`Kartelpolitie' ligt dwars bij fusie van RAI en Jaarbeurs

De voorgenomen fusie van de RAI en de Utrechtse Jaarbeurs is, voorlopig, gestuit op de Nederlandse Mededingingsautoriteit.

Hoe groot is de schade voor de Nederlandse economie als de fusie van de RAI in Amsterdam en de Utrechtse Jaarbeurs niet doorgaat?

De directies van beide beurscomplexen mogen dezer dagen het antwoord bedenken. Vorige week woensdag ontvingen zij een waslijst met vragen van minister Jorritsma (Economische Zaken). Het waren veel ,,kwantificeervragen'', zegt een woordvoerder van de RAI Group.

Begin maart hebben RAI en Jaarbeurs de minister gevraagd hun fusie goed te keuren op grond van het nationaal belang. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) had het samengaan van de twee grootste beursbedrijven in het land afgekeurd, omdat de combinatie een te overheersende positie op de Nederlandse beurzenmarkt zou krijgen. Het is voor het eerst dat de NMa, die sinds begin vorig jaar toezicht houdt op economisch misbruik, een fusie blokkeert. Wettelijk moet Jorritsma binnen acht weken reageren op het verzoek van RAI en Jaarbeurs. Binnenkort volgt een hoorzitting waar voor- en tegenstanders hun belang kunnen bepleiten.

De twee beursdirecties betogen dat de NMa alleen naar de Nederlandse markt heeft gekeken, terwijl hun samengaan juist nodig is om de internationale concurrentie het hoofd te bieden. Volgens S. Bierling, woordvoerder van NMa, zijn in het oordeel alle markten betrokken. ,,Wij kijken naar de markt die voor de zaak van belang is.''

Uit het NMa-onderzoek blijkt dat beide beursbedrijven samen meer dan de helft van de Nederlandse markt beheersen. Dat geldt voor de verhuur van hallen en de organisatie van beurzen. Juist in dat laatste, het bedenken van beursconcepten, ook wel titels genoemd, woedt internationaal een stevige concurrentie. Hallen kunnen nu eenmaal niet geëxporteerd worden.

Jaarbeurs en RAI, dat ook een meerderheid heeft in het MECC in Maastricht, hebben niet alleen veel vierkante meters hal, maar ook een ,,superieure'' ligging, betoogde de NMa. Het verweer van beide bedrijven dat beurzen in tent-accommodaties tot de relevante markt gerekend kunnen worden en hun dominantie dus meevalt, vond geen genade bij de NMa. De ligging van de hallen is niet louter een voordeel, zegt H. Klompenhouwer, directeur van de nieuwe Federatie van Beurs en Tentoonstellingsbedrijven Nederland. ,,De regionale beurzen zijn in opkomst. De mensen willen niet in de file staan.''

De FBTN organiseert alle partijen die enig belang hebben bij beurzen, inclusief de standbouwers. Klompenhouwer is behoedzaam over de fusie. Met het oog op de internationale markt is de operatie volgens hem van eminent belang. ,,Er zijn steeds meer Amerikaanse bedrijven die Nederlandse bedrijven overnemen. Voor de Nederlandse markt is het voor mij moeilijk een uitspraak te doen.''

RAI en Jaarbeurs zeggen dat ze samen 1,3 miljard gulden aan directe spin-off hebben in de vorm van activiteiten als standbouw en catering, waarmee 12.000 arbeidsplaatsen zijn gemoeid. Daarnaast wordt nog eens 1,4 miljard gulden besteed aan horeca en musea.

De vraag blijft wat er gebeurt als beide bedrijven niet fuseren. De suggestie om de organisatie van beurzen en de exploitatie van hallen te splitsen, is niet aan de orde, vinden beide directies.

Juist die combinatie is ,,uit een oogpunt van mededinging in hoge mate gevoelig'', aldu de NMa.

RAI en Jaarbeurs kunnen verwijzen naar de twee grootste partijen op de internationale beurzenmarkt, Reed-Elsevier en Miller Freeman. Beide bedrijven organiseren ieder internationaal 300 tot 350 `beurstitels' en hebben vestigingen in zo'n 25 landen. Hun sterke troef is hun band met markten, de vaardigheid van uitgevers. Tot nu toe hadden ze geen eigen expositieruimte, maar sinds dit jaar nemen ze beide deel in de bouw van ExCel, een Exhibition Centre in de Londense Docklands. De eerste fase, die in 2000 wordt afgerond, bestrijkt 90.000 vierkante meter. ExCel is dan altijd nog kleiner dan de beurs van Birmingham.

Jaarbeurs en RAI hebben nu samen bijna 300 titels en 220.000 vierkante meter brutto beursoppervlak; dat is zestig procent van de Nederlandse markt. Op de tweede plaats komt de Prins Bernhardhoeve in Zuidlaren met 40.000 vierkante meter.

De internationale activiteiten van Jaarbeurs en RAI zijn tot nu toe bescheiden. Nog geen tien procent van hun omzet komt uit het buitenland. Samen hebben ze in tien landen een vestiging, verspreid over Noord- en Zuid-Amerika, Azië en Afrika.

Ook als de fusie slaagt, kan de wereldtop Nederland ontgaan. Jimé Essink, sinds november vorig jaar `director international' van de Jaarbeurs en voorheen werkzaam bij OgilvyOne Connections en Miller Freeman, wees begin dit jaar op de noodzaak van flexibiliteit. ,,Een toonaangevende beurs kan bijvoorbeeld over tien jaar verplaatst zijn naar Azië. Hier zul je als media-exploitant op ingericht moeten zijn.''