Crisis Boijmans werpt schaduw over jubileum

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, waar directeur Chris Dercon en zijn staf met elkaar overhoopliggen, viert binnenkort zijn 150-jarig bestaan met enkele grote exposities. Die moeten er voor zorgen dat er iets meer bezoekers naar Boijmans komen en iets minder naar de naburige Kunsthal.

De staf en directeur Chris Dercon van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam krijgen externe bemiddeling bij het oplossen van de vertrouwenscrisis die al langere tijd in het museum woedt, maar pas vorige week naar buitenkwam. Wie dat gaat doen, was vanmorgen nog niet bekend. Gisteren verklaarde wethouder Kombrink van Kunstzaken dat beide partijen intensief met elkaar moesten praten om tot een oplossing te komen.

Vorige week betichtten drie hoofdconservatoren namens de staf de directie ervan door slecht management de museumorganisatie ziek te hebben gemaakt. Chris Dercon, onervaren in het leidinggeven aan een groot `bedrijf' als Boijmans zou daarvoor vanwege zijn inconsequente en chaotische beleid verantwoordelijk zijn, aldus de staf.

Deze interne strubbelingen werpen een schaduw over de viering van het 150-jarig bestaan van Boijmans. Dat wordt vanaf mei luister bijgezet met onder meer een omvangrijke tentoonstelling over de architectuur van het museum en over het collectioneren in die periode. Bijdragen van grondleggers als F.J.O. Boijmans, D.G. van Beuningen en W. van der Vorm worden belicht, maar ook de schenkingen van Rotterdamse burgers.

In september volgt de omvangrijke tentoonstelling Hollands Classicisme; het andere gezicht van de Gouden Eeuw. Deze 17de-eeuwse stroming, de voorname tegenhanger van het Hollands Realisme die geïnspireerd was op onder meer de klassieke, Italiaanse beeldhouwkunst met zijn geïdealiseerde mensfiguren, werd destijds hoger aangeslagen dan de nu zo geliefde alledaagse taferelen van Rembrandt, Frans Hals en Jan Steen. Behalve veel buitenlandse, museale bruiklenen, zal ook koningin Beatrix drie monumentale schilderijen uit paleis Huis ten Bosch beschikbaar stellen.

Hoe bijzonder deze tentoonstellingen ook beloven te worden, Boijmans – het museum met het breedste kunsthistorische spectrum van Nederland – moet in bezoek, programmering en publicitaire aandacht de laatste jaren zijn meerdere erkennen in de naburige Kunsthal. Zonder wetenschappelijk onderzoek en beheer van eigen collecties zorgt een beperkte administratieve Kunsthalstaf van zeventien medewerkers in hoge frequentie en met een grote mate van flexibiliteit voor een geschakeerd tentoonstellingsaanbod: van eigentijdse fotografie en Afrikaanse etnografica tot automodellen, industrieel design en een natuurhistorische presentatie over de herkomst van de mens.

De museumjaarkaart mag er dan geen geldigheid hebben, de Kunsthal ontving in 1996 zo'n 180.000 betalende bezoekers, en vorig jaar waren dat er 336.500, mede dankzij de graficus Escher. In Boijmans liepen de bezoekers terug: van 296.000 in 1996 naar 175.000 in 1998, mede veroorzaakt door het ontbreken van grotere, publiektrekkende tentoonstellingen.

Uit een recent onderzoek, gedaan in opdracht van de Boijmans-ondernemingsraad, blijkt dat de museumdirectie, ook met het oog op die concurrerende Kunsthal, vooral de publieksfunctie van het museum wil gaan accentueren. Het wordt in het nieuwe beleidsplan van het museum zelfs in zo sterke mate `als sturend primaat voor de organisatie gehanteerd' dat de twee andere museale basisfuncties – `behoud en beheer' van collecties en `het ontwikkelen van het zogenaamde kenniscentrum' - als `onvoldoende gelijkwaardig' naar de achtergrond schuiven, aldus het onderzoeksrapport. Aangezien onduidelijk is hoe de directie die verbetering van de publieksfunctie – dus het `ontwikkelen van activiteiten gericht op meer publiek en nieuwe doelgroepen' – financieel en organisatorisch wil realiseren, kan dit voornemen maar beter uit het Beleidsplan worden geschrapt, aldus het adviesbureau.