VN: Soedan moet slavernij bestrijden

De Soedanese regering moet meer doen om slavernij in het land uit te roeien, en een internationaal onderzoek mogelijk maken naar de omvang van de handel in vrouwen en kinderen. Dat heeft de speciale rapporteur van de Commissie van de Verenigde Naties voor de rechten van de mens, de Argentijnse advocaat en hoogleraar Leonardo Franco, gisteren gezegd tegenover de Commissie, die in Genève bijeen is.

In zijn toespraak zei Franco dat in het algemeen een ,,klimaat van angst en intimidatie'' heerst in het land, waar al 16 jaar een oorlog aan de gang is tussen het overwegend christelijke en animistische zwarte zuiden en het islamitische, Arabische noorden. Deze oorlog heeft, aldus Franco, inmiddels naar schatting 1,9 miljoen mensen het leven gekost; 4,5 miljoen mensen zijn ontheemd.

Franco zei dat alle partijen die bij het conflict zijn betrokken zich schuldig maken aan schendingen van de mensenrechten. Maar de regering en groepen die onder haar controle staat dragen de meeste verantwoordelijkheid.

De beschuldigingen inzake slavenhandel – een praktijk die volgens Franco door de oorlog is verergerd – gelden dergelijke bondgenoten van de regering. Khartoum gebruikt Arabische stammen uit het noorden, die bekend staan als muraheleen, om het transport per trein van militaire goederen naar de stad Wau te beschermen. ,,Als oorlogsbuit in ruil voor hun diensten krijgen de muraheleen de vrijheid om verwoestende aanvallen te lanceren tegen de burgerbevolking, met inbegrip van ontvoering van vrouwen en kinderen die naar het noorden worden meegenomen waar ze worden onderworpen aan dwangarbeid of andere omstandigheden die op slavernij neerkomen'', aldus Franco.

Vorige maand kwam het VN-kinderfonds UNICEF eveneens met beschuldigingen dat slavernij in Soedan toeneemt. Khartoum spreekt dit tegen. (Reuters, AP)