Batavus-renners vergapen zich aan dijen Museeuw

De Nederlandse wielerformatie Batavus mocht gisteren meedoen aan de semi-klassieker Gent-Wevelgem. Ploegleider Piet Hoekstra zag zijn renners alleen in het eerste uur van voren rijden.

Terwijl de verzorgers van Mapei enkele meters verderop gratis petjes en posters uitdelen, vragen de renners van Batavus om nieuwe handschoenen. Ze hebben aan het begin van het wielerseizoen twee paar handschoenen gekregen. Toch is ploegleider Piet Hoekstra vlak voor de start van Gent-Wevelgem genoodzaakt een extra voorraad aan te slepen. Hij kijkt met een kritische blik naar de 34-jarige John Talen, die als ervaren professional gewend is aan luxe en warmte. De kopman van Batavus neemt voor de zekerheid een dubbele voorraad voedsel mee. ,,Als ze weer wat vergeten, kunnen ze bij mij terecht'', zegt Talen.

De meeste knechten van Batavus maken op deze druilerige ochtend voor het eerst kennis met het profcircuit. Ze keken zondag naar de televisiebeelden van de Ronde van Vlaanderen. Tijdens het Paasweekeinde stond voor hen de Ronde van Noord-Holland op het programma. Ze hebben de Kemmelberg nooit beklommen. In het Citadelpark van Gent kijken ze vol bewondering naar de imposante dijen van Johan Museeuw, die als kopman van Mapei meer kans maakt dan de kopman van Batavus. Talen is niet gerust op een goede afloop. ,,Ik heb een griepje onder de leden. Als ik dezelfde benen heb als in Noord-Holland, zien jullie mij gauw terug.''

Het belangrijkste verschil tussen Mapei en Batavus is de sterk uiteenlopende begroting. De Italiaanse lijmproducent heeft jaarlijks vijftien miljoen gulden te besteden. De Friese fietsenmaker werkt met een budget van anderhalf miljoen gulden. Mapei heeft negentien ervaren beroepsrenners en twee doktoren in dienst. Bij Batavus weet Talen zich omringd door negen neo-profs en een dokter die op afroep beschikbaar is. Geld voor een touringcar of een trainingskamp is er niet. Batavus doet niet aan sportmedisch onderzoek. Om over doping maar te zwijgen.

,,Ik weet niet eens wat EPO kost'', zegt Hoekstra met de nuchterheid van een geboren Fries. Hij bezigt een beeldspraak uit zijn geboortestreek. ,,Je moet nooit verder springen dan je polsstok lang is.'' Hij ontkent elke vorm van dopinggebruik. ,,Hoe meer geld, hoe groter de druk, hoe zwakker de mens. Een arts heeft ook zijn beroepsernst. En dan loopt een renner eerder tegen de lamp. Ik geloof niet in al die indianenverhalen. Wij komen simpelweg vermogen tekort. Zolang je de 11 of de 12 niet kan ronddraaien, heb je hier weinig te zoeken. Het motortje moet groeien. Kijk maar naar Leon van Bon. Als amateur reed hij de stenen bepaald niet uit de straat. En nu is hij een wereldtopper.''

Als bondscoach van de nationale amateurploeg en later van de nationale vrouwenploeg behaalde Hoekstra wisselende successen. Hij was een vaderfiguur voor Leontien van Moorsel, die haar wereldtitels mede te danken had aan zijn harde leerschool. Ruim een jaar geleden werd Hoekstra ontslagen door de KNWU, nadat een nieuwe lichting wielervrouwen zich had beklaagd over zijn drankmisbruik. Hoekstra is nooit rancuneus geweest. ,,In de voetballerij staan de heren trainers na twee verliespartijen op straat. Dan hebben wij toch niet te klagen?''

Afgelopen najaar werd hij gevraagd als ploegleider van Batavus. Hij kreeg de opdracht een stel jonge coureurs op te leiden voor het profcircuit. Wie de amateuristische werkwijze van dichtbij gadeslaat, kan zich afvragen of de doelstelling reëel is. Hoekstra kijkt met een gevoel van ironie naar het wagenpark van de concurrentie. ,,Het gaat mij niet om een grote bus maar om een stel goede benen. Binnenkort komen ze de volgwagens nog met een vrachtwagen voorrijden. Ik kan alleen maar lachen om zo'n circus.''

Cynische insiders verwijzen naar de mislukte poging van Foreldorado, dat in 1996 met ambitieuze plannen in het profcircuit stapte en in 1998 de geldkraan noodgedwongen dichtdraaide. De Nederlandse wielermarkt bleek te klein voor een derde sponsor. John Talen was een beschermde renner bij Foreldorado. Tijdens de ploegpresentatie van Batavus toonde hij zich afgelopen winter sceptisch over de mogelijkheden van zijn nieuwe werkgever. ,,Bij Foreldorado reed ik met Eddy Bouwmans, Wiebren Veenstra en John van den Akker. Wij hadden veel ervaring, maar blijkbaar niet genoeg om de kar te trekken.''

Talen herinnert zich de Ronde van Mallorca, waar de ploeg van Foreldorado slechts met een auto aan het vertrek stond. De renners moesten door een wagen van de organisatie naar de start worden gereden. Er was geen geld voor een tweede auto en al helemaal niet voor een tweede chauffeur. In het vakantiepark Foreldorado in Zuid-Limburg hadden de renners een paar bungalows ter beschikking waar ze zelf moesten koken en zelf de was moesten doen. Bij Batavus worden de renners meer in de watten gelegd. Tot ergernis van de strenge Hoekstra. ,,Waarom kunnen ze niet eens voor hun eigen handschoenen zorgen?''

De ploegleider is na afloop ontevreden over het koersverloop. Hij heeft zijn renners alleen in het eerste uur van voren zien rijden. ,,Een kwestie van attent koersen.'' Hoekstra zegt geen kwaad woord over Talen, die ogenschijnlijk onvermoeid uit de kleedkamer stapt. De kopman van Batavus zat al in de bezemwagen toen Tom Steels, de sprintspecialist van Mapei, zich op de finale concentreerde. ,,Ik was hier eerder dan de eerste'', zegt Talen met een brede grijns. ,,Ik ben gelukkig niet zeiknat geworden. En ik heb lekker kunnen trainen voor de Ronde van Mergelland.''