Misrekening

Op 30 januari 1933 kreeg Adolf Hitler het kanselierschap over Berlijn en verre omstreken. De man die als geen ander zijn stempel op deze eeuw zette kwam niet aan de macht door verkiezingen, een grote volksbeweging of een staatsgreep, maar simpelweg door een foute gok van een handvol ultrarechtse politici.

Hitlers ster was eind 1932 duidelijk aan het dalen. Hij had bij de laatste verkiezingen twee miljoen minder stemmen gekregen, de economische crisis – de motor van zijn succes – begon af te nemen, en zijn bruinhemden bleven schreeuwerige buitenstaanders. Nog even, en de nazi's zouden wellicht zijn bijgezet als de zoveelste mallotige beweging uit de geschiedenis. Begin 1933 trad de conservatieve rijkskanselier Von Papen echter in overleg met Hitler om samen `links' voorgoed uit de regering te drukken. Zo konden de nazi's opeens doordringen tot het beschaafde, rechtse establishment en tot de kleine kring van de werkelijke machthebbers. De gevolgen zijn bekend.

Hoe reageerde de Nederlandse pers? Het Volk zag `eindeloze noodlottige perspectieven'. De NRC: `Grote doortastendheid is tot nog toe geen bijzondere eigenschap van Hitler gebleken.' De Telegraaf prees Hitler omdat hij `het bolsjewistische gevaar in Duitsland had vernietigd'. Ook de antirevolutionaire Standaard was tevreden: `De republiek van Weimar gaf veel te veel vrijheden, naaktgymnastiek en goddeloosheid namen toe, en van de vrijheid werd niets dan misbruik gemaakt.' Maar nog geen week later begon de muiterij op De Zeven Provinciën, en dat vond bijna iedereen heel wat belangrijker.