Winstval kost directeuren Shell bonus

De winstval van Koninklijke Olie vorig jaar heeft de drie directeuren hun jaarlijkse prestatiebonus gekost. Dit blijkt uit het jaarverslag van Koninklijke Olie, waarin conform de Britse beursregels voor zusterbedrijf Shell ook een overzicht wordt gegeven van de salarissen en optieregelingen van de directie van het concern.

De prestatiebonus is ten hoogste 50 procent van hun reguliere salaris. Door de Azië-crisis, de lage olieprijs, de overcapaciteit in de branche en de problemen in de chemie viel de nettowinst vorig jaar 95 procent lager uit op een bedrag van 350 miljoen gulden.

De winstval scheelt president-directeur M. van den Bergh bijna een half miljoen gulden. S. Miller schiet er meer dan een half miljoen bij in. J. ter Veer loopt 360.000 gulden mis. Zij verdienden vorig jaar aan salarissen respectievelijk 1,96, 2,08 en 1,44 miljoen gulden. Het basissalaris van de Nederlandse directeuren werd vorig jaar met 2 procent verhoogd, dat van de buitenlandse directeuren is gerelateerd aan het loonniveau in hun land van herkomst. Ook hebben de drie nieuwe pakketten aandelenopties gekregen tegen een uitoefenprijs van 90,70 gulden. Dankzij de gestegen olieprijs, schommelt de koers van Koninklijke Olie momenteel rond de 107 gulden. De nieuw toegekende opties mogen zij de eerste drie jaar niet verzilveren. Van den Bergh verzilverde uit een oude toekenning 48.000 opties en boekte daarmee een vermogenswinst van 1,63 miljoen gulden. Vorig jaar kreeg hij 61.000 nieuwe opties toegekend.

Miller verzilverde niets en kreeg er 96.000 nieuwe opties bij. Ter Veer maakte een boekwinst van 4,5 ton op uitoefening van 7.000 (oude) opties en kreeg 43.000 nieuwe.