CPB voorziet nieuwe ingrepen in landbouwbeleid

Verdere aanpassingen van het toekomstig gemeenschappelijk landbouwbeleid, waarover de regeringsleiders van de lidstaten van de Europese Unie eind vorige maand in Berlijn overeenstemming bereikten zijn onvermijdelijk. Het akkoord, zoals het er nu ligt zal voor problemen gaan zorgen als een aantal Midden- en Oost-Europese landen begin volgende eeuw toetreden tot de Unie. Dat zei directeur H. Don van het Centraal Planbureau (CPB) gisteren bij de presentatie van het Centraal Economisch Plan 1999 (CEP).

Volgens het CPB mag bovendien worden verwacht dat in de komende wereldhandelsbesprekingen de Venigde Staten, maar zeker de zogeheten Cairns-groep (waaronder Australië, Argentinië, Brazilië en Canada) ,,het protectionistische beleid scherp zal bekritiseren.'' Verdergaande aanpassingen zijn dus onvermijdelijk, meent Don. ,,Er zal een keuze moeten worden gemaakt tussen een al dan niet tijdelijke verhoging van het landbouwbudget en een grotere daling van de landbouwinkomens,'' zo voorspelt het CEP.

Vrijwel direct na het tot stand komen van het akkoord lieten de Britse minister van Landbouw Nick Brown en zijn Zweedse collega Margareta Winberg op een bijeenkomst in Stockholm al weten dat de ministers van Landbouw ,,hoogstwaarschijnlijk terug zouden moeten naar de onderhandelingstafel om de landbouwparagraaf uit Agenda 2000 alsnog te herzien.'' Het Verenigd Koninkrijk en Zweden hebben zich steeds fervent voorstander getoond van een radicale herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Brown en Winberg zeiden dat het akkoord vooral problemen zal gaan geven bij de komende onderhandelingsronde van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

In een debat in de Tweede Kamer vorige week over het Berlijnse akkoord lieten ook premier Kok en minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) weten dat een `tussentijdse aanpassing' vrijwel zeker nodig is, omdat de uitkomst van de onderhandelingen minder hervormingen heeft opgeleverd dan nodig zijn.

In het oorspronkelijke stuk van de Europese Commissie werden vergaande veranderingen in het landbouwbeleid voorzien, waardoor de prijssteun voor zuivel, rundvlees en akkerbouwproducten deels zou worden vervangen door directe inkomenssteun. Het `technische akkoord' dat de ministers van landbouw half maart in Brussel bereikten, liet van die oorspronkelijke plannen al niet veel meer heel.

Feitelijk was er geen akkoord omdat er geen overeenstemming bestond over de financiële dekking. De regeringsleiders in Berlijn schroefden de hervormingen nog verder terug.