Kapitaalcontroles helpen Maleisië

Zes maanden na de invoering van de strenge kapitaalcontroles in Maleisië zijn de kritische stemmen opvallend stil. De doemdenkers die Maleisië een zwarte toekomst voorspelden, kregen geen gelijk.

De regering van Maleisië is voorlopig niet van plan de vorig najaar geïntroduceerde kapitaalcontroles op te heffen. Integendeel zelfs, want volgens de regering hebben de controles voor positieve resultaten gezorgd en bijgedragen aan het herstel van vertrouwen onder het publiek en investeerders in Maleisië.

Plaatsvervangend premier Abdullah Ahmad Badawi zei dit begin deze week in het parlement waar hij de huidige status en de vooruitzichten van de Maleisische economie doornam. Badawi maakte bij die gelegenheid ook bekend dat de regering op korte termijn de rente verder zal verlagen en tegelijkertijd de liquiditeit wil verhogen om zo de economische groei in het land aan te wakkeren.

Tweeëntwintig maanden nadat het land werd getroffen door de Aziatische crisis, gloort in Maleisië voorzichtig het optimisme. En niet alleen de Maleisische overheid is positief gestemd. Ook van buiten komen gunstige geluiden. Zo paste het gerenommeerde kredietwaardigheidsinstituut Standard & Poor's vorige week zijn beoordeling naar boven aan: van `negatief' is Maleisië nu weer `stabiel'.

Bank Negara, de centrale bank van Maleisië, verwacht dat de economie van het land volgend jaar één tot twee procent zal groeien. Vorig jaar kromp de economie met 6,7 procent nadat in 1997 nog een groei van 7,7 procent was geboekt. ,,Als het internationale sentiment gunstig blijft en onze binnenlandse maatregelen goed worden opgepakt, kan ik u verzekeren dat we aan het eind van dit jaar praten over één tot twee procent groei in Maleisië'', zei bankgouverneur Ali Abdul Hassan begin deze maand.

Zijn boodschap zou een half jaar geleden door buitenlandse bedrijven en banken in Maleisië ongetwijfeld met de nodige scepsis zijn begroet. Maleisië had zich op 1 oktober vorig jaar met nieuwe valutaregels tijdelijk afgesloten van de vrije kapitaalmarkten in een poging de veertig procent in waarde gedaalde eigen munt, de ringgit, te beschermen. De valutaregels maakten het land in één klap tot de paria van de internationale financiële wereld en premier Mahathir Mohamad kreeg een storm van kritiek over zich heen. Deze kapitaalcontrole, waarbij de ringgit een vaste koerswaarde kreeg tegenover de Amerikaanse dollar (3,80), zou buitenlandse investeerders massaal afschrikken, het zou een enorme hoeveelheid extra administratie met zich mee brengen en een zwarte markt voor ringgits in de hand werken, zo vreesden velen. ,,De opgelegde controles zullen, indien zij in stand gehouden worden, een erg ongunstig effect hebben op de groeivooruitzichten van Maleisië'', waarschuwde Standard & Poor's.

Maar zes maanden na de invoering van de valutaregels, zijn de kritische stemmen opvallend stil. De doemdenkers die Maleisië een zwarte toekomst voorspelden, hebben geen gelijk gekregen. Maleisië vaart prima op de vaste koers van de ringgit. Door de kapitaalcontroles heeft de centrale bank de rente eindelijk kunnen verlagen zonder dat daardoor miljoenen ringgits het land uitgingen. De lagere rente bracht Maleisische bedrijven bovendien wat lucht omdat zij nu goedkoper geld konden lenen voor afbetaling van hun enorme schulden, ontstaan door de economische crisis die in de zomer van 1997 in Azië uitbrak.

Is daarmee het gelijk van Mahathir en de zijnen bewezen dat kapitaalcontrole dé remedie is om een economische crisis te bezweren? Nee, dat gaat te ver. Bovendien is Maleisië ook nog lang niet uit de problemen, zo bleek weer eens bij de presentatie van de jaarcijfers van Bank Negara. De meest gewettigde conclusie over de controles op dit moment is dat ze Maleisië tijdelijk stabiliteit hebben gegeven. Bedrijven hoeven voorlopig geen rekening te houden met een constant schommelende koers, maar kunnen hun zaken plannen met de vaste wisselkoers van 3,80 ringgit voor een dollar. En dat is velen, zowel Maleisische als internationale investeerders, veel waard.

Op korte termijn, zo concluderen analisten, zijn de valutaregels derhalve een succes te noemen. ,,Maar de meeste investeerders blijven een onzeker gevoel houden bij Maleisië omdat niemand weet wat voor maatregelen Mahathir nog in petto heeft voor de toekomst'', zegt een analist in Singapore. ,,De cruciale vraag is en blijft: what's next?''

Die vraag wordt niet zo maar gesteld, want Maleisië worstelt nog steeds met een aanzienlijke rij problemen. De voornaamste zorg hebben de Maleisische banksector en het bedrijfsleven die snel en veel vers kapitaal nodig hebben. De kapitaalcontroles houden voorlopig echter nog te veel buitenlandse investeerders – en dus het benodigde geld voor de noodzakelijke herstructureringen – weg uit Maleisië. Zo kunnen buitenlanders sinds de introductie van de controles hun op de Maleisische beurs geïnvesteerde geld twaalf maanden lang niet weghalen. Die regel was vooral bedoeld om speculanten, die uit waren op snelle koerswinsten van de Maleisische aandelen- en valutabeurzen, te verjagen. Maar het schrok ook `gewone' beleggers af. Naar schatting 18 miljard dollar aan aandelen en obligaties staat nu vast in Maleisië. Begin februari versoepelde Maleisië de regel in de hoop buitenlandse beleggers te behagen. Via een zogeheten `exit-tax' is het nu mogelijk voor buitenlandse beleggers om, tegen betaling van een fikse premie weliswaar, een deel van hun geïnvesteerde geld tussentijds terug te halen uit Maleisië.

Ook in de bankwereld trachten de autoriteiten nu meer te doen om Maleisië aantrekkelijker te maken voor de buitenlandse investeerder. De bankgouverneur maakte vorige week een serie maatregelen bekend waarmee de centrale bank de controle over het Maleisische banksysteem wil versterken. Zo zal een bankdirecteur voortaan moeten rekenen op een officiële beoordeling van zijn prestaties, waarbij zelfs de kans bestaat dat hij ontslagen wordt als hij onvoldoende presteert. Een van de punten waarop hij beoordeeld zal worden is de groei van het aantal leningen. Die groei moet jaarlijks minstens acht procent bedragen, vindt de centrale bank. De autoriteiten willen via meer leningen de economie nieuw leven inblazen, maar veel analisten en economen zijn juist bang dat er daardoor te veel politieke druk op banken kan ontstaan om leningen af te sluiten.