Ondeugend `kunstefees' shockeert en amuseert

Het jaarlijkse `kunstefees' van Afrikaners in Zuid-Afrika beleefde vorige week zijn vijfde uitvoering. Op het eens zo brave festival shockeerden artiesten hun publiek ditmaal met ondeugendheden en `anargistische aksies'.

Wow, daar stond Dowwe Dolla! In de Banketzaal: hoogblonde haren, sexy zwarte glitterjurk en een rode lolly in haar mond. Wat een snoepje, zij deed haar toeschouwers smelten. En niet zomaar een dom blondje, ééntje met ambitie en talent. De schoonheid streeft er met haar programma Ereksie '99 naar bij de parlementsverkiezingen op 2 juni de eerste blondine president van Zuid-Afrika te worden. Dowwe Dolla, pseudoniem voor Margit Meyer-Rödenbeck, creëerde in haar éénvrouws cabaretshow een pastiche op de mannelijke lusten. Zij was een van de krakers op het Klein Karoo Nasionale Kunstefees, dat vorige week werd gehouden.

Oudtshoorn was een week lang als een cactus in de halfwoestijn Karoo. Wanneer de jaarlijkse `regen' van het festival neerdaalt, schiet het slaperige stadje in bloei. Kooplieden zetten hun kraampjes op, terrasjes gaan open, en de mensen leven op. Men eet oesters uit het naburige Knysna, drinkt er het lokaal gebrouwen Tollies bier of gaat `s avonds laat aan tafel bij De Fijne Keuken, waar de koks het motto huldigen: `benader de liefde en het koken met roekeloos genot'. En voor degenen die liever veilig de liefde bedrijven waren er condooms met ondeugende namen als Grootmeneer, Piet Pompies en Fieleflooi.

`Disdekselsopwindend' was het thema dit jaar. ,,Passie: `n harstogtiglike liefde, `n vlam wat hoog brand vir Afrikaans en die kunste,'' zo omschreef feesbestuurder Karen Meiring de kern van het festijn. Meer dan 100.000 kaartjes werden verkocht voor 239 evenementen, variërend van een popconcert in het stadion, Pippie Langkous voor de kinderen tot een lezing door Nederlandse, Afrikaner en Vlaamse schrijvers.

Meiring merkte op dat `de geest van het feest' nergens geëvenaard kan worden, maar ze beklaagde zich over het gebrek aan financiële ondersteuning door de overheid. Zoals elders zijn er in Zuid-Afrika maar weinig artiesten die zichzelf kunnen bedruipen, zodat een festival als dit sterk afhankelijk is van ondersteuning door borge (sponsors). De organisatie zelf kwam ook onder vuur te liggen omdat de blanken een te groot stempel op het festival zouden drukken, terwijl de kleurlingen, een belangrijke groep Afrikaanssprekenden van tussen de 3 en 4 miljoen mensen, er niet aan te pas kwam. Er waren inderdaad minder kunstenaars uit de gemeenschap van kleurlingen in het programma opgenomen dan voorheen. Wel openbaarden de anarchisten zich. Onder aanvoering van `Kropotkin' Pretorius versjteerden de jonge Afrikaner anargiste (jAa) een deel van het programma. Uitgerust met bivakmutsen, fopbrillen en -neuzen kondigden de oproerkraaiers op affiches niet bestaande uitvoeringen aan en zetten ze andere, met het predikaat `echt' betitelde kunstenaars, te kakken door de namen van hun uitvoeringen te veranderen. De anargiste zeiden zich te beijveren voor `behoud en heropbou van regte Afrikaner waardes'. De organisatie van het festival kon de grap wel waarderen, maar menig benadeelde artiest niet. De jAa traden in werkelijkheid maar één keer op in het chaotische stuk `Wrokstukke of O, my Afrikanerhart'.

De jazz op het festival was voorheen tamelijk onderontwikkeld, maar swingde dit jaar de pan uit. Een van de zalen was omgetoverd tot een ware jazz-arena, waar zwarte Zuid-Afrikaanse vedetten als Sylvia Mdunyelwa en Donald Thsomela het podium deelden met ras-Afrikaner als Nico Carstens en Johnny Fourie. Carstens is een fenomeen op zich. Sinds de jaren zestig vertolkt hij met zijn accordeon het Afrikaner levenslied naar analogie van de Havenzangers, maar in recente jaren maakte hij een opmerkelijke ommezwaai naar de jazz en ontwikkelde hij zich tot een Zuid-Afrikaanse Astor Piazzola in samenwerking met zwarte jazzmuzikanten.

Nederland had een kleine, maar kwalitatief hoogstaande deelname, gesponsord door de ambassade. De dansers Diane van Elshout en Frank Händeler voerden een pas de deux op, terwijl Oudtshoorn vol verrukking kennisnam van het optreden van de sopraan Elly Ameling. In de Nederduits Gereformeerde Moederkerk mengde haar nog altijd kristalheldere stem zich in een liederencyclus van Schumann en Schubert met de krekels buiten. Een amechtig Zuid-Afrikaans publiek lag aan de voeten van de 64-jarige diva. Kritiek kreeg ze ook, omdat ze, zoals een recensent het omschreef, de `omstreden cyclus van Schumann, die de onderdanigheid van de vrouw beklemtoont' zong. In een gesprek met Die Burger zei ze over haar programmakeus: `Het spijt me dat ik niet meer moderne muziek, vooral Nederlandse ten gehore heb gebracht. Toch vreemd hoe een mens naarmate je ouder wordt, voelt dat de tijd door je vingers glipt.'

Eén van de inheemse juweeltjes was het optreden van het Staatsdanstheatergezelschap in een drieluik Raka - Written in Blood - Zoo Biscuits. Vooral het eerste deel, naar het gelijknamige epos Raka, de aapmens, van de vermaarde Afrikaanse dichter/schrijver N.P. Van Wyk Louw (1906-1970), was een naturelle lust voor het oog. Minimale goudkleurige belichting, pure Afrikaanse muziek en de geoliede bewegingen van drie zwarte en twee blanke dansers. En een bronzen stem die declameerde:

Raka, die groot dier moet dood.

Raka, die aapmens, hy wat nie kan dink,

wat swart en donker is, van been en spier

`n lenige boog, en enkeld dier.

Raka, soos [zoals] vuil water wat opwolk

as [als] die magtige seekoei [nijlpaard] onder in `n kolk

Raka, die groot dier moet dood.

Elly Ameling en Pippie Langkous in Zuid-Afrika