Palestijnen ruziën over winst uit heilig schroot

Een Palestijnse zakenman is in een hooglopend conflict gewikkeld met de Waqf, het bestuur van de moslim-heiligdommen in Jeruzalem. De inzet van de ruzie, 50 ton aluminium, mag op het eerste oog weinig met religie te maken hebben – ware het niet dat de aluminium platen eens de Koepel van de Rots in Jeruzalem bedekten, een van de belangrijkste moslim-heiligdommen ter wereld.

In 1995 werd de Koepel gerenoveerd op kosten van wijlen koning Hussein van Jordanië. Er kwam een nieuwe gouden koepel op. De sjeik die op de werkzaamheden toezag, bood via een advertentie in plaatselijke kranten de hele partij overbodig geworden aluminium te koop aan. Osama Odeh kocht het op. Hij maakt er nu in zijn werkplaats in Ramallah `gouden' herinneringsplaquettes van, die hij aan pelgrims en toeristen verkoopt. Maar volgens het hoofd van de Waqf, Adnan Husseini, verrijkt Odeh zich aan het heiligdom. Hij eist in een rechtszaak dat Odeh onmiddellijk ophoudt met het fabriceren van zijn souvenirs.

Dit geschil is een aardig voorbeeld van de aardse uitlopers die religieus bestuur in een stad als Jeruzalem zo vaak heeft. Odeh is de eerste om toe te geven dat het `heilige schroot' hem geen windeieren legt. Maar, zegt hij, wie 50 ton aluminium te koop aanbiedt kan op zijn vingers natellen dat de koper er iets mee gaat doen. De Waqf stelde bovendien geen eisen aan de bestemming van het aluminium. ,,We hebben niet gesproken over wat ik ermee wilde doen'', zegt hij, gekwetst over de aantijging van heiligschennis. ,,Stel je voor dat iemand het had gekocht, het had doorverkocht aan joodse kolonisten, die er op hun beurt souvenirs van hadden gemaakt! En als ik het gewoon als schroot had uitgevent, wat het materiaal van alle spirituele lading had beroofd, hoe had de Waqf dan gereageerd?''

De plaquettes worden nog steeds gemaakt, in Odehs kleine werkplaats op het industrieterrein van Ramallah. Ze hebben echter geen certificaat meer van authenticiteit. Odeh had een deal gesloten met het Hogere Instituut voor Islamitische Archeologie aan de Al-Quds Universiteit in Jeruzalem, om tegen betaling serienummers op elk souvenir te stansen, ten teken dat het echte stukjes oude koepel waren. Maar na 300 exemplaren hield Al-Quds daar plotseling mee op – volgens Odeh onder druk van de Waqf.

De beklaagde houdt vol dat hij met de souvenirs behalve materiële ook religieus-politieke doelen dient: ,,Zij herinneren moslims overal ter wereld aan het belang van de Koepel van de Rots en het islamitische en Arabische erfgoed in Jeruzalem.'' Daarbij was hij, naar eigen zeggen, van begin af aan van plan om een deel van de winst in een speciaal fonds te storten voor het onderhoud van de Koepel en de belendende Al-Aqsa moskee. De gerechtelijke uitspraak wordt spoedig verwacht.