Bevlogen muziek in schemerlicht

Een leugendetector had Leoš Janácek niet nodig, hij hoorde aan de stembuiging of iemand loog. Alle nuances tussen spreken en zingen noteerde hij, zoals het schreeuwen van straatventers en het blaffen van zijn honden Rap en Duivel. In Zandvoort stond hij eens met zijn notenboekje in de hand klaar om het ruisen van de branding vast te leggen.

Het laatste werk op het laatste concert in de Serie Tijdgenoten in het Amsterdamse Concertgebouw wijdde het uiterst geïnspireerde Schönberg Ensemble aan Janáceks Dagboek van een Verdwenen Man (1917-'19) voor tenor, alt, drie vrouwenstemmen en piano naar een anonieme cyclus van 23 gedichten die in 1916 in afleveringen verscheen in het dagblad Lidové Noviny in Brno. Onderwerp: een verdwenen boerenzoon die verliefd wordt op de donkere Zefka, de zigeunerin die hem zou opwachten met zijn zoon in haar armen. Zefka weerspiegelde Janáceks eigen obsessie voor de eveneens donkerharige Kamilla Stösslova. De componist was niet achterbaks, hij wenste zelfs een foto van zijn verboden aanbedene op het titelblad van de partituur! Janáceks biograaf Jaroslav Vogel stelde een orkestrale uitwerking van de pianopartij aan de kaak, zoals hij ook tegen een toneelpresentatie was. Janácek zelf overwoog wel degelijk een enscenering, die hij later verwierp. Wat overbleef was het idee om het werk in het half donker te laten spelen met een rode belichting voor het erotische aspect; Zefka mag pas bij nummer 11 optreden, het koortje blijft buiten zicht.

Ik denk dat Vogel de karaktervolle knoestige instrumentatie van Geert van Keulen, met trombones, orgel en buisklokken, toch had weten te waarderen. Hooguit stoorde een iets teveel aan middenstemmen. Janácek benadrukte hoog en laag, het midden geheel uitsparend voor die wonderbaarlijke vocale expressie. Daarbij had van mij het zangtrio vervangen mogen worden door een vrouwenkoor (bij Janácek ad libitum) wat logischer lijkt bij een grote instrumentale uitbreiding. Maar zeker de meest uitgesproken theaterdelen raakten de kern, zoals het slot dat veel weg heeft van Jenufa.

Een hoog waarheidsgehalte droegen voor de pauze de uitvoeringen van de werken van György Kurtág, met een aandeel van de componist en zijn vrouw aan de vleugel. In de Berichten van wijlen mejuffrouw R.V. Troessova'' (1976-1980), ook één koortsachtig verlangen, bleek de sopraan Rosemary Hardy in topvorm.

Concert: Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw. Werken van Kurtág en Janácek. Gehoord 7/4 Concertgebouw Amsterdam.