SCOREKAART

De scorekaart geeft de volgorde en de lengte van de holes aan. Golfbanen hebben verschillende afslagplaatsen (tees). De blauwe tee voor professionals, de meer naar voren (naar de hole) gelegen witte tee voor de gemiddelde clubgolfer, zwart en rood voor dames. De kolom par op de kaart geeft de par per hole aan. De totale par van de 18 holes op deze baan is dus 72. De handicap is het aantal slagen dat een speler meer mag gebruiken dan par. Professionals spelen zonder handicap. De meest gangbare speelvorm is Strokeplay waarbij iedere hole wordt uitgespeeld en iedere slag wordt geteld. Bij dit systeem wordt de volle handicap afgetrokken van de brutoscore. Speler-A heeft handicap 12 en gebruikt voor de 18 holes 84 slagen (= brutoscore). Zij speelt exact haar handicap: 84-12 = 72 (= nettoscore). Om de handicap te verhogen of te verlagen wordt het Stablefordsysteem gebruikt. Hierbij wordt het aantal slagen op een hole omgezet in stablefordpunten. Speler-A krijgt op de holes met stroke index (geeft moeilijkheidsgraad aan) 1 t/m 12 een slag `cadeau' van de baan. Maakt A een score van 4 op hole 1, dan krijgt zij drie punten; twee voor de par en een punt extra omdat de hole stroke index 11 heeft. Gebruikt A vier slagen op hole 2, dan krijgt zij 1 punt omdat de stroke index 15 is en zij niets cadeau krijgt. Bij meer dan 36 stablefordpunten wordt de handicap verlaagd.