Bij de kapper

Vaders en moeders weten wat lekker is. Dat hebben ze geleerd van hun vaders en moeders. Ook lezen ze wel eens een krant waarin staat dat bepaalde dingen lekker zijn. Of ze horen het van de buurvrouw of van iemand anders. Het zijn altijd aardige mensen en leuke kranten die je vertellen van iets wat je ook eens moet proberen. mensen die niet aardig zijn weten daar niets van. Die eten allemaal dingen die niet lekker zijn.

Het kan wel gebeuren dat iemand per ongeluk of voor de grap zegt dat iets niet lekker was. Dat vertellen de andere mensen ook weer door aan elkaar. Ze zeggen dat ze het vies vinden, maar eigenlijk weten ze niet eens hoe het smaakt. Een goed voorbeeld daarvan is koolraap. Tweehonderd jaar geleden at iedereen koolraap en aten ze het graag. Op een gegeven ogenblik heeft iemand een verkeerd klaargemaakte koolraap gegeten en dat verteld aan iemand die hij tegenkwam bij de kapper. Of aan de kapper zelf. Die vertelde het weer aan een volgende klant en zo kwam het dat op een gegeven ogenblik niemand meer koolraap at. Jammer, want het is echt heel lekker.

De koolraap moet eerst worden geschild. Dan snijd je hem in plakken en vervolgens in blokjes. Wel voorzichtig zijn met het grote mes. Met water in de pan en als het water kookt nog twintig minuten doorkoken. Als het goed is wordt de koolraap mooi geel, net blokjes kaas.

Blokjes zonder water, maar wel met een beetje boter en melk of room en zout en peper in de keukenmachine doen en fijnmalen. Klaar. Je hebt nu een heerlijke puree die je eventueel kunt mengen met aardappelpuree. In deze leuke krant heeft ook wel eens gestaan dat je er kaas door kunt doen. Leidse kaas. Je weet wel, met van die zaadjes van komijn erin. Maar wat belangrijker is: wanneer je binnenkort weer bij de kapper zit, vertel hem toch eens dat koolraap echt lekker is!