Onbeschrijflijke euforie

Golf ontdoet zich van zijn elitaire karakter: de tuttige ruitjesbroek verliest terrein en de nieuwe kampioen uit de Achterafstraat is in aantocht. Maar het moet wel fair blijven.

`KIJK'', ZEGT MIJN GOLFPARTNER, ,,zie je die vos daar op de green?'' We staan stokstil, maar het dier – met een prachtige grijzige staart – kijkt niet op of om. Kennelijk weet hij dat hij van golfers geen gevaar te duchten heeft. Het is zaterdagochtend vroeg, de baan ligt er prachtig bij; in de verte zien we de gestalten van spelers die afslaan op de volgende tee. De loof- en pijnbomen, de struiken, het gras op de fairway en in de rough: je telt zo een tiental nuances groen. Met een beetje geluk zien we straks een ree, en altijd lopen er hazen en fazanten.

Natuur en rust vormen voor vele golfers een van de geneugten van hun sport. `Lekker spelen' in een mooie omgeving betekent een paar uur geen gepieker over werk of een andere dagelijkse beslommering. Het is pure ontspanning in de vorm van concentratie op niets anders dan iedere bal opnieuw – door de keuze van de juiste stok, de juiste stance, de juiste swing, met het juiste ritme – juist dáár terecht te laten komen, waar je hem uit tactische overwegingen had gepland. Als dat lukt, overvalt je een onbeschrijflijk gevoel van euforie.

En als het niet lukt, weet je dat het alleen maar je eigen stomme schuld is. En nooit van degene met wie je speelt, al mag die je niet afleiden. En als hij dat toch doet, moet jij hem daarop attenderen. Dat hoort bij de etiquette, een van de ingrediënten die golf tot zo'n aangenaam spel maken. Etiquette gaat niet alleen aan de echte spelregels vooraf, maar maakt er onderdeel van uit. De veiligheid van medespelers wordt er door gegarandeerd, de baan in goede staat gehouden, en de vaart in het spel. Nodeloos moeten wachten is niet alleen slecht voor je humeur, maar ook voor je concentratie.

Een andere aardigheid van golf is dat je het met zijn tweeën, drieën of vieren kunt doen, en in vrijwel alle weersomstandigheden. En dan natuurlijk het handicapsysteem, waardoor je als minder goede speler, met een hoge handicap, kunt spelen tegen een lage handicapper, van elke leeftijd of sekse, en nog kunt winnen ook. En het unieke bij dit alles is dat je je eigen scheidsrechter bent. Zélf tel je het aantal slagen dat je per hole nodig hebt gehad, en de andere partij gaat er daarbij vanuit dat je dat eerlijk doet.

,,Ik heb altijd gedacht dat golf elitair was'', zegt een collega. ,,Maar nu begrijp ik dat het eigenlijk heel democratisch is.'' Mogen zijn vooroordelen over golf langzaam verdwijnen, bij andere ignoranti hoor je ze nog volop. Wat is daar nou aan, met een stuk hout tegen een balletje slaan? Of: echt iets voor oude mensen, een beetje wandelen in de wei. Of: wat moet je tussen al die rijke stinkerds met tuttige ruitjesbroeken. Waarbij het ballotagesysteem zelden onvermeld wordt gelaten, of de hoge kosten.

,,De discussie over het elitaire karakter van golf is een allang gepasseerd station'', zegt Aak van Steenbergen, voorzitter van Nederlands oudste golfclub, de Koninklijke Haagsche Golf & Country Club. Het is een van de negen zogenoemde oude clubs, die al bestonden voor golf de snelst groeiende sport in Nederland werd. Geballotteerd wordt er wel, zoals op de meeste – oude en nieuwe – golfclubs, waarbij elke vereniging eigen regels voor de toelating van nieuwe leden toepast. Van Steenbergen: ,,Onze ballotagecommissie roept leden in spe op voor een gesprek en vraagt `wat denkt u dat de club voor u zou kunnen betekenen, en wat denkt u voor de club te kunnen betekenen'. Als iemand zou zeggen, `dat versterkt mijn imago', is dat een minder geschikt antwoord.'' Toptennisser Richard Krajicek, een van de vele duizenden nieuwe golfers van de laatste jaren, is lid van de Haagsche. Van Steenbergen: ,,Hij stelde voor een tennisclinic te organiseren. Dat gebeurt nu al een paar jaar met groot succes.''

De Haagsche kent al sinds jaren een `numerus clausus'. Meer dan de huidige 1.250 leden kan de club niet aan; gelukkig zijn er zo'n 300 min of meer slapende leden. Met 450 leden per negen holes kan iedereen regelmatig spelen. Op de Haagsche, en op vele andere clubs, gelden `starttijden', waardoor er op lange dagen, van acht tot vier uur, 192 mensen een rondje kunnen spelen. Een fact of life waar de meeste `oude' golfers inmiddels aan gewend zijn en dat voor nieuwelingen vanzelf spreekt. Op de bonnefooi naar de baan gaan, komt nog maar hoogst zelden voor.

Henk Heyster, directeur van de Nederlandse Golf Federatie (NGF), zegt het woord ballotage niet meer te kunnen horen. ,,Een club mag mensen weren als lid, die ze om welke reden ook niet in hun omgeving willen hebben. Dat is het goede recht van een vereniging.'' En hoe elitair is golf? Heyster: ,,Golf is allang opengegooid. Het halen van een handicap, of een golfvaardigheidsbewijs (GVB) waarmee je overal in Nederland mag spelen, is geen voorrecht meer van een clublid. Iedereen kan aan het spel deelnemen.'' Op het moment zijn er 40.000 zogenoemde witte spelers en 90.000 clubgolfers. Heyster voorziet in 2009 110.000 clubleden en 90.000 `witten'. Die laatsten – die zich niet willen binden aan een vereniging – kunnen op verreweg de meeste particuliere en alle commerciële (open) banen terecht door een greenfee te betalen. Waarbij op sommige clubs een speler ten minste handicap 24 moet hebben. En de kosten? Heyster: ,,Duur hoeft golf niet te zijn, als witte speler hoef je geen hoge entree of contributie te betalen. En de Makro heeft al golfsets te koop van minder dan zeshonderd gulden.''

Tom de Booij, geoloog, bekommert zich met zijn Stichting Democratisering Golfsport en Wetenschap al jaren om de gevaren die de golfsport bedreigen. Na zijn werk op de universiteit werd hij golfprofessional (leraar), met een eigen golfschool. Al in de eerste les brengt hij zijn pupillen, onder wie veel ouderen, de belangrijkste uitgangspunten, veiligheidsregels en egards bij. De manier van slagen tellen en opschrijven voor de ander, `fore!' roepen als je spelers voor je dreigt te raken, wachten tot de greenkeepers zijn gepasseerd die de baan onderhouden. Je medespelers prijzen als zij een goede bal slaan, en zelf niet tieren om een slechte. Op de green niet door de `puttinglijn' van de ander lopen en je kar of tas zo neerzetten dat je meteen kunt doorlopen naar de volgende hole.

,,Dergelijke dingen onderwijzen professionals niet'', zegt De Booij. Volgens hem zou de NGF moeten zorgen voor een betere opleiding. Heyster van de NGF: ,,Samen met de Nederlandse Professionele Golf Associatie hebben wij het Van Swinderen Golfcollege opgericht, met een na- en bijscholing waaraan `oude' golfers lesgeven, die de regels met de paplepel ingegoten hebben gekregen.''

Heyster deelt ook de angst van De Booij niet dat een nieuwe generatie golfers ,,naast zijn schoenen gaat lopen''. De NGF-directeur: ,,Yuppen die het alleen voor de status doen, vallen meteen door de mand en houden ermee op. Die vinden het te veel moeite kosten.'' Daarbij is golf `een karakterspel'. De sport trekt een wissel op een mens, zijn geweten (vals spelen is taboe), zijn incasseringsvermogen. Het is niet iedere yup gegeven elegant op teleurstellingen te reageren.

Volgens De Booij kunnen er niet genoeg spelers komen, ook – zoals in Groot-Brittannië en Ierland – middenstanders en handwerkslieden, mits etiquette en regels in ere worden gehouden. De Booij: ,,Dan zal in 2020 Piet Janszen uit de Achterafstraat in Enschede The British Open winnen.''

Of misschien is die kampioen wel lid van `De Suykerberg', een club in Teteringen, vlakbij Breda. Daar pachtten zes jaar geleden een paar enthousiastelingen, onder wie secretaris Henk Arts, een weiland van een boer en legden er een kleine negen-holesbaan aan. De boer zelf werd een van de eerste leden en binnen een mum van tijd had `de Suykerberg' 400 leden. ,,Uit alle lagen van de bevolking'', vertelt Arts. ,,Bij 450 stellen we een stop in, dan is de lescapaciteit volledig bezet.'' Het plezier waarmee iedereen speelt, de regels in acht houdt, geniet van het buiten zijn, samen de club runt, doet niet onder voor het clubleven van de Haagsche, hoe groot de verschillen ook mogen zijn. De entree in Teteringen bedraagt 125 gulden, de contributie 625 gulden per jaar. In Wassenaar is de entree driemaal de jaarlijkse contributie van 1.430 gulden, gangbare bedragen voor gevestigde 18-holesbanen. Het clubhuis van de Haagsche is groot en chic. In de Suykerberg komen de leden bij elkaar in een soort veredelde keet. De horizon van de Haagsche wordt door geen huis of gebouw ontsierd; de Teteringse baan ligt ingeklemd tussen autowegen en flats.

Van Steenbergen: ,,Honderd jaar geleden was voetbal een elitaire aangelegenheid. In de besturen zaten Engelsen die hier woonden en leden van de Nederlandse adel. Met tennis was het in het begin niet anders. Nu zijn het volkssporten geworden. Met golf zal het net zo gaan.'' De Booij: ,,Als het maar altijd een spelletje blijft, en geen sport waarin het grote geld een rol gaat spelen en de mogelijkheid tot sjoemelen wordt ingebakken. Want zonder fair play is golf geen golf meer. Dan is het leuke eraf.''