`Macedonië belemmert hulp'

In Blace zaten gisteren nog vele tienduizenden verdreven Kosovaren. Vannacht zijn er duizenden overgeplaatst naar tentenkampen. Maar de kritiek blijft klinken.

Nazim Zekiri heeft bijna geen stem meer. Op een stoffige parkeerstrook enkele honderden meters van de grensovergang tussen Macedonië en Kosovo roept hij bij het vallen van de avond de vrijwilligers van El Hilall, een islamitische hulporganisatie, per megafoon op om te gaan vegen en ruimte te maken. ,,Er is een nieuwe lading voedsel in aantocht'', kondigt Zekiri aan. De helft van het terrein staat nog vol met stapels dozen babyvoeding, dekens en pallets met flessen water en een grote hoeveelheid beschermend kunststofmateriaal.

Het mag allemaal niet in één keer naar de overkant van de weg worden gebracht. Voor de hulpverlening aan de uit Kosovo verdreven vrouwen en kinderen, bejaarden en een naar verhouding gering aantal mannen in het dal langs de weg gelden regels die niemand precies kent. Mondjesmaat en met onregelmatige tussenpozen mogen de helpers van Zekiri enkele tientallen potjes babyvoeding of wat water naar de grensovergang dragen. ,,We zijn tegengewerkt, maar deze vrijwilligers laten zich niet stoppen, dat hebben we hiermee laten zien'', zegt de coördinator met iets van triomf. Hij laat met een schouderophalen in het midden wie nu precies de hulpverlening heeft dwarsgezeten. Duidelijk is wel dat er vanuit de Macedonische regering geen enkele steun voor de actie is gekomen. Achter Zekiri komt de grondmist op, de onafzienbare verzameling geïmproviseerde tentjes van kunststof wordt langzaam aan het oog onttrokken. Daartussen staat een lange rij gestalten en of er enige beweging in zit is niet goed te zien. Ze wachten om te worden geregistreerd en kunnen daarna terug naar hun plastic zeiltje.

Dit is de Macedonische kant van het dal bij Blace, waar tot gisteren 150.000 mensen, verjaagd uit Kosovo, waren beland. Hulpverleners gingen ervan uit dat aan de Servische kant nog eens 50.000 tot 75.000 vluchtelingen onder erbarmelijke omstandigheden de loop der dingen moesten afwachten. Of Macedonië de grens nu heeft gesloten of open heeft gelaten is onduidelijk, wel staat vast dat gisteren al velen met bussen uit het dal naar elders zijn vervoerd. In de grensstreek zijn nu acht kampen ingericht voor 60.000 personen.

De verjaagden in het dal werden bewaakt, door politie en leger, die zich hadden voorzien van een beschermend maskertje en plastic handschoenen. Er dreigden besmettelijke ziekten uit te breken, een onbekend aantal mensen stierf van uitputting.

Op deze dinsdagavond staan halverwege de weg tussen Blace en Brazda, waar de NAVO een hulpcentrum heeft ingericht, twee witte jeeps van de UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie. Naast de voorste staat UNHCR-chef J.Haggenbaum, die als een veldheer een van de konvooien gadeslaat. Hij heeft geen tijd om vragen te beantwoorden, stapt gehaast in en scheurt de rode bussen voorbij. Alsof hij zo duidelijk wil maken dat niet de NAVO, zoals het de afgelopen dagen toch even leek, maar de UNHCR nog altijd over de opvang van vluchtelingen gaat. Maar enkele uren later staat de helft van het uit twintig bussen bestaande konvooi nog altijd op dezelfde plek. De chauffeur mag blijkbaar de deuren niet openen, vrouwen met kinderen staan tegen de voorruit gedrukt. Hun ogen staren in het niets, niemand kent de bestemming.

Dat gold blijkbaar ook voor enkele honderden Kosovaren die eerder op de dag van Blace naar het vliegveld van Skopje zijn gebracht. Wanneer groepen naar gereedstaande vliegtuigen werden geleid klonk van tijd tot tijd hysterisch geschreeuw, mensen vielen flauw. Hulpverleners vertelden verhalen over gezinnen die gehalveerd waren, moeder en kinderen werden naar Turkije of naar Noorwegen overgevlogen, de vader of de grootouders zouden naar een sinds het weekeinde ingericht kamp bij Tetovo zijn overgebracht. Lang niet alle vluchtelingen zouden op deze wijze naar een beter onderkomen hebben gewild. Een coordinator -,,mijn naam is niet van belang'' - die de Turkse ambassade zegt te hebben geholpen bij de repatriëring, ontkent dat met klem. ,,De mensen die vandaag naar Turkije zijn gevlogen hebben daar allemaal voor gekozen. Ik heb een lijst met nummers van familieleden die ik allemaal af moet bellen om te zeggen dat ze er aan komen'', zegt hij. Op het papiertje dat hij laat zien staan twee nummers.

De Macedonische regering moet zich vandaag in het parlement verantwoorden voor de gang van zaken. Oppositieleider Abdurahman Aliti van de DPP - een van de partijen van de Albanese minderheid in Macedonië heeft het initiatief genomen. Hij windt er geen doekjes om: ,,De regering gedraagt zich onmenselijk tegenover de vluchtelingen. In feite is de grens gesloten, wat men er verder ook over zegt'', aldus Aliti. Hij noemt het een wrange zaak dat zoveel vluchtelingen spontaan bij particulieren zijn ondergebracht, sommige gezinnen nemen zonder aarzelen tien of twintig mensen op, terwijl de regering niets deed. ,,Er is voldoende opvangcapaciteit, allerlei vakantieparken staan leeg, de mensen zouden zo in de bungalows kunnen. Enkele jaren geleden zaten die huisjes vol Bosniërs en nu mag er plotseling niemand in.'' De airlift acht hij een slechte zaak. ,,Ze moeten allemaal hier blijven.'' Dat de opvang in Macedonië de stabiliteit zou bedreigen, schuift hij aan de kant.

Maar tegelijkertijd heeft Aliti wel onderstreept dat zijn Albanese aanhang zich juist nu rustig moet houden. ,,Dat is beter voor de interne verhoudingen, maar ik kan geen garantie meer geven dat het nog lang rustig zal blijven'', zegt hij bedachtzaam. Aliti heeft de hoop dat de ellendige situatie met een week aanzienlijk zal zijn verbeterd. Dan moeten de Kosovaren weer terug, onder bescherming van de internationale gemeenschap, maar vooral ook van het eigen Kosovo Bevrijdingsleger. Dat moet in staat worden gesteld zich beter te bewapenen. ,,Wij kunnen deze kwestie niet overlaten aan de internationale gemeenschap'', meent Aliti.