De vrije markt is een grap

De Amerikaan Gregory Palast heeft jarenlange ervaring met de nutssector in Amerika, en één ding is hem daarbij bovenal duidelijk geworden: nutsbedrijven in particuliere handen bevorderen de dienstverlening niet en bieden geen lagere tarieven. Integendeel, de consument is met hen slechter uit. Het idee van een vrije markt in de nutssector is een academisch bedenksel.

De econoom Gregory Palast is een afvallige. In Chicago was zijn leraar Milton Friedmann, de Amerikaanse profeet van de vrije markt en een verklaard tegenstander van overheidsbemoeienis. Na vijfentwintig jaar van advieswerk in de nutssector is Palast echter een ,,overtuigd gelovige'' in een strikte overheidsregulering voor geprivatiseerde elektriciteits-, gas- water- en kabelbedrijven. ,,Bij nutsbedrijven is de vrije markt een grap, een fantasie. De nutsvoorzieningen zijn per definitie een monopolie en daarom is bij geprivatiseerde nutsbedrijven een zeer strikte regulering noodzakelijk'', zegt Palast.

De New-Yorker Palast, die in Londen een pied à terre heeft en om de week een column schrijft voor de Sunday Observer, is op doorreis in Europa, van het ene congres naar het andere. Deze woensdagmiddag maakt hij even een korte tussenstop in Amsterdam, waar hij in een lang betoog waarschuwt voor de gevaren van nutsbedrijven in de handen van particuliere eigenaren. In Nederland zijn gemeenten en provincies volop bezig met het uitponden van hun aloude nutsbedrijven, met als voorlopig hoogtepunt de verkoop van de elektriciteitsproducent Una aan het Amerikaanse Reliant Energy.

Beneden in het fraaie, door hem als ruling class-home aangeduide pand aan de Amstel wachten twee medewerkers van Una op een gesprek met Palast. De consultant heeft vorige week in de pers kritische uitlatingen gedaan over Reliant Energy, dat volgens hem in de Verenigde Staten geen geweldige reputatie heeft. Una-directeur Koppen de Neve, die vorige week inderhaast een persconferentie belegde om Palasts beschuldigen tegen te spreken, zou ook hoogstpersoonlijk om opheldering komen vragen, maar heeft afgezegd.

Europa is al enige jaren in de ban van privatisering, met Groot-Brittannië voorop. Door de nutsbedrijven te verkopen aan particuliere ondernemers hopen de Europese overheden op marktwerking in onder meer de voorziening van gas, water en licht. De vrije markt zal in dit geloof – dat in Nederland vooral wordt beleden door minister Jorritsma (Economische Zaken) – leiden tot meer concurrentie, lagere prijzen en meer vrijheid voor de consument in het kiezen van zijn afnemer.

Het is een hersenschim, meent Palast, een ,,namaak-vrijemarkt'', die in werkelijkheid niet bestaat. ,,Een nutsbedrijf is geen koekjesfabriek. De vrije markt bestaat in de nutssector alleen in de theorie over de ideale markt, in de hoofden van Europese politici en hoogleraren; het is een professoren-vrijemarkt'', zegt Palast. De Europese regeringen zoals de Nederlandse hebben zich het hoofd op hol laten brengen door Amerikaanse consultants, die de toehoorders in de waan hebben gebracht dat in de Verenigde Staten de vrije concurrentie heeft gezorgd voor lage consumentenprijzen.

Niets is minder waar, meent Palast. Als er ergens geen vrije markt bestaat, dan is het wel de VS. De meeste nutsbedrijven zijn er nog altijd in handen van de overheid, en van coöperaties waarin de rate payers de dienst uitmaken. De geprivatiseerde nutsbedrijven staan onder strikt toezicht van zo'n 50.000 regulators. ,,Alleen in Texas werken er al meer dan in heel Europa tezamen'', zegt Palast, die zelf toezichthouder is geweest.

,,De Amerikaanse nutssector is de meest gereguleerde ter wereld'', concludeert Palast dan ook: ,,Alles staat op papier en niet een beetje papier, maar duizenden en duizenden vellen papier, waarin bijvoorbeeld precies wordt aangegeven hoe de meter moet worden geplaatst.'' De toezichthouders dwingen noodzakelijke investeringen af, houden de dienstverlening op peil, bepalen de hoogte van de tarieven en daarmee van de winst die gemaakt mag worden. Dat laatste gebeurt volgens een cost plus-methode, waarbij bedrijven een kleine winstmarge wordt toegestaan boven de gemaakte kosten.

Die restricties zijn volgens Palast bitter noodzakelijk, omdat geprivatiseerde nutsbedrijven alleen kijken naar de winst voor de aandeelhouders. ,,De theorie leert dat particuliere ondernemingen per definitie efficiënter werken dan overheidsinstellingen. Neem je het publieke belang als uitgangspunt, dan werken ze juist niet efficiënter. Een hogere winst voor aandeelhouders leidt namelijk tot hogere tarieven voor de consument of tot een slechtere dienstverlening'', meent Palast, ,,want efficiency is doorgaans het codewoord voor het snoeien in het personeel en dat gaat ten koste van de kwaliteit.''

Privatisering heeft tot gevolg dat nutsbedrijven niet langer worden bevolkt door ,,ingenieurs die het licht willen aanhouden'' maar door financiële specialisten. In de VS doen publieke nutsbedrijven het dan ook beter dan particuliere, zegt Palast en hij leest ten bewijze wat voorbeelden op uit de statistieken van de Texaanse toezichthouder. In februari rekende Reliant aan particulieren 79,93 dollar voor 1000 kWh, terwijl overheidsbedrijf CPS een tarief van 59,43 hanteerde. Dat de tarieven van de privé-bedrijven niettemin lager liggen dan in Europa komt volgens Palast dan ook allerminst door marktwerking maar ,,doordat de regulators de ondernemers hebben opgedragen de prijzen te verlagen''.

Europa heeft in de ogen van Palast weinig goeds te verwachten van Amerikaanse energiebedrijven. ,,In de hele Europese discussie mis ik de praktische kennis van de regulering van de geliberaliseerde markt'', zegt Palast. De Amerikaan verwacht na een aanvankelijke kleine prijsdaling, dan ook sky rocketing-tarieven en een dramatische verslechtering van de dienstverlening.

Als voorbeeld neemt Palast Reliant, dat 4,5 miljard gulden neertelt voor Una, en ,,waarschijnlijk niet als donatie aan de Nederlandse samenleving''. Reliant heeft een belang in een geprivatiseerd elektriciteitsbedrijf in Brazilië, dat volgens Palast de Amerikaanse belangen van het bedrijf overtreft. ,,Er zijn 5.000 mensen ontslagen. De tarieven zijn 400 procent gestegen en de laatste tijd is het licht in Rio de Janeiro vaker uitgevallen dan ooit tevoren.''

Dat is niet meteen het voorland van Nederland, alleen al omdat het belang hier beperkt is. ,,Maar als je Brazilië te ver vindt, kijk dan naar het Verenigd Koninkrijk. Veel rate payers zijn door Thatcher blij gemaakt met een aandeel in een nutsbedrijf. Maar dat cadeautje is meer dan teniet gedaan door de gestegen tarieven'', zegt Palast. ,,De laatste jaren zijn de tarieven er weer wat gedaald, maar niet door de liberalisering, maar door de daling van de grondstofprijzen. Kolen, gas en olie zijn veel goedkoper geworden: hoe hadden de tarieven niét kunnen dalen in Engeland?''

Groot-Brittannië, waar twee grote energieproducenten meer dan 80 procent van de stroom leveren, bewijst volgens Palast ook dat de nutsbedrijven natuurlijke monopolies vormen. ,,Een vrije ondernemer zit niet te wachten op concurrentie. Wat is zijn belang daar ook bij?'', vraagt Palast retorisch. Het feit dat nutsbedrijven niet-dupliceerbare diensten leveren, maakt van hen in feite alleenheersers. De vrijemarkt-filosofie, die ook het wezen is van de zojuist door de Tweede Kamer aanvaarde elektriciteitswet leert dat concurrentie de monopolies zal breken. Als de Nederlandse consument straks in 2007 vrij is om te kiezen, kan hij een andere leverancier zoeken als zijn huidige te duur is of slechte waar levert. Het distributienet komt immers vrij voor nieuwe aanbieders – en de toezichthouder waakt over de toegankelijkheid – die her en der in Europa stroom kunnen kopen.

Zo werkt het niet, zegt Palast, want de techniek beperkt in feite de concurrentie. ,,Wat heeft het voor zin om stroom in te kopen bij een andere distributeur in jouw regio, als die er al is, wanneer die zijn stroom bij dezelfde producent inkoopt en langs dezelfde draad naar de consument leidt'', vraagt Palast. ,,En zelf een draad trekken heeft geen enkele zin.'' De parallel die vaak wordt getrokken met de telefonie – één draad, meer aanbieders – is dan ook niet zo vruchtbaar, meent Palast: ,,Ook de telefoontarieven zijn in de VS strikt gereguleerd en alleen maar laag doordat de toezichthouders dat hebben opgelegd. Pas met de kabelbedrijven en de mobiele telefoons zijn er in feite meer draden en ontstaat er echte concurrentie.''

Dat is nog ver weg voor de stroommarkt, die in feite wordt verdeeld door de dagindeling. Grote delen van de dag is er naar verhouding weinig behoefte aan stroom, maar vanaf vier uur 's middags tot acht uur 's avonds is er sprake van een piek. ,,In die periode boeken de stroombedrijven het grootste deel van hun winst en betalen consumenten in Engeland in één keer vier keer zoveel voor hun stroom. Het is onmogelijk om dan ergens in Europa goedkopere stroom te krijgen'', zegt Palast. ,,Tijdens een koudegolf schieten de prijzen dan soms met 2.000 procent omhoog, een monopoly-wave.''

In heel Europa draaien de centrales tijdens de spitsuren op volle capaciteit. Niet alleen dwingt de techniek de distributeurs om dan lokaal stroom af te nemen, de stroomproducenten hebben dan ook geen enkele behoefte om te gaan stunten met de prijs. Franse kerncentrales leveren weliswaar goedkope stroom en zijn daarom in Nederland een geliefd voorbeeld voor de vrijemarkt-aanhangers in de energiewereld. ,,Kerncentrales gaan altijd door met produceren, dat kan niet anders. Maar de prijzen die worden gerekend zijn gekoppeld aan de marktprijzen voor stroom: zeer laag, bijna nul soms in de nachtelijke uren; zeer hoog in de piekuren'', zegt Palast.

Wie het stroommonopolie wil doorbreken moet dan ook inspelen op de dagindeling van de consumenten, vindt Palast. ,,Geef iedereen een meter, waarop de hele dag kan worden afgelezen wat de stroom op dat moment kost. Dan kunnen mensen om tien uur 's avonds wassen draaien en de droger aanzetten. Zo verlaag je de tarieven met 80 procent in plaats van de 4 tot 5 procent die liberalisering misschien oplevert.''

De komst van Reliant naar Nederland is volgens Palast dan ook eerder een bevestiging van het bestaan van monopolies dan het begin van het einde ervan. ,,Zoals ik Reliant ken, is het een bedrijf dat niet zozeer op zoek gaat naar vrije markten alswel naar markten met monopolies'', zegt Palast, die refereert aan een justitieel onderzoek dat in het verleden is uitgevoerd naar kartelvorming door Reliant. Om de uitspraak van de Una-directie en de verkopende overheden in Noord-Holland en Utrecht dat Reliant kennis over en ervaring met geliberaliseerde markten kan inbrengen, kan Palast alleen maar lachen: ,,Reliant heeft in Texas helemaal geen ervaring met een vrije markt, alleen met een strikt gereguleerde markt.''

Een versterking van het management is Reliant evenmin, denkt Palast: ,,Gezien vanuit het publieke belang, behoort Reliant tot de slechtst geleide energieberijven in de VS. Het management is niet slecht, het is verschrikkelijk. Het bedrijf staat in de toptien van de meest vervuilende energiebedrijven in de VS, tenminste bij de uitstoot van broeikasgassen. En dat terwijl een schone brandstof als gas in Texas ruim voorhanden is en die vervuiling dus helemaal niet een soort noodzaak.''