Voorzichtigheid troef bij CPB

Schoksgewijs heeft het Centraal Planbureau zijn raming voor de Nederlandse economie neerwaarts bijgesteld. Het resultaat is een wel heel voorzichtig vooruitzicht.

De somberheid slaat toe in Den Haag. Nadat het kabinet zijn begrotingsbeleid voor 1999 vorig jaar baseerde op een raming van 3 procent economische groei in 1999, heeft het Centraal Planbureau (CPB) zijn vooruitzichten voor de economie flink neerwaarts bijgesteld. In de raming van eind vorig jaar was het verwachte tempo waarin de economie in 1999 zou groeien al teruggebracht tot 2,25 procent. In het vandaag verschenen Centraal Economisch Plan is die raming nu teruggebracht tot 2 procent.

Het groeiende pessimisme is een echo van de bijna-paniek die het afgelopen najaar om zich heen greep toen de Azië-rechtstreeks op weg leek de Westerse economieën bij de wortel aan te tasten. Rusland ging failliet, het Amerikaanse speculatieve beleggingsfonds LTCM moest worden gered en de kredietverlening op de openbare kapitaalmarkt droogde kortstondig op. Het CPB refereert in zijn inleiding op het vandaag gepubliceerde Centraal Economisch Plan uitdrukkelijk naar die gebeurtenissen en de gevolgen voor de internationale economie.

De groei van de voor Nederland relevante wereldhandel, een van de belangrijkste factoren in het model dat het CPB hanteert, bedroeg vorig jaar nog 6,3 procent, maar zal dit jaar terugvallen naar 1,5 procent. Dat is de laagste groei sinds de wereldhandel licht kromp in 1993. En 1993 was voor Nederland, met een economische groei van 0,8 procent, het slechtste economische jaar sinds het begin van de jaren tachtig.

Veelzeggend is ook het prijspeil van de internationale handel. De relevante prijzen op de wereldmarkt daalden vorig jaar, als gevolg van dalende grondstoffenprijzen, overcapaciteit en valutadevaluaties in Azië al met 2,3 procent en zal dit jaar dalen met 4 procent. De Nederlandse exportgroei zal dientengevolge terugvallen van de in de afgelopen jaren gebruikelijke 7 procent naar nog maar 1,75 procent, om in het jaar 2000 nauwelijks aan te trekken.

Daar moet nog bij worden aangetekend dat in de ramingen voor dit jaar wordt aangenomen dat de wereldhandel relatief snel aantrekt. Blijft het herstel langer uit dan verwacht, dan kost dat nog eens 0,4 procentpunt aan economische groei in 1999 en 1,2 procent in het jaar 2000. De economische groei zou dan volgend jaar uitkomen op een magere 0,8 procent.

De somberheid van het CPB is groot. Op de financiële markten wordt een Amerikaanse economische groei verwacht van ruim 3 procent dit jaar, maar het CPB houdt het bij 2,5 procent.

Voor Europese Unie bracht de Europese Commissie zijn economische groeiprognose vorige week fors terug naar 2,1 procent in 1999, maar het CPB zit daar met een verwachte economische groei van 1,5 procent fors onder. Voor Japan, waarvan het CPB verwacht dat de economie dit jaar met 1 procent krimpt lopen de CPB-voorspellingen internationaal redelijk in de pas. CPB-directeur H. Don realiseerde zich vanmorgen bij de presentatie van het Centraal Economisch Plan dat het CPB met zijn internationale vooronderstellingen flink lager zit dan het gros van de internationale instellingen. Maar zelfs daarmee rekening houdend zei hij dat de neerwaartse risico's groot zijn.

Is het CPB ditmaal te gematigd? Het Centraal Economisch Plan rekent met een dollarkoers van 1,90 gulden, terwijl de koers is opgelopen naar tegen de 2,05 gulden. Een vijf procent hogere koers van de dollar en het pond sterling zorgt dit jaar voor een 0,2 procentpunt hogere economische groei dan de 2 procent die in het CEP staat geraamd, en voor volgend jaar is dat effect zelfs 0,5 procent.

Ook de inflatieraming van 1,25 procent lijkt aan de lage kant, gezien de recente stijging van de olieprijs tot 15 dollar (het CEP hanteert 11,5 dollar) en de gerealiseerde inflatie van boven de 2 procent in januari en februari. De inflatieraming is een van de hoekstenen van het CEP, want hij werkt bijna overal in door. Een hogere inflatie dan geraamd heeft negatieve gevolgen voor de koopkracht en voor de reële loonstijging waar het CPB zich beducht voor toont gezien de stijging van de contractlonen in dit en volgend jaar.

Hoewel de consumptieve bestedingen wat afnemen, blijft de particuliere consumptie met 3,75 procent toenemen in 1999. Bij een zeer lage exportgroei en stagnerende investeringsgroei is het zo opnieuw de consument die cruciaal is voor de economie. Het CPB tekent aan dat er - afgezien van de contractuele besparingen zoals pensioenen - voorlopig sprake blijft van een negatieve vrije spaarquote van de Nederlander: hij geeft meer uit dan zijn inkomensgroei toelaat. Temidden van het groeiende Haagse pessimisme blijft de consument kennelijk bereid risico's te nemen. Met zijn internationaal afwijkende ramingen doet het CPB dat ook.

NOTA via www.nrc.nl/Doc