Suriname levert Bouterse nooit uit

Op het proces tegen Bouterse heeft de politieke val van de ex-legerleider waarschijnlijk geen invloed.

Het ontslag van Bouterse als Adviseur van Staat heeft naar het zich laat aanzien geen effect op zijn positie als verdachte van groothandel in cocaïne in het arrondissement Den Haag. Zijn benoeming in 1997 in de nieuw verzonnen functie had de bedoeling hem een zekere diplomatieke en dus onschendbare status te verlenen. Het was de eerste maatregel in een reeks waaruit moest blijken dat de regering Wijdenbosch het vervolgen van Bouterse beschouwde als het in de beklaagdenbank zetten van de Republiek Suriname. Justitieel kolonialisme, heette dat in Paramaribo.

Sinds 1997 heeft de regering Wijdenbosch op geen enkele wijze meer medewerking verleend aan rechtshulpverzoeken die Nederland – conform het bilaterale rechtshulpverdrag – heeft ingediend. De dagvaarding van Bouterse, die het Haagse OM begin dit jaar op een veelvoud aan manieren en adressen naar Suriname heeft gestuurd, is nooit officieel door de Surinaamse minister van Justitie aan de ex-legerleider betekend.

Als het ontslag van Bouterse werkelijk moet illustreren dat de Surinaamse regering de strafzaak-Bouterse niet langer als een politiek proces beschouwt, dan zou er vanaf nu weer uitvoering kunnen worden gegeven aan rechtshulpverzoeken. Zo is er weer een nieuwe dagvaarding onderweg. Het Haagse OM heeft op 22 maart namelijk bekend gemaakt dat men Bouterse van nog een drugstransport – een zesde – verdenkt. Dat nieuwe feit is nog niet officieel aan de verdachte bekendgemaakt.

Maar ook als de Surinaamse regering juridische samenwerking blijft weigeren, ziet het er niet naar uit dat verdachte Bouterse hiervan profiteert. De president van de Haagse strafkamer, B. Punt, zei vorige week terloops dat het OM gewoon kan volstaan met het per aangetekende post versturen van justitiële stukken aan Bouterse.

Onduidelijk is of de Surinaamse regering de verdedigingskosten blijft betalen van wat nu burgerverdachte Bouterse is. Het betalen van de advocatenkosten van A. Moszkowicz en zijn Surinaamse collega's werd door de Surinaamse Republiek gerechtvaardigd door te zeggen dat het ging om de vervolging van een Nationaal Leider. Nu de strafzaak door de vertragingsacties van Moszkowicz een slepende kwestie gaat worden, loopt Bouterse het risico zelf zijn verdediging te moeten gaan financieren.

Bouterse krijgt nu adviezen van de voormalige Surinaamse officier van justitie R. de Freitas. Hij voert samen met de Surinaamse ambassadeur in België Spier en de Surinaamse hoofdcommissaris van politie Hunsel een internationale campagne om de rechtmatigheid van de Nederlandse vervolging in twijfel te trekken. De Freitas is als adviseur in dienst van Wijdenbosch. Het is daarom zeer de vraag of De Freitas kan doorgaan met de verdediging van Bouterse.

Bouterse zal overigens ook zonder presidentiële steun veilig blijven in Suriname. Suriname levert geen eigen onderdanen uit. De Grondwet verbiedt dit.