Aan tradities wordt in St. Andrews niet getornd

De Schotten zijn er zeker van: golf ontwikkelde zich in Schotland. Maar de Kolfbaan in Naarden en de Kolfmakerssteeg in Leiden doen anders vermoeden. Op zoek naar de wortels van de traditionele golfsport.

THE OLD COURSE in St. Andrews is deze zonnige en winderige dag dicht wegens onderhoud. Twee mannen lopen langs de green van de zeventiende, de beroemde Road Hole. Een diepe bunker voor en een weggetje met een gemeen stenen muurtje achter de smalle green maken deze hole waarschijnlijk tot de moeilijkste par-4 ter wereld. Greg Johnson uit Nottingham, begin veertig, loopt op zijn witte sportschoenen de green te bewonderen. Af en toe maakt hij een denkbeeldige slag. Zeer golfers eigen. ,,Hij speelt de hele hole in zijn hoofd'', zegt zijn vriend Martin Holmes.

Dan lopen ze naar de afslag van de achttiende, vlakbij het achthonderd jaar oude stenen bruggetje over de rivier de Swilken Burn. Het is de hole naar het oude clubhuis van St. Andrews. Greg Johnson (handicap 22): ,,Die hole lijkt niet eens zo lang. Met deze wind en mijn driver kom ik een heel eind.'' Weer maakt hij een swing. Zoef. De bal in zijn gedachten legt een lange weg af en ploft ergens vlakbij de green neer.

St. Andrews is de bakermat van golf. The Home of Golf, zoals de Schotten het zeggen. Maar ook Nederlanders maken graag aanspraak op de historische beginselen van golf. ,,Wat de Nederlanders ook mogen zeggen, hier is het moderne golf ontstaan'', zegt Walter Woods ferm. Het gepensioneerde hoofd van de greenkeepers van St. Andrews kent geen twijfel. ,,Golf is niet in Nederland ontwikkeld. Golf ontwikkelde zichzelf. In Schotland.''

De eerste traceerbare gegevens over golf voeren echter wel degelijk terug naar Loenen aan de Vecht. In zijn boek Early Golf beschrijft Steven van Hengel dat in 1297 bij het kasteel Kronenburg het spel colf of kolf werd gespeeld. De spelers moesten met een bal en een stick vanaf het Reghthuys in zo min mogelijk slagen de keukendeur van het kasteel raken. Later werd een paal het doel van het spel. Meestal werd het op ijs of op pleinen gespeeld. In de veertiende en vijftiende eeuw werd het spel zelfs een van de meest beoefende sporten. In Naarden herinnert het straatje Kolfbaan en in Leiden de Kolfmakerssteeg nog aan die tijd.

Wanneer je St. Andrews binnenrijdt, verdwijnt alle twijfel. Het Old Course Hotel, waar de professionals overheen slaan om de hoek van de zeventiende hole af te snijden, het oude clubhuis van de Royal & Ancient Golf Club, de vele andere clubs in negentiende-eeuwse panden aan het straatje The Links langs de achttiende hole, de imponerende groene glooiende fairways, de zee en de riviermond van de Eden op de achtergrond. Hier wordt mogelijk al zeshonderd jaar golf gespeeld, hier liggen de beroemde golfers uit de vorige eeuw begraven, hier zijn de legendes ontstaan, hier wordt aan de aloude golftradities niet getornd. ,,The history of St. Andrews blowes your mind out'', had Walter Woods al gezegd. Dat doet het zeker. Dit is The Home of Golf!

St. Andrews verbeeldt precies wat golf is. Golf heeft hier op veel plaatsen nog steeds een elitair karakter. De caddies die de tas dragen van rijke oude heren, de peperdure banen en de besloten clubs. Maar het is ook een van de meest beoefende sporten ter wereld. Golfbanen zorgen soms voor prachtige landschappen, maar de verhouding met de natuur is moeizaam (hoe veel bomen zijn er niet gesneuveld voor nieuwe banen?).

St. Andrews herbergt misschien wel de meest elitaire club ter wereld, de Royal & Ancient Golf Club (opgericht in 1754), tevens het regelgevend orgaan van golf en jaarlijks organisator van The Open Championship, volgens Britten de belangrijkste wedstrijd van het jaar. Vrouwen zijn niet welkom, het clubhuis is alleen toegankelijk voor leden, vaak beroemdheden als Dwight Eisenhower, Gerald Ford en Sean Connory.

Gelukkig stelt St. Andrews haar zes golfbanen langs de kust wel open, inclusief de beroemde Old Course. Iedereen mag er spelen. En op zondag is de Old Course volgens traditie gesloten. Dan is het terrein voor de inwoners van St. Andrews die niet golfen, overigens een minderheid; van de 14.000 inwoners staan 8.000 geregistreerd als golfer. ,,De inwoners mogen er op zondag hun hond uitlaten. En dat doen ze dan ook'', zegt Caroline Nurse, pr-manager van Links Trust, de stichting die zonder winstoogmerk de banen beheert. De golfbanen waren tot 1970 eigendom van de gemeente, sindsdien van Links Trust. Al het verdiende geld wordt in de banen en de accommodaties geïnvesteerd. Dit jaar wordt 2,5 miljoen pond besteed aan een nieuw irrigatie- en drainagesysteem.

Spelen op de Old Course is de grote wens van vele golfers. Sinds 1873 is hier 25 keer The Open Championship gehouden. Jack Nicklaus vierde er in de jaren zeventig grote triomfen, de Engelsman Nick Faldo won er in 1990 en in het jaar 2000 is het weer het strijdtoneel van The Open.

De beroemde achttien holes spelen, gaat niet zomaar. Wie zeker wil zijn van een starttijd, dient een jaar van tevoren te reserveren. Wie onaangekondigd komt, is echter niet helemaal kansloos. Er is een daily ballot, een loterij met een gemiddelde kans van 25 procent. Een doos met sigaren of een fles goede whisky voor de caddiemaster verhoogden vroeger je kansen, maar dat is volgens pr-manager Nurse verleden tijd. ,,Het systeem stond open voor corruptie, maar nu letten we daar erg op'', zegt ze. Om twee uur 's middags begint de spanning te stijgen in het dorp. Dan worden op diverse plaatsen de startlijst voor de volgende dag opgehangen.

Een rondje Old Course is duur: 75 pond, circa 250 gulden. En als je maar één keer speelt, word je aangeraden om er ook een caddie van 25 pond bij te nemen. De baan heeft zoveel onzichtbare gevaren en hindernissen die de caddie (vaak zelf zeer goede spelers) allemaal kent. De andere banen, sommige bijna net zo mooi, kosten tussen de 7 en 28 pond. In 1997 was het topjaar in St. Andrews: er werden 207.000 golfrondes gespeeld. Vorig jaar waren het er iets minder door het slechte weer.

Voor de plaatselijke bevolking is St. Andrews een golfparadijs. Zij mogen het hele jaar spelen voor 95 pond. Zestig procent van de starttijden zijn voor hen gereserveerd. Het stadje is niet voor niets erg in trek bij gepensioneerde golfenthousiaste Schotten.

Naast de Royal & Ancient Golf Club telt St. Andrews nog elf clubs. ,,De R&A is nogal snobbish'', zegt Walter Woods. ,,Maar geen kwaad woord over hen. Ze doen heel veel goeds voor het golf.'' De betere spelers zijn te vinden bij de St Andrews Golf Club en de New Golf Club. Gemengde clubs zijn er niet. ,,Dat is toch prima'', glimlacht Woods. ,,Op gemengde clubs zijn alleen maar problemen.'' Woods lijkt hiermee de mening van heel St. Andrews te vertegenwoordigen. Niemand die de strikte scheiding tussen heren- en damesclubs een punt van discussie vindt.

Deze zonnige dag zitten twee oude heren in diepe leren fauteuils in het clubhuis van de Royal & Ancient Golf Club. Ze kijken even verstoord op als een buitenstaander door de grote ramen iets van de inrichting probeert te aanschouwen. Op de houten bankjes en stoelen voor het clubhuis staat in dikke witte letters members only geschilderd. Achter het clubhuis staat een nieuw gebouw, waar in 1990 het British Golf Museum de deuren opende.

In dat museum wordt niet betwist dat in Nederland al in de vroege Middeleeuwen kolf met een k werd gespeeld. Maar de historische betekenis daarvan moet volgens het museum niet al te groot zijn, gezien de geringe plaats die het inneemt in het museum. Er liggen een paar stokken en zes delftsblauwe tegels uit de zeventiende eeuw met wat kolftafereeltjes. Conservator Elinor Clark wil na enig aandringen wel toegeven dat niet bekend is waar het allereerste begin ligt. ,,Waar het precies is ontstaan zal wel altijd onduidelijk blijven. Maar wij hebben het verspreid.''