Miloševic zal de uiteindelijke confrontatie verliezen

De NAVO aarzelde geen seconde en veegde het bestandsaanbod dat Miloševic deed, van tafel. Jonathan Eyal sluit echter niet uit dat dit aanbod bedoeld kan zijn als een eerste stap om Joegoslavië voor een ramp te behoeden.

De Albanezen zullen niet langer genoegen nemen met autonomie binnen Joegoslavië

President Miloševic gedraagt zich naar verwachting: zijn jongste `vredesaanbod' heeft alle schijn van een ernstige poging om de oorlog te beëindigen, maar heeft in wezen niets om het lijf. Het komt aan geen van de Westerse voorwaarden voor een duurzame regeling tegemoet. En Belgrado komt zelfs met een nieuwe conditie: het stelt een toekomstige terugtrekking van Joegoslavische strijdkrachten uit Kosovo afhankelijk van de algehele verwijdering van NAVO-militairen uit de regio. Miloševic moet hebben geweten dat zijn bestandsvoorstel onmiddellijk zou worden verworpen. Maar hij had andere bedoelingen op het oog – zijn initiatief past in een verder reikende psychologische campagne die Joegoslavië nu voert.

Oproepen om de luchtaanvallen te staken tijdens het orthodoxe paasfeest dat komende vrijdag wordt gevierd, zijn de afgelopen dagen gedaan door Griekenland – een NAVO-lid dat van oudsher banden met Joegoslavië onderhoudt – en zoals te verwachten viel ook door Rusland. Door dit thema te kiezen en een eenzijdig staakt-het-vuren af te kondigen doet Miloševic een indirect beroep op de publieke opinie in deze twee landen, wat hem broodnodig propaganda-voordeel kan opleveren. Ook in eigen land levert het winst op. Enkele van de zwaarste nazi–bombardementen op Belgrado vonden plaats met Pasen 1941, en de pijn bij de plaatselijke bevolking zit nog altijd diep.

De NAVO hoeft echter geen wroeging te hebben voor haar resolute afwijzing van het aanbod. Zelfs al hadden Miloševic' troepen het bestand geëerbiedigd, dan nog waren de diverse paramilitaire groeperingen die de Albanese bevolking in Kosovo terroriseren gewoon doorgegaan met hun offensief.

De wezenlijke vraag is of het bestandsaanbod het eerste teken is van een breuk in het Joegoslavische verzet. Miloševic weet dat de militaire campagne tegen zijn land op het punt staat een andere wending te nemen. Er zijn nieuwe vliegtuigen gestuurd die onder alle weersomstandigheden kunnen opereren en dat, samen met de verheviging van de aanvallen met kruisraketten op overheidsgebouwen in Belgrado, brengt zijn land een ontzaglijke schade toe. Verder scheppen de NAVO-strategen moed uit het feit dat de publieke steun voor de operatie standhoudt in landen als Duitsland, Italië en de VS, die oorspronkelijk waren aangemerkt als potentiële zwakke plekken. En het belangrijkst is dat zich geleidelijk een nieuwe NAVO-strategie ontvouwt, die voorziet in het sturen van grondtroepen ter bescherming van de Albanezen.

Nu al is duidelijk dat het NAVO-commando bij de voorbereiding van de luchtacties een aantal cruciale fouten heeft begaan. De eerste was het tijdstip dat voor de operatie gekozen werd. De Westerse inlichtingendiensten beschikten al in september vorig jaar over betrouwbare informatie dat Miloševic een massaal offensief tegen de Albaniërs in Kosovo voorbereidde. Miloševic wist dat een eenmaal op gang gekomen guerrilla–oorlog tegen zijn regime vrijwel niet te onderdrukken zou zijn. Dus besloot hij het Kosovo Bevrijdingsleger in de kiem te smoren door het zijn morele en materiële voedingsbodem te ontnemen. Al maanden werd daarom in Belgrado gewerkt aan een krijgsplan waarvan een massale volksverhuizing deel uitmaakte. Interessant is echter dat het plan verzet ondervond van de toenmalige opperbevelhebber van de Joegoslavische strijdkrachten, generaal Momcilo Perisic, die tegenover NAVO-commandanten bedekte toespelingen over de kwestie wist te maken. Luchtaanvallen op dat ogenblik hadden wellicht een afschrikwekkend effect gehad en zouden een bij uitstek kwetsbaar Joegoslavisch leger hebben getroffen. Maar de regering van president Clinton werd geheel in beslag genomen door de impeachment-procedure in het Congres, terwijl een pas verkozen Duitse coalitieregering nog moest worden overtuigd van de noodzaak van een NAVO-operatie.

Afgelopen februari wist het opperbevel van de NAVO al dat een humanitaire catastrofe met luchtaanvallen alléén waarschijnlijk niet af te wenden zou zijn. Toch bleef de NAVO opgescheept met luchtaanvallen als enige strategie. De strategen in Brussel hoopten nog dat Miloševic op het laatste moment zou terugkrabbelen. Dat de leider van een betrekkelijk klein Europees land het machtigste bondgenootschap op aarde kon tarten en twee weken later nog in het zadel zat, heeft velen in Brussel verrast. En toen de verwachte catastrofe kwam, verdwaalden de NAVO-leiders in een doolhof van tegenstrijdige standpunten. Volhouden dat ze niet wisten dat mogelijk etnische Albanezen zouden worden verdreven, konden ze niet; immers, de aanvankelijke rechtvaardiging van de NAVO voor de luchtaanvallen was het streven ontheemding te voorkomen. Maar Westerse politici konden niet uitleggen hoe ze met alleen luchtaanvallen een humanitair doel dachten te bereiken, of waarom ze niet voor de nodige civiele infrastructuur zorgden om de verwachte stromen vluchtelingen op te vangen. Uiteindelijk werden de betrokken regeringen het eens over een plan om kool en geit te sparen: ze erkenden op de hoogte te zijn geweest van Miloševic' moordzuchtige plannen maar zeiden `verrast' te zijn door de `meedogenloosheid' van de Joegoslavische leider. Daarmee plaatsten ze zich in een onbehaaglijke positie waarin pas nu langzaam verandering komt.

Een grondoperatie tegen Joegoslavië wordt nog steeds uitgesloten, althans officieel. Westerse militaire planologen stellen – terecht – dat het geen zin heeft te dreigen met een grondoffensief zolang de daarvoor benodigde troepen niet ter plaatse zijn. Maar thans vinden wel gestage voorbereidingen voor zo'n offensief plaats, onder het mom van een operatie om de vluchtelingen in de buurlanden Macedonië en Albanië te beschermen. Intussen stelt het bondgenootschap zijn oorlogsdoelen bij: officieel streeft de NAVO nog steeds naar handhaving van het vredesakkoord dat in februari in Frankrijk is gesloten. Maar in de praktijk weet iedereen dat dat akkoord een dode letter is. Zelfs als Miloševic vandaag nog terugkeert naar de onderhandelingstafel, zullen de Albanezen niet langer genoegen nemen met de autonomie binnen Joegoslavië die hun aanvankelijk was beloofd. Toch moet de NAVO voorzichtig zijn met beloften van een onafhankelijk Kosovo, enerzijds omdat dat de publieke opinie in Macedonië tegen het bondgenootschap in het harnas zou kunnen jagen, anderzijds omdat Brussel nog altijd niet zeker weet of de Amerikanen wel troepen willen afstaan voor een groot offensief.

De verspreiding van vluchtelingen door heel Europa moet de Macedoniërs geruststellen, die zelf een Albanese minderheid kennen. Intussen is de toestroom van militairen naar de regio bedoeld om Westerse regeringen een scala aan mogelijkheden te bieden, waaronder mogelijke grensoverschrijdingen naar Joegoslavisch grondgebied teneinde `vrijplaatsen' voor de Albanezen te creëren. In wezen verdoezelt het bondgenootschap hiermee het onderscheid tussen een zuiver luchtoffensief en een grondoffensief – beide zullen vermoedelijk in de nabije toekomst plaatsvinden. Als dat gebeurt, zal Milosevic steeds meer grondgebied kwijtraken, en de oorlog met het Westen zal zich over lange tijd gaan uitstrekken. En intussen beseft de Joegoslavische dictator wel dat hij de uiteindelijke confrontatie moet verliezen. Wellicht is het bestandsaanbod dat Belgrado gisteren zo aarzelend heeft gedaan dus bedoeld als het begin van verder strekkende concessies, bedoeld om Joegoslavië voor een ramp te behoeden.

Jonathan Eyal is verbonden aan het Royal United Services Institute for Defence Studies in Londen.