Kans op vrede in Oost-Timor slinkt door nieuw geweld

De spanningen in de omstreden Indonesische provincie Oost-Timor zijn gisteren sterk opgelopen na berichten over een aanval door pro-Indonesische milities op kerkgangers in de stad Liquisa, waarbij 5 mensen werden doodgeschoten in of bij de pastorie. In de kerk zou zich nog een honderdtal mensen schuil houden.

Er is nog geen duidelijk beeld over wat zich precies heeft afgespeeld in Liquisa. Aanvankelijk maakte de Oost-Timorese bisschop Carlos Belo op gezag van een lokale legercommandant melding van een bloedbad in de kerk, waarbij aanvallers het vuur zouden hebben geopend en handgranaten gooiden. Daarbij zouden 45 mensen zijn gedood. Militaire woordvoerders hebben dat later ontkend.

Het incident in Liquisa, 30 kilometer ten westen van de Oost-Timorese hoofdstad Dili, volgt op een oproep van de Oost-Timorese verzetsleider Xanana Gusmão om de strijd te hervatten tegen de Indonesische `bezetters' van Oost-Timor. De Indonesische regering reageerde gisteren woedend op de oproep, die volgens een naaste adviseur van president Habibie de onderhandelingen over mogelijke onafhankelijkheid van Oost-Timor in gevaar brengt. Minister van Buitenlandse Zaken Ali Alatas beschuldigde voorstanders van onafhankelijkheid van het voeren van een ,,misleidingscampagne''.

De voormalige Portugese kolonie Oost-Timor werd in 1976 door Jakarta ingelijfd als provincie van Indonesië. De jarenlange impasse over de toekomst van het eilanddeel, waar de afgelopen 20 jaar mogelijk 200.000 mensen om het leven zijn gekomen door honger, ziekte en onderdrukking door de Indonesische strijdkrachten, werd afgelopen januari doorbroken toen president Habibie onverwachts de mogelijkheid opperde van een volksstemming om de 800.000 Oost-Timorezen te laten kiezen tussen meer autonomie binnen het Indonesische staatsverband en volledige onafhankelijkheid. De regering haalde verzetsleider Gusmão uit zijn gevangenis in Jakarta, waar hij een straf van 20 jaar uitzat wegens terrorisme, en plaatste hem onder huisarrest ten einde hem een rol te laten spelen in de gesprekken over de toekomst van Oost-Timor.

Aanvankelijk leken die gesprekken succesvol. Vorige maand had zelfs een verzoeningsgesprek plaats tussen Gusmão en João Da Silva Tavares, commandant van de pro-Indonesische milities in Oost-Timor. Maar met zijn nieuwe opdracht aan zijn guerrillaleger FALENTIL om ,,alle nodige stappen te nemen om het volk van Oost-Timor te beschermen tegen de moorddadige aanvallen van gewapende milities en de Indonesische strijdkrachten (ABRI)'' lijkt het doemscenario van een burgeroorlog, waarvoor veel waarnemers hebben gewaarschuwd, plotseling dichterbij te zijn gekomen. Gusmão wil zijn oproep alleen intrekken als Jakarta instemt met de komst van een internationale vredesmacht naar Oost-Timor. Directe aanleiding voor de oproep was een incident, afgelopen maandag in Mauboke, waarbij pro-Indonesische milities vier inwoners van die stad doodschoten. Volgens Gusmão treedt het leger onvoldoende op tegen die milities, genieten deze zelfs de protectie van delen van de strijdkrachten, en weigert de regering in te gaan op onder andere door oud-kolonisator Portugal gesteunde verzoeken om een vredesmacht van de VN.

Alatas verwerpt de beschuldiging dat de regering de onderhandelingen over Oost-Timor traineert. ,,We betreuren het dat, nadat we zoveel goodwill hebben getoond, en terwijl Portugal en onze lasteraars geen centimeter hebben bewogen, wij nog steeds worden afgeschilderd als degenen die de kansen vernietigen voor een vreedzame oplossing'', zei Alatas gisteren. (Reuters, AFP, AP)