïtief begrepen dat door een hond te laten verschijnen, de vervalsingen van de mens tenminste enigszins worden gecompenseerd. Een hond kan niet liegen of vervalsen of eerlijk zijn. De hond is er zonder meer, en deze eenvoudigste aanwezigheid deelt hij aan de commerciele voorstelling mee.

Een mens kan het ook, maar alleen als hij niet aan een camera denkt. De gezichten van mensen in de menigte op straat zijn onvervalst. Let op hun ogen. Die van de meesten kijken nergens naar, of in een niets waar geen reden tot uitzinnigheid, enorme blijheid, extase te bespeuren valt. In onbewaakte ogenblikken zijn ze onvervalst, als honden. Maar daarmee kunnen ze als mensen niets verkopen.