Achterban twijfelt over Habibie

De Indonesische president B.J. Habibie dreigt in conflict te komen met zijn regeringspartij Golkar. Inzet is de vraag of ministers campagne mogen voeren in de voor Indonesië cruciale parlementsverkiezingen op 7 juni.

Volgens de Amerikaanse oud-president Jimmy Carter zijn het misschien wel de belangrijkste verkiezingen die dit jaar in de wereld worden gehouden. Ook in Indonesië zelf, waar de kiezers zich deze week voor het eerst konden laten registreren en waar het politieke debat op televisie wordt gevoerd als nooit tevoren, is iedereen overtuigd van het cruciale belang van de parlementsverkiezingen die op 7 juni worden gehouden. De uitslag ervan zal bepalend zijn voor de vraag of Indonesië er in slaagt zich te ontworstelen aan de politieke en economische crisis waarin het land nu al twee jaar verkeert.

Maar, met nog minder dan negen weken te gaan voor de eerste echte vrije stembusgang in Indonesië in 40 jaar, tekent zich een bittere strijd af tussen Golkar, het oude vehikel van de macht van voormalig president Soeharto, en de meeste nieuwe politieke partijen die aan deze verkiezingen meedoen. Het dreigende conflict heeft ook de huidige president Habibie in een lastig parket gebracht, zozeer zelfs dat zijn kandidatuur voor de presidentsverkiezingen die dit najaar zullen worden gehouden, in gevaar is.

Aanleiding van de problemen is een verbod dat de onafhankelijke Commissie voor de Landelijke Verkiezingen (KPU) twee weken geleden uitvaardigde voor ministers in de regering-Habibie om campagne te voeren voor de komende parlementsverkiezingen. De commissie, in het leven geroepen door het Indonesische Volkscongres, moet er voor zorgen dat de verkiezingen eerlijk en vrij verlopen.

In de verkiezingscommissie zijn alle deelnemende politieke partijen vertegenwoordigd: de 45 `nieuwkomers' en de 3 traditionele partijen (de regerende Golkar en de semi-oppositionele PDI en PPP) die onder Soeharto het politieke spectrum uitmaakten. Om de schijn van manipulatie te vermijden, heeft de regering-Habibie als haar vertegenwoordigers ook mensen aangesteld die hun sporen verdiend hebben als critici van Soeharto, zoals de advocaat voor de rechten van de mens Adnan Buyung Nasution en het oud-lid van de Hoge Raad Adi Andojo Soetjipto. De laatste werd door Soeharto tot aftreden gedwongen, nadat hij enige jaren geleden een boekje opendeed over corruptie in de rechterlijke macht. Voorzitter van de commissie is generaal b.d. Rudini, oud-commandant van de landmacht en voormalig minister van Binnenlandse Zaken. Zijn benoeming schijnt tot stand te zijn gekomen door interventie van de nog steeds invloedrijke strijdkrachten. Tegelijkertijd is hij aanvaardbaar voor leden van de oppositie, omdat hij te boek staat als integer.

Al met al, zo concludeerde de Jakarta Post onlangs in een hoofdredactioneel commentaar, beschikt de commissie over een grotere legitimiteit dan enig ander instituut in het Indonesische staatsbestel. Die legitimiteit heeft haar tot een krachtige tegenstander gemaakt van Golkar, nog altijd de machtigste partij in Indonesië.

Dit bleek toen de commissie twee weken geleden de gedragsregels opstelde voor politieke partijen. De belangrijkste luidde dat partijleden die in dienst zijn van de overheid niet mogen meedoen aan de verkiezingscampagne. Daarmee moet worden voorkomen dat deze partijkaders in de campagne gebruik kunnen maken van faciliteiten en geld van de overheid. In feite betekende de maatregel een rechtstreekse aanval op Golkar, aangezien de meeste ministers en functionarissen in lagere regionen van het overheidsapparaat lid zijn van die partij.

Algemeen Golkar-voorzitter Akbar Tandjung, die als minister tevens de invloedrijke positie van kabinetschef bekleedt, reageerde onmiddellijk door de bevoegdheid van de verkiezingscommissie in twijfel te trekken. Volgens Tandjung heeft president Habibie uiteindelijk het laatste woord als het gaat om kwesties die de verkiezingen betreffen. Habibie had eerder bepaald dat alle ministers, op vijf na die op voor de verkiezingen gevoelige posten zitten, mogen meedoen aan de verkiezingsstrijd. Om te voorkomen dat de president toch zou zwichten onder druk van een kennelijke meerderheid, kwam bovendien de ondervoorzitter van de Golkar-fractie in het parlement, Marzuki Darusman, met een verholen dreigement: ,,Als Habibie ten koste van de partij zijn populariteit wil versterken door ministers te verbieden campagne te voeren, zullen wij ons daar krachtig tegen verzetten.''

Die uitlating betekent volgens de meeste waarnemers dat Golkar Habibies herverkiezing als president niet zou steunen indien hij overstag gaat. Aan de steun voor Habibie wordt overigens al getwijfeld sinds op een `leiderschapsbijeenkomst' van Golkar onlangs werd besloten om vijf mogelijke presidentskandidaten aan te wijzen. In het verleden nomineerde Golkar altijd slechts één persoon: Soeharto. Nu schuift Golkar behalve Habibie ook Golkar-voorzitter Tandjung naar voren en coördinerend minister van Economische Zaken Ginandjar Kartasasmita. Maar ook sultan Sri Hamengku Buwono X, gouverneur van Yogyakarta, is genomineerd evenals de chef-staf van het leger en tevens minister van Defensie generaal Wiranto.

Habibie besloot twee weken geleden geen besluit te nemen: hij legde de netelige kwestie voor aan de Hoge Raad. Maar ook dat orgaan wil zich daar niet aan branden: vorige week verklaarde de Raad zich niet bevoegd om te oordelen en gaf de opdracht terug aan de president. Met als gevolg dat Habibie nog steeds voor een dilemma staat: verbiedt hij de ministers om campagne te voeren, dan zijn zijn kansen op het presidentschap verkeken. Maar als hij het besluit van de verkiezingscommissie naast zich neerlegt, zal hem verweten worden nog altijd een exponent te zijn van de inmiddels hoogbejaarde Nieuwe Orde. En dat stempel probeert Habibie, die vandaag de kiezers nog eens opriep om zich toch vooral te laten registreren, juist te vermijden.