Lekke Haagse tramtunnel krijgt dubbele bodem

Na ruim een jaar van onderzoek denkt Den Haag de oplossing te hebben gevonden om de tramtunnel af te bouwen.

De aanleg van de tramtunnel in de binnenstad van Den Haag zal volgens ,,een unieke combinatie van technieken'' worden afgemaakt. Een zogenoemde `onderwater-stabilisatielaagmethode', waarbij onder water een drainagelaag en een betonnen laag moeten worden aangelegd, moet de uitkomst bieden om het karwei zonder verdere risico's te klaren.

Op 8 maart vorig jaar bleek dat op de Kalvermarkt de aangelegde waterremmende laag onder de tunnel, de zogenoemde groutboog, lek was geslagen. Per uur stroomde 140.000 liter water en zand de tunnelbak binnen. Het wegdek zeeg ineen en de trams die bovengronds reden moesten worden omgeleid. Het tunnelgedeelte werd volgestort met water.

Daarna volgde een periode van onderzoek, onderhandelingen en studie waarin de gemeente Den Haag, het ingenieursbureau SAT Engineering en de bouwer TramKom op zoek gingen naar oplossingen. Vorig jaar mei kondigden de partijen aan de tunnel af te bouwen onder luchtdruk.

Wethouder Meijer (Verkeer) kondigde toen aan ,,niet voor de goedkoopste'' oplossing te hebben gekozen, maar ,,wel voor de beste''. Achteraf bleek deze methode toch te kwetsbaar en te duur.

Een alternatief plan om de tunnel volgens de geplande methode af te bouwen met behulp van bemalingssystemen die water weg zouden moeten pompen als er lekken zouden optreden, leek vervolgens de oplossing te gaan worden. De betrokken partijen waren het al eens, maar de verzekeraars en de provincie Zuid-Holland (verantwoordelijk voor de grondwaterstand) weigerden akkoord te gaan. De risico's op nieuwe verzakkingen werden te groot geacht.

Het ingenieursbureau SAT Engineering ontwikkelde de afgelopen weken opnieuw een variant die gisteren als de oplossing werd gepresenteerd. De tunnel wordt eerst grotendeels ontgraven en onder water gezet om tegendruk te houden. Vervolgens moeten de bouwers onder water op de groutboog een drainagelaag van grind aanleggen die moet tegengaan dat zand door de mogelijke lekken de tunnelbak instroomt. Bovenop de die laag wordt vervolgens onder water een betonnen laag aangebracht. Als de constructie is uitgehard, wordt het water weggepompt en kan de definitieve vloer worden aangelegd.

D.G. Mans van ingenieursbureau SAT Engineering voorspelt dat de bouwwereld lering zal trekken uit de bouw van de tramtunnel. ,,De conclusie zal zijn dat groutbogen niet meer zonder aanvullende maatregelen zullen worden aangelegd.'' Een dure conclusie. Het uitvoeren van niet eerder voorziene aanvullende maatregelen betekent namelijk meerwerk voor de bouwer en meerkosten voor de opdrachtgever. Dat de tunnel aanzienlijk meer zal gaan kosten dan de aanvankelijk geplande 282 miljoen gulden, is duidelijk. ,,De prijsonderhandelingen met de aannemer kunnen worden gestart'', zei wethouder Meijer gisteren.

Ook de juridische strijd wie uiteindelijk zal moeten opdraaien voor de tegenvallers van miljoenen guldens die door het lek zijn ontstaan, is nog volop gaande.

Meijer zei gisteren ,,buitengewoon verheugd'' te zijn dat er een methode gevonden is om de tunnel af te bouwen. ,,De tunnel moet in ieder geval worden aangelegd. Anders moet de subsidie van het ministerie van Verkeer en Waterstaat worden teruggestort'', aldus Meijer. Die subsidie bedroeg 195 miljoen gulden.

De nieuwe variant, die nog moet worden uitgewerkt, kan op de voorlopige instemming rekenen van de verzekeraars en van Bouw- en Woningtoezicht.

Naar verwachting kan in het najaar de bouw volgens de nieuwe methode beginnen. De eerste tram moet in augustus 2001 vanaf het Centraal Station de 1.250 meter lange tunnel induiken, ruim anderhalf jaar later dan gepland.