SPELREGELS

De essentie van golf is eenvoudig. Een golfbaan bestaat uit 18 holes (speelbanen) die variëren in lengte, vorm en uiterlijk. Het doel is de bal achttien keer vanaf de afslagplaats met zo weinig mogelijk slagen in de hole te krijgen, het met een vlag gemarkeerde ronde gat met een doorsnede van 10,88 cm. Daarvoor heeft de golfer maximaal veertien clubs (stokken) tot zijn beschikking. Na de ronde worden de scores van de achttien afzonderlijke holes bij elkaar opgeteld. Wie het minste aantal slagen heeft gebruikt, is winnaar.

Zo simpel is het eigenlijk, en toch heeft golf meer regels dan welke andere sport ook. Gemiddeld is een golfbaan ongeveer 6.000 meter lang en op de weg die het balletje aflegt kan er van alles gebeuren. Tussen de afslagplaats en de green, het gladgeschoren stuk gras met daarin de hole, bevinden zich hindernissen om het de golfer moeilijk en uitdagend te maken. Natuurlijke hindernissen, zoals bomen, beekjes, vijvers, soms zelfs de zee, en kunstmatig aangelegde hindernissen in de vorm van zandbunkers of waterpartijen.

Zolang de bal constant de gewenste afstand aflegt en kaarsrecht wordt geslagen is er niets aan de hand. Ingewikkelder wordt het als de bal bijvoorbeeld met een enorme plons in een vijver verdwijnt. Dan moet er met een strafslag een nieuwe bal worden gedropt op een vastgestelde plek omdat regel 26-1 in werking treedt, Bal in Waterhindernis, van de Rules of Golf, opgesteld door de Royal and Ancient Golfclub of St Andrews in Schotland en de United States Golf Association.

Die regels gelden ook in Nederland. In 1744 stelde de Honourable Company of Edinburgh Golfers de oorspronkelijke regels van het golf op. De tekst paste op de achterkant van een bierviltje. Het huidige regelboekje telt meer dan 100 bladzijden met 34 hoofdregels en talloze subregels. De regels beogen voor iedere denkbare situatie aan te geven wat de golfer mag of moet doen. Weinig golfers kennen alle regels uit het hoofd. Dat is ook niet nodig. Het regelboekje wordt in de golftas gestopt en kan in geval van nood gedurende het spel worden geraadpleegd.

Enkele begrippen

Birdie Score van één onder par (zie aldaar) op een hole.

Bogey Score van één boven par op een hole.

Caddie Persoon die met de golfer meeloopt, zijn tas met clubs draagt en hem adviezen mag geven.

Duikboot Iemand die bewust een hoge handicap (zie aldaar) houdt om altijd in de prijzen te vallen

Fore Waarschuwingskreet aan andere spelers als ze gevaar dreigen te lopen door een bal geraakt te worden.

Greenfee De kosten voor een rondje golf van 18 holes.

Greenkeeper De `tuinman' van de golfbaan.

Handicap Aantal slagen dat een golfer gemiddeld meer nodig heeft dan par (zie aldaar). Wie op een par-72-baan gemiddeld 92 slagen gebruikt over de 18 holes heeft handicap-20. Door het handicapsysteem kunnen mindere golfers in wedstrijden winnen van betere golfers.

Hole De volle lengte van de baan van tee naar green. Een ronde golf gaat over 18 holes van verschillende lengtes en par. De meeste golfbanen hebben achttien holes, sommige door ruimte- of geldgebrek 9 holes die dan twee keer gespeeld worden. De hole is ook de naam voor het ronde gat waarin de bal moet verdwijnen.

Par Gemiddeld aantal slagen dat een goede golfer nodig heeft om de baan te spelen. De meeste golfbanen hebben een par-72, met vier par-3-holes met een lengte van minder dan 228 meter, tien par-4-holes tussen de 229 en 434 meter en vier par-5-holes van 435 meter of meer. Een goede speler hoort de bal op een par-3-hole in één keer op de green te slaan en heeft dan nog twee slagen om de bal in de hole te slaan en par te maken.

Stance Beginpositie

Swing Zwaai waarmee de bal wordt geslagen.