In buurlanden groeit onzekerheid

De luchtacties van de NAVO leiden in Oost-Europa tot onzekerheid. Oude reflexen leven op.

Naarmate de NAVO-acties voortduren, begint men zich in Oost-Europa steeds ongemakkelijker te voelen. De regeringen steunen de NAVO-acties unaniem. Maar onder de bevolking groeien de vragen. Is dit wat wij willen? Worden we weer speelbal van de grote mogendheden? Waar staan we?

Macedonië bijvoorbeeld, dat letterlijk onder het vluchtelingenprobleem lijkt te bezwijken. Net was het land begonnen aan een democratisch experiment in de vorm van een coalitieregering waarin zowel Macedonische nationalisten als leden van de Albanese minderheid zitten. Het begin van een voorzichtige toenadering in een land dat alleen maar onafhankelijk werd omdat het na de afscheiding van Slovenië en Kroatië in 1991 niet anders kon. Een land dat je eigenlijk nog geen land zou mogen noemen. Waar de inkt waarmee de democratische structuren waren ingetekend nog nat was toen de eerste Amerikaanse militairen al verschenen om in VN-kader toe te zien op `stabiele grenzen'. Een land dat door jan en alleman gebruikt is, en wordt, als uitkijkpost, wachtruimte, voorportaal, achtertuin. Een land dat nu onder druk staat om tienduizenden vluchtelingen op zijn grondgebied toe te laten, zodat de vluchtelingen in de regio kunnen blijven. Dat is wat de buitenwereld wil. Maar de ervaring leert dat vluchtelingen blijven. Ze zullen de etnische verhoudingen (waarin de Albanezen nu ongeveer een kwart van de bevolking uitmaken) ernstig in de war sturen.

Bulgarije wil het zover niet laten komen en neemt er geen Albanees meer bij. Premier Ivan Kostov heeft uitgerekend dat het land de financiële middelen heeft om vijfduizend vluchtelingen een week lang te onderhouden. Meer geld is er gewoon niet, aldus de premier. Van die vijfduizend zijn er al zo'n drieduizend. De overige plaatsen worden opengehouden voor etnische Bulgaren uit Joegoslavië. Kostov waarschuwt nadrukkelijk voor een `export van het conflict door de export van vluchtelingen'.

Intussen krijgt Sofia de ene Westerse hoogwaardigheidsbekleder na de andere op bezoek die komt verzekeren dat Bulgarije toch echt bij het Westers bondgenootschap hoort, ook al is het geen lid van de NAVO. Mooie woorden met weinig gevoel voor de Bulgaarse (of Kosovaarse) werkelijkheid. Want terwijl de regering al haar kaarten op de NAVO zet, zaagt de oppositie van oud-communisten gestaag de poten onder dat beleid uit.

Als president Stojanov bezweert dat de NAVO-vliegtuigen geen gebruik maken van het Bulgaarse luchtruim, weet de oppositie wel een oude generaal tevoorschijn te toveren die `zeker weet' dat de NAVO wel vanuit Bulgarije bombardeert. Volgens de regering is dat propaganda van `Servische spionnen'. Angstige taal van een onzekere regering die moet aanzien hoe de orthodoxe bevolking van Bulgarije steeds massaler achter de Serviërs gaat staan.

Dat geldt ook voor de Roemenen. Zij tonen steeds meer begrip voor hun orthodoxe broeders in Servië die genadeloos van de kaart gebombardeerd lijken te worden. Bulgaren en Roemenen hebben in tegenstelling tot de Joegoslaven toegang tot onafhankelijke media. Maar het beïnvloedt hun kijk op het geheel nauwelijks. Oude reflexen – `natuurlijk flikken die Amerikanen ons een kunstje' – leven op onder de bevolking, ondanks alle welgemeende pogingen van de regering om het NAVO-beleid te verdedigen.

De gevolgen van de crisis rond Kosovo missen hun uitwerking niet in dit deel van Europa. In Roemenië komt daar nog een zeer verontrustend aspect bij: dat van de ruim anderhalf miljoen etnische Hongaren die daar wonen. Hun leider, Béla Marko, kwam meteen na de eerste bombardementen onomwonden tot de conclusie dat ,,Kosovo ons één ding leert, namelijk dat grenzen niet onveranderbaar zijn''. De Roemeense Hongaren leven net als vele andere minderheden in dit deel van de wereld achter grenzen die na de Eerste Wereldoorlog, in hun gevoel, willekeurig zijn getrokken door de grote mogendheden. Alle verdragen over de onschendbaarheid van grenzen ten spijt hoopt iedere Roemeense Hongaar nog eens op aansluiting bij het moederland.

Dat moederland Hongarije, net lid van de NAVO en op de nominatie om als een van de eerste lid te worden van de Europese Unie, zit niet op dergelijke uitspraken te wachten. Maar het NAVO-lidmaatschap plaatst het land ook in een lastige positie, tegenover de buurlanden met grote Hongaarse minderheden en tegenover de bevolking die niet helemaal kan begrijpen waarom ook de Hongaarse minderheid in Joegoslavïe doelwit is van de aanvallen. De oude brug bij Novi Sad die vorige week onder een NAVO-kruisraket bezweek, was nog aangelegd in de tijd dat de Hongaren er de dienst uitmaakten. Verwarring dus en onzekerheid: ruim driekwart van de Hongaren is bang dat het conflict in Kosovo de hele regio in vlam zal zetten. Maar Hongarije heeft iets dat Roemenië, Bulgarije en Macedonië niet hebben: de NAVO. Het geloof in het bondgenootschap houdt gelijke pas met de onzekerheid: hoe dichter bij de Joegoslavische grens, hoe standvastiger het geloof onder de Hongaarse burgers dat de NAVO zal ingrijpen als Hongarije betrokken zou raken.

De twee andere nieuwe NAVO-lidstaten Polen en Tsjechië liggen ver van de Balkan, maar ook daar is de verwarring groot. In Polen roepen de hulpeloze beelden van de stromen vluchtelingen associaties op met het eigen oorlogsverleden. Veel Polen willen nog verder gaan dan hun eigen regering, die het NAVO-beleid van harte ondersteunt. De roep om grondtroepen werd afgelopen weekeinde indringend verwoord door Marek Edelman, de enige nog levende leider van de opstand in het getto van Warschau in 1943. ,,Ik weet dat er slachtoffers kunnen vallen, maar ik weet – net als iedereen van mijn generatie – dat voor vrijheid een prijs moet worden betaald.''

Verwarring ook in Tsjechië, waar het NAVO-bombardement geleid heeft tot heftig gekrakeel. De regering-Zeman bestond het om meteen na de eerste bombardementen te verkondigen dat het besluit om te bombarderen al voor het Tsjechische NAVO-lidmaatschap was genomen, voor 12 maart dus. Een laffe opstelling die inmiddels herroepen is, maar zijn uitwerking niet heeft gemist. Het politieke peil, dat toch al geen erg hoogstaand karakter had, is nog verder gezakt en iedereen maakt iedereen uit voor rotte vis. Tot dusver is president Havel de enige geweest die het NAVO-ingrijpen in het perspectief van de Europese stabiliteit heeft durven plaatsen.

Tien jaar geleden dachten de Oost-Europeanen aan een nieuwe, democratische toekomst te beginnen. Van Polen tot en met Macedonië veranderde alles. Het Westen werd omarmd, de vrije markt ingevoerd, de grenzen gingen open en er werden nieuwe bondgenootschappen aangegaan. Maar kort na de euforie kwamen de vragen. Het bleek een proces van zeer lange adem en de inwoners hebben hun levenspeil alleen maar achteruit zien gaan. De Balkan-crisis treft dit deel van Europa in volle overgang. Politiek, economisch en strategisch is het werk nog lang niet af. Nieuwe zekerheden zijn er niet. Alleen oude: dat grote mogendheden niet deugen en dat je je buren niet moet vertrouwen.