Anton Geesink

Het door uitgeverij Tirion voor dit najaar aangekondigde boek De reus uit Utrecht over voormalig Olympisch judokampioen Anton Geesink, laat nog op zich wachten. Biograaf Roeland Schweitzer had al een manuscript klaar, maar die tekst was Geesink niet naar de zin.

Geesink en Schweitzer voerden een twintigtal gesprekken voor het boek en het IOC-lid gaf zijn biograaf een honderdtal korte teksten van eigen hand, meestal geschreven na afloop van de hectische vergaderingen met het Nederlandse Olympisch Comité, waarmee Geesink het al jaren aan de stok heeft. Die moesten wat Geesink betreft de kern van het boek worden. ``Het zijn tiradeachtige teksten die hij gebruikte om stoom af te blazen', aldus Schweitzer. ``Meestal waren ze ongedateerd. Vaak was er geen touw aan vast te knopen. Die moesten er wat hem betreft in en verder niets.'

Schweitzers manuscript behandelde echter het hele leven van de judokampioen, vanaf het begin van zijn loopbaan in Utrecht. ``Het was zeker geen negatief verhaal', zegt Schweitzer. ``In de loop van een half jaar samenwerking heb ik juist gemerkt dat Anton weliswaar een lastig persoon kan zijn, maar dat hij gedreven wordt door een ongehoord idealisme voor de sport. Alles wat in het manuscript stond was ook waar, volgens Anton. Hij vond het alleen volslagen oninteressant. Hij wilde een boek waarin hij met iedereen afrekende.'

Bovendien wilde Schweitzer op een aantal punten wederhoor toepassen, wat Geesink allerminst nodig vond. ``De titel van het boek beviel hem ook al niet. Anton wilde dat het Tot hier en niet verder zou heten.' Volgens Schweitzer zijn de schrijver en de ex-judoka met spijt, maar zonder ruzie uit elkaar gegaan. Waarschijnlijk komt Geesink nu met een eigen boek.

Schweitzer probeert De reus van Utrecht bij een andere uitgeverij onder te brengen en dit najaar te publiceren. Er zouden zich al twee belangstellenden hebben gemeld voor de `geobjectiveerde' versie van het boek, maar Schweitzer realiseert zich dat het minder eenvoudig zal zijn daarvan een bestseller te maken. In de oorspronkelijke opzet had Anton natuurlijk via interviews voor veel publiciteit gezorgd. Ik weet niet hoe dat nu gaat.'