Ongemak over Kosovo

De Tweede Kamer voerde gisteren een debat over Kosovo met minister De Grave (Defensie) in een ongemakkelijke hoofdrol.

Minister De Grave van Defensie praat snel en veel. Gisteren, in een Kamerdebat over de Kosovo-crisis met de fractieleiders, werd hij op de vingers getikt door voorzitter Van Nieuwenhoven: of hij af en toe een punt wilde zetten in zijn woordenstroom, zodat de Kamer ook iets kon terugzeggen.

Vorige week moest hij de NAVO-partners officieel excuus aanbieden, omdat hij op de televisie voor zijn beurt had gepraat over een neergestort Amerikaans toestel. Daarmee had hij de reddingsactie voor de piloot in gevaar kunnen brengen. Afgelopen zondag, voor de radio, sprak hij opnieuw woorden die wenkbrauwen deden fronsen: dat er ,,onvoldoende voorbereidingen'' waren getroffen om de enorme vluchtelingenstromen aan te kunnen en dat dat ,,misschien naïef'' was geweest.

De woorden van de minister roepen eerder vragen op dan dat hij daarmee vragen beantwoordt. Dat was gisteren in de Kamer ook zijn voornaamste probleem. Op een steil betoog van zijn collega van Buitenlandse Zaken Van Aartsen (een grootschalig grondoffensief zal ,,de Balkan in vuur zetten'') liet De Grave een langdurig exposé volgen over mogelijke, beperkte grondoperaties ter ondersteuning van luchtacties. Meer zei hij niet, samengevat. Maar de opwinding onder de fractieleiders De Hoop Scheffer (CDA), De Graaf (D66) en Rosenmöller (GroenLinks) was groot. Zat er licht tussen de opvattingen van de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie? Had de minister van Defensie nieuwe mobilisatieplannen, en zo ja: zou een dergelijk voornemen dan niet expliciet aan de Kamer moeten worden voorgelegd?

Het was, na lang heen en weer praten, de SGP'er Van den Berg die het debat weer op koers bracht. De minister van Defensie had ,,niet verhelderend gesproken'', zo stelde hij vast. Hoe moest hij de minister nu begrijpen? Is een groot offensief van grondtroepen inderdaad niet aan de orde? En moeten minister en Kamer er niet voor waken te vrijmoedig te spreken over militair-tactische opties? De minister knikte instemmend.

Premier Kok voltooide de reddingsoperatie van de minister. Wat zou het jammer zijn als het Kamerdebat zou eindigen in ,,gevoelens van ongemak''. Waarna de premier een volzin uitsprak die de verhoudingen in het kabinet helder weergeeft: ,,De minister van Buitenlandse Zaken heeft aangegeven – en de minister van Defensie voegt zich daarin, omdat dit kabinetsbeleid is – dat de optie van een zeer grootschalige voorbereiding [...] van grondtroepen niet aan de orde is.''

Twee weken geleden was minister Van Aartsen snel met een `wereldprimeur' door in de Kamer het begin van Operation Allied Force aan te kondigen. Collega De Grave was enkele dagen later te snel met het nieuws over de neergehaalde Amerikaanse Stealth. En opnieuw bevond Nederland zich gisteren in de voorste linies door een parlementair debat over Kosovo te laten uitmonden in een gedachtewisseling over grondtroepen, waarover binnen de NAVO nog absoluut geen overeenstemming bestaat.

Minister De Grave waardeerde dit na afloop als kenmerkend voor de charme van de Nederlandse verhoudingen, waarin kabinet en Kamer gezamenlijk optrekken en in alle openheid met elkaar debatteren. PvdA-fractieleider Melkert, die het grootste deel van het debat had gezwegen, zag het anders: ,,We kunnen elkaar hele middagen bezighouden met alle vragen die we kunnen bedenken'', sprak hij, maar ministers moeten zich ,,niet laten verleiden'' uitvoerig te spreken over allerlei militaire eventualiteiten die vervolgens ,,reden geven voor te veel interpretaties''.

Het NAVO-evenwicht is wankel, de publieke opinie is broos en de vijand luistert mee, tenslotte.