VS sturen Kosovaren naar klein stukje Cuba

De Amerikaanse regering heeft voor de opvang van vluchtelingen uit Kosovo de buitenpost Guantanamo Bay uitgekozen, het kleine puntje van Cuba waar sinds 1903 een Amerikaanse marinebasis is gevestigd. Door de vluchtelingen niet op het vasteland van de VS toe te laten, onderstreept Washington dat de opvang slechts een tijdelijke zaak is.

Voor de vluchtelingen zal de overgang groot zijn. Van de kou en de modder komen ze een halve wereld westwaarts in een heet en droog woestijnklimaat terecht. Maar op een Caraïbische vakantie hoeven ze niet te rekenen.

Prikkeldraad, mijnenvelden en wachttorens scheiden de basis van de rest van Cuba. En een gevaarlijke zee scheidt hen van Haïti, Jamaica en, veel verder, Florida. Begin jaren negentig brachten de Amerikanen er tienduizenden vluchtelingen uit Haïti en Cuba onder. Velen beschouwden dat als een straf.

Washington is verweten dat het humanitaire gebaar nog het meest lijkt op de instelling van een kolonie voor lepralijders. Maar de Amerikaanse autoriteiten verzekeren dat ze van Guantanamo Bay ,,een gastvrije omgeving'' voor de Kosovaren willen maken. Gisteren is men begonnen met de bouw van nieuwe onderkomens, want de afgelopen jaren zijn veel van de oude opvangbarakken afgebroken.

In de Spaans-Amerikaanse oorlog, in 1898, landden Amerikaanse mariniers in de baai. Sinds 1903 huren de VS de basis voor onbepaalde tijd. Castro heeft sinds 1959 herhaaldelijk gedreigd hem over te nemen. Consequent weigert hij de cheque te verzilveren waarmee de Amerikanen de huur betalen. Castro ziet de basis als ,,een dolk in het hart'' van Cuba. In 1966 besloot Havana de toevoer van leidingwater te beperken tot één uur per dag. Verontwaardigd wezen de VS dat van de hand. Tankers brachten daarop drinkwater uit Jamaica en Florida naar de basis.