De hele catastrofe in één grote greep

Tien jaar geleden veroordeelde de Iraanse geestelijk leider ayatollah Khomeiny Salman Rushdie ter dood wegens zijn boek `The Satanic Verses'. In vroom islamitische ogen zou het boek blasfemisch zijn. Vorig jaar probeerde de nieuwe Iraanse geestelijk leider Khamenei dit religieuze vonnis (fatwa) te verzachten.

In de afgelopen jaren is een innige band ontstaan tussen Rushdie en de Ierse band U2. Hoewel nog steeds ondergedoken, verscheen Rushdie in augustus 1993 op een concert van U2 in Londen dat in het teken stond van de oorlog in Bosnië. Sindsdien zijn schrijver en bandleider Bono Vox elkaar niet meer uit het oog verloren.

Dinsdag 13 april presenteren beiden nieuw werk op een nog onbekende locatie nabij New York: Rushdie zijn nieuwe boek `The Ground Beneath Our Feet' en U2 een nieuw album. Rushdie heeft zich voor zijn nieuwe roman nadrukkelijk laten inspireren door de muziek van U2. Eén van de hoofdpersonen in `The Ground Beneath our Feet' is een zanger/componist. Vorig jaar zei Rushdie in een tv-interview te hopen dat de `lyrics', die hij zijn romanfiguur laat schrijven, ooit een keer echt op muziek zouden worden gezet. Dat is nu gebeurd. Door U2.

Muziek kan over bijna niets gaan, zegt Ormus Cama, de charismatische zanger-componist in The Ground Beneath Her Feet: een dunne draad van geluid die als een zilveren haar uit het hoofd van de Muze wordt getrokken. Of over alles wat er is: `tutti, tutti, leven, huwelijk, onderwerelden, aardbevingen, onzekerheden, waarschuwingen, verwijten, reizen, dromen, liefde, de hele rataplan, van hier tot Tokio, de hele catastrofe.'

Die laatste woorden worden hem merkbaar in de mond gelegd door zijn schepper, zijn auteur, want het is een uiterst bondige samenvatting van Salman Rushdies nieuwe, bijna zeshonderd bladzijden dikke roman The Ground Beneath Her Feet.

Tutti, tutti. Rushdie was altijd al een meester van de prozapolyfonie, maar niet eerder bespeelde hij zoveel verschillende registers, klonken zoveel verschillende stemmen en melodieën. Het is waarachtig wereldmuziek die uit The Ground Beneath Her Feet opklinkt: ritmisch, divers, magisch, vol particuliere details en tegelijk alomvattend. De jaren van gedwongen afzondering van de buitenwereld hebben de blik van de schrijver niet vernauwd. Integendeel, Rushdie blijkt zijn geest zo ruim gemaakt te hebben, dat heel de wereld er nu gemakkelijk lijkt in te passen. Alles heeft hij zijn verbeelding binnengetrokken: klassieke mythen en sagen, Indiaas melodrama, legendes uit de popmuziek, populaire biografieën, oud nieuws, roddel, resonerende moderne mediamythen.

Don DeLillo's Underworld uitgezonderd, ken ik geen andere roman van de laatste jaren met zo'n grote, graaiende greep, geen roman waarin zoveel, met zoveel ogenschijnlijk gemak, met zoveel achteloze brille overhoop gehaald wordt. Dit boek wil niets minder zijn dan een parallel universum, een werkelijkheid die lijkt op de onze, waarin we alles herkennen, maar waar alles aan eigen, of liever gezegd, Rushdies wetten gehoorzaamt.

Het begint, hoe kan het anders, in Bombay. Nog voor zijn vorige roman verscheen, The Moor's Last Sigh, sprak Rushdie veelvuldig van een afscheid van de Indiase stad die zijn werk vanaf het begin beheerst heeft. Sinds hij voor de fatwa moest onderduiken, behoorde terugkeer tot de onmogelijkheden. De kans was klein dat hij er ooit nog in vrijheid rond zou lopen. Het India van zijn jonge jaren zou inmiddels onherkenbaar veranderd zijn, verklaarde hij, voorgoed losgekoppeld van zijn verbeelding. De wortels van zijn schrijverschap waren doorgesneden. Maar in de eerste helft van The Ground Beneath Her Feet keert hij opnieuw terug naar zijn stad. Bombay blijft de bron. De geschiedenis van de drie meer dan levensgrote personages die de spil van de roman vormen – de musicus Ormus Cama, zijn muze, de ontembare zangeres Vina Apsara, en de verteller, Umeed Merchant, alias Rai, de eeuwige observerende derde – is innig verstrengeld met die van de stad. Alledrie groeien op in Bombay, alledrie nemen ze min of meer gedwongen voorgoed afscheid van die stad en alledrie verruilen ze India voor Amerika.

Maar dit keer is het ook voor Rushdie een definitief vaarwel. De fotograaf Rai spreekt voor zijn vertrek zijn vaderland toe in een emotionele woordenstroom die rechtstreeks uit het hart van de schrijver zelf moet komen: `India, mijn terra infirma, mijn maalstroom, mijn hoorn des overvloeds, mijn mensen. India, mijn teveelheid, mijn alles tegelijk, mijn Hug-me, mijn fabel, mijn moeder, mijn vader en mijn eerste grote waarheid. Het is mogelijk dat ik je niet waard ben, want ik ben onvolmaakt, ik geef het toe. Mogelijk doorgrond ik niet wat je wordt, wat je misschien al bent, maar ik ben oud genoeg om te zeggen dat deze nieuwe persoonlijkheid van je een wezen is dat ik niet meer wens, of hoef te begrijpen. India, bron van mijn verbeelding, oorsprong van mijn wreedheid, breker van mijn hart. Vaarwel'.

Het werd misschien ook wel tijd. Rai spreekt zijn woorden ongeveer halverwege de roman en tot dan toe heb je je als lezer op vertrouwd terrein bevonden – een beetje te vertrouwd. Er is in die Indiase hoofdstukken te veel dat je herkent uit eerder werk. De excentrieke families, de wonderlijke gebeurtenissen, de komische manier waarop de heftige gevoelens van de personages zich als concrete tics openbaren, heel dat hyperbolisch realisme het is te veel Rushdies handelsmerk geworden om opnieuw te overrompelen, zoals het in Midnight's Children, Shame en ook The Moor's Last Sigh deed.

Niettemin draait Rushdies verbeeldingskracht op volle toeren. Als iets je na lezing van The Ground Beneath Her Feet bij blijft, is het de ontzagwekkende drive van de schrijver, de niet aflatende energie waarmee hij zijn woorden aaneenrijgt, zijn ideeën heen en weer laat schieten als de kogels in een flipperkast. Soms laat zijn motor echter alleen geronk horen en krijgt de barokke vertellerstoon retorische trekken. Brille maakt dan plaats voor krampachtigheid. Zwak aan de roman is het grote aantal herhalingen, de steeds weer terugkerende, net iets anders verwoorde, maar in wezen zelfde mededelingen, die beweging suggereren waar stilstand is. Alsof de schrijver, ondanks zijn hemelbestormende bravoure, zelf niet helemaal overtuigd is.

De kern van het verhaal is simpel: een onmogelijke driehoek. De verteller Rai is het kind van een moeder die het pittoreske Bombay van zijn jeugd zal transformeren tot een stad van betonnen wolkenkrabbers. Zijn vader blijft zijn hele leven lang graven in het verleden van de stad. De spanning tussen die twee, toekomst en verleden, verscheurt hun leven. Het gezin neemt het verweesde, half-Amerikaanse meisje Vina Apsara op, dat verstoten is uit het pleeggezin van de malafide geitenfokker Piloo Doodhwala, omdat ze het heeft aangelegd met de mooie, jonge hartenbreker Ormus Cama. Een ontmoeting in een platenwinkel halverwege de jaren zestig heeft een vonk tussen de twee doen overspringen die de rest van hun leven niet meer gedoofd zal worden en de hele wereld in lichterlaaie zet.

Vina is een beschadigd kind: gedumpt door haar Indiase, homoseksuele vader, als enige ontsnapt aan het Medea-bloedbad dat haar mishandelde Amerikaanse moeder aanricht. Ormus is de in zichzelf verdeelde zoon van het Parsi-echtpaar Sir Darius Xerxes en Lady Spenta Cama: `In hem strijden zijn moeder en zijn vader: Lady Spenta's engelen en mysteriën tegen het apollonische rationalisme waarvan sir Darius zo hoog opgeeft'.

Al met al een typisch Rushdie-gezin: vader een amateur-kamergeleerde die vernietigd wordt door zijn eigen illusies en alcoholistisch zelfbedrog, moeder een mystica, en dan nog twee broers, van wie er een in zijn vroege jeugd door een cricketbal geraakt is – zijn eigen vader gooide hem – en nooit meer een woord uitbrengt, terwijl de ander zich op jonge leeftijd als seriemoordenaar ontpopt en meer dan twintig mensen in een kussen laat stikken. Vader en moeder proberen Ormus aan een engelachtig en rijk meisje te koppelen, maar vanaf het begin staat vast dat Vina zijn aardse en hemelse liefde is. Rai, die net als Ormus hopeloos en levenslang voor de ongrijpbare Vina valt, wordt veroordeeld tot rol van toeschouwer. Hoewel Vina haar hele verdere leven Ormus met hem zal bedriegen, heeft hij geen deel aan hun liefde. Hij krijgt de kruimels.

Die liefde tussen Ormus en Vina is groot, maar niet gelukkig. Na een eerste liefdesnacht in Bombay verdwijnt Vina plotseling voor tien jaar uit Ormus' leven. Ze komt hem pas weer op het spoor, wanneer hij in Engeland zijn eigen stem van zanger-componist heeft gevonden. Als ze belooft over weer tien jaar met hem te trouwen, kiest hij voor een vrijwillig celibaat: hun wereldcarrière met hun band VTO voltrekt zich in kuisheid, dat wil zeggen van Ormus' kant, want Vina is van nature chronisch promiscue.

Uiteindelijk trouwen ze, maar Ormus trekt zich steeds meer in zichzelf terug, als een soort Brian Wilson. Hij wordt geplaagd door visioenen van andere, parallelle werelden, die zich openbaren in de gaten in de zichtbare werkelijkheid. Hij wordt `een onwillige ziener' die beseft dat de grond onder onze voeten almaar onvaster wordt, dat de wereld `niet langer realistisch' is. Onze zekerheden zijn schijn. De grenzen tussen verbeelding en werkelijkheid zijn arbitrair geworden, onze werkelijkheid wordt gevormd door tegenstrijdigheden. In de roman wordt zelfs voortdurend speels gesuggereerd dat de wereld waarin zich de liefde van Ormus en Vina voltrekt een andere is dan de onze, door de talloze feiten die afwijken van de door ons geaccepteerde versie (Elvis heet anders, J.F. Kennedy ontsnapt aan de aanslag in Dallas en Engeland stuurt soldaten naar Vietnam). De `tectonische onverenigbaarheid' die de moderne mens verscheurt, vertaalt zich voor Ormus in de metafoor van de onrustige aarde, die veel meer schokken veroorzaakt dan men wil toegeven. Onzekerheid, niet zekerheid, is de norm.

Die tragische visie krijgt uiteindelijk voor Ormus zijn beslag in het verlies van Vina. Ze verdwijnt spoorloos tijdens een aardbeving in Mexico op Valentijnsdag 1989 (overigens dezelfde dag dat de wereld van Salman Rushdie instortte). Als een moderne Orpheus probeert Ormus haar weer tot leven te wekken, net als de oude Orpheus faalt hij op een tragische manier.

Ik verraad hier niets mee, want Rushdie, of zijn verteller Rai, vertelt dat einde al helemaal aan het begin van The Ground Beneath Her Feet. Het verhaal is bekend, alleen de betekenis ervan niet. De Orpheus-mythe die in allerlei vormen in de roman opduikt, geeft gaandeweg het grote, overheersende thema reliëf: de verbeelding en de liefde als scheppende krachten in een wereld zonder houvast. Ormus' visioen van een `letterlijk uiteengevallen wereld die door de tweelingkrachten muziek en liefde bij elkaar werd gehouden, gered en verlost' blijkt weliswaar niet opgewassen tegen de tragische werkelijkheid. Liefde blijkt uiteindelijk niet sterker dan de dood, en de kunst ook niet. Maar beide geven het vormeloze leven betekenis, maken het draaglijk. Ormus geeft de wereld zijn visioenen en muziek, Vina zet zichzelf schaamteloos voor die wereld te kijk, een almagaam van lady Di en Madonna, een voorbeeld voor anderen in haar richtingloze verscheurdheid: `Professor Vina en Krital-Vina, Heilige Vina en Godslasterlijke Vina, Vina de Junkie en Vegetarische Vina, Feministische Vina en Vina de Seksmachine, Onvruchtbare-Kinderloze-Tragische Vina en Vina Jeugdtrauma-Na-Tragedie, Leidster Vina die een weg baande voor een hele generatie vrouwen en Discipel Vina die Ormus was gaan beschouwen als de Ene die ze altijd had gezocht. (...) En daarom hielden de mensen van haar, weet u nog? Omdat ze zich tot gechargeerd archetype maakte van hun eigen warrige innerlijk maar dan tot het uiterste gedreven, of liever gezegd opgestuwd tot een hoogtepunt, van talent, woordkunst, extravagantie, promiscuïteit, zelfvernietigingsdrang, intellect, hartstocht, leven.' Vina is een stem, letterlijk en figuurlijk.

De fotograaf Rai leert uiteindelijk achter de werkelijkheid van zijn lens kijken. Fervent agnost als hij is, aanhanger van het hier en nu, accepteert hij ten slotte het bestaan van het miraculeuze, van een werkelijkheid achter de zichtbare werkelijkheid. Zo'n `geloof', ontdekt hij, kan bestaan zonder godsdienst: `Ik stond mijzelf het bovennatuurlijke, het transcendente toe omdat, zei ik tegen mezelf, onze liefde voor de metafoor pre-religieus is, ontstaan uit onze behoefte om uit te drukken wat onuitdrukbaar is, onze dromen van andersheid, van meer. Godsdienst kwam en ving de engelen in gelei, bond onze gevleugelde schoonheid aan een boom, nagelde onze vrijheid aan de grond. In deze series probeerde ik het gevoel van het wonderbare terug te halen zonder voor een god door de knieën te hoeven gaan. De god van de verbeelding is de verbeelding. De wet van de verbeelding is alles wat werkt. De wet van de verbeelding is geen universele waarheid, maar de waarheid van het werk, bevochten en gewonnen'.

En, hoe waar is The Ground Beneath Her Feet? Rushdie weet als nooit tevoren zijn grote thema's met zijn fenomenale lichtvoetigheid te verenigen. Er worden talloze spelletjes gespeeld in deze roman, woordspelletjes, naamspelletjes, autobiografische spelletjes, het verhaal zit vol prikkelende verwijzingen naar actualiteiten, er wordt briljant satirisch uitgepakt over de massamedia en de holle cultuur van het mediacommentaar, maar heel die herkenbare wereld wordt moeiteloos getransponeerd en getransformeerd in het universum van de roman. Rushdie schetst een tijdsbeeld zonder in journalistieke beschrijvingen te vervallen, iets wat weinig schrijvers hem zullen nadoen. De roman bewijst bovendien zijn eigen geloof in de kracht van de scheppende verbeelding, de kracht om een chaos van onverenigbaarheden in een symfonie van woorden onder te brengen.

Maar in de kosmische wervelwind die The Ground Beneath Her Feet onmiskenbaar is, zijn de belangrijkste personages vaak vreemd statisch. Te veel kapstok, te weinig tastbare aanwezigheid – terwijl ze wel met heel veel menselijke emoties worden opgezadeld. Het is in zijn talloze beschrijvingen van de liefde tussen Ormus en Vina dat Rushdies woordkunst plotseling aan inflatie onderhevig lijkt, evenals in het uitentreuren beschreven hopeloze smachten van Rai. Het is alsof de mens bezwijkt onder de mythe, het vlees onder het woord. Je gelooft in hun emoties omdat Rushdie dat zegt, niet omdat je het voelt. Wat je ook maar moet aannemen, is de dionysische werking van de rock `n roll van VTO, onvermijdelijk bij romans waarin muziek beschreven wordt – hoewel de virtuoze taal hier veel goed maakt.

Het is dus niet zo gemakkelijk iets eenduidigs te vinden. Dat Rushdie de twee pijlers waar zijn verhaal op rust, liefde en muziek, niet echt gestalte geeft, en dus ook niet echt overeind kan houden, maakt The Ground Beneath Her Feet tot een gemankeerde roman. Maar door de taal, de lef, de oneindige inventiviteit en de geestigheid is The Ground Beneath Her Feet tegelijkertijd ook een roman waar je niet omheen kunt.

Salman Rushdie: The Ground Beneath Her Feet. Jonathan Cape, 575 blz. ƒ48,90

Salman Rushdie: De grond onder haar voeten. Vertaald door Marijke Emeis en René Kurpershoek. Contact, 624 blz. ƒ49,90