Jongerenrabbijn

Ik heb het volste begrip voor de reactie van de heer Withagen (NRC Handelsblad, 20 maart) op het interview met mij in deze krant van 13 maart. Zelf zou ik ook geschokt zijn door de claim dat `een geweten' een joodse eigenschap is die vaker voorkomt bij joden dan bij niet-joden. Een dergelijke opvatting zou volgens mij niet alleen onjuist en ongefundeerd zijn, maar ook racistisch.

Wat ik in het interview duidelijk wilde maken is dat zelfs een niet-praktizerende jood nog altijd te herkennen is aan het collectieve `schuldig geweten' dat hij lijkt te hebben, alsof hij verantwoordelijk is voor alle dingen die gedaan worden door iedere denkbare joodse institutie (bijvoorbeeld El Al en de Israelische politiek). De gemiddelde geassimileerde jood heeft niet de kans gekregen om onderscheid te maken tussen het joodse geloof waarin hij gedwongen is geboren – een perfect idealisme gebaseerd op de wil van G'D, waarvoor hij de noodzaak moet voelen het te verdedigen – en alles wat gekritiseerd wordt met betrekking tot joodse instituties, hetgeen in feite niets te maken heeft met dat geloof. Daardoor voelt hij zich aangevallen en onzeker alsof iedereen om hem heen hem op de een of andere manier verantwoordelijk houdt. En daarom heeft hij het `collectieve geweten' waaraan ik refereerde om hem nauwkeurig te omschrijven als een geassimileerde jood.