Je moet hekel aan elkaar kunnen hebben

Mimoun Oaïssa speelt een jonge Marokkaan in `Angst en ellende in het rijk van Kok'. Dit stuk, dat morgen in première gaat, trapt niet alleen tegen de schenen van Marokkanen maar ook tegen die van homo's en andere minderheden.

Angst en Ellende in het rijk van Kok gaat over Nederland en helden wonen daar niet. Het angstigste personage van het door Ton Vorstenbosch en Guus Vleugel geschreven stuk is ongetwijfeld Aldo Schaafsma, een oudere homo die zich belaagd weet door buitenlanders: `Marokkaanse knullen. Vlak voor Albert Heijn kregen ze me in de peiling.' En wat gebeurde er toen? Ze scholden hem uit, die knullen, ze riepen `Vieze flikker!' Aldo is ervan overtuigd dat dit incident een opmaat vormt voor nog meer verschrikkingen; hij ziet de moslims al de grachtengordel binnendringen, massaal en onverbiddelijk op zoek naar te bestraffen zondaars. En Aldo kruipt onder het bed, en zijn souterrain verandert in een schuilkelder, en natuurlijk, denkt hij bevend, zullen ze hem hoe dan ook vinden.

Slechts één keer, tegen het einde, duikt er in het drama een Marokkaan op die ook voor het publiek zichtbaar is. De jonge verpleger Kariem maakt zulke geweldige angsten bij zijn patiënt Aldo Schaafsma los dat die uit zijn shock ontwaakt. En toch is Kariem het tegendeel van gewelddadig. ,,Kariem'', zegt Mimoun Oaïssa die bij Toneelgroep Amsterdam de verpleger speelt, ,,weerlegt het cliché op twee manieren. Hij is geen randgroepjongere, door Aldo zo gevreesd, en hij is homoseksueel. In feite is hij bang voor dezelfde mensen als die waar Aldo bang voor is. Dat is goed geschreven.''

Oaïssa, 24 en hetero, kan zich voorstellen dat je als homo een blokje omloopt wanneer je opgeschoten Marokkanen tegenkomt die duidelijk staan te intimideren. ,,Sommige Marokkaanse jongeren minachten en haten homo's en vallen ze werkelijk lastig. Iemands ideeën kun je niet zo gauw veranderen, maar schadelijke uitingen van iemands ideeën moet je aanpakken. Door degene die homo's bedreigt op zijn gedrag aan te spreken. Door degene die homo's in elkaar slaat te bestraffen. Volgens de wetten die we daar in Nederland voor hebben.''

Dat de islam hier de wetten gaat voorschrijven, de nachtmerrie van Aldo Schaafsma, dàt kan Oaïssa zich minder goed voorstellen. ,,Er zijn ongeveer vijfhonderdduizend moslims in Nederland en van hen zijn er zóveel die niks aan het geloof doen. Ook al zou er in Nederland een moreel vacuüm zijn, een roep vanuit de hele bevolking om harde regels en grenzen zoals het stuk suggereert, dan nog is men in Nederland te nuchter om zich door fanatieke fundamentalisten mee te laten slepen.'' Ondertussen klaagt Aldo in Angst en ellende...: `Je kan niks leuks meer aan. `t Wordt hier net Kaboel. Iedereen gedwongen rond te lopen in een jute zak.' Samen met zijn werkster Miep verdwaalt hij in een horrorvisioen waarin homo's hun seks is ontnomen en vrouwen bovendien hun werk, waarin de carrillons vervangen zijn door koranzangers en de straten gevuld met gesluierde slavinnen en hun bebaarde meesters. Ton Vorstenbosch en zijn vorig jaar gestorven levensgezel Guus Vleugel namen al schrijvend het risico om ruzie te krijgen met homo's en met moslims, met vrouwen en moslima's, met politici en de politie. Ze gaven hun stuk de ondertitel `Een satirisch pamflet' en de kunst, zegt Mimoun Oaïssa, is een balans te vinden tussen ernst en humor.

,,Laatst bij de repetitie sloegen we te veel door naar het serieuze. Om te toetsen wat wel en niet werkt heb je publiek nodig.'' Oaïssa, geboren in een gehucht in Noord-Marokko, houdt van de humor van het Nederlandse cabaret: ,,De platen van Freek de Jonge en Youp van `t Hek heb ik grijsgedraaid.'' Niet dat het cabaret zijn roeping was. ,,Ik wou profvoetballer worden; ik heb meegedaan aan een selectietraining van Ajax maar dat werd niks.'' Een boekbespreking – Kort Amerikaans van Jan Wolkers – liep uit op een complete act en de leraar zei tegen Mimoun Oaïssa: ,,Jij moet de toneelschool maar proberen.'' Daar werd hij, na een op migrantenjongeren toegespitste vooropleiding bij De Nieuw Amsterdam, aangenomen en dit jaar studeert hij af. Inmiddels zit hij al een jaar bij Toneelgroep Amsterdam, waar hij net als veel van zijn generatiegenoten een tijdelijk contract heeft gekregen. Hij is er voorlopig de enige allochtone acteur: opmerkelijk, gezien de veelkleurigheid van een stad waarvan het gezelschap een afspiegeling zou kunnen of moeten zijn.

,,Maar acteurs aannemen alleen omdat ze Marokkaans of Antilliaans zijn zie ik niet zitten. Welke Hollanders zou je dan weg moeten sturen?'' Bij Toneelgroep Amsterdam speelt hij niet alleen Marokkanen: daar zou hij gauw genoeg van krijgen. Hij heeft bewondering voor Griekse tragedies, Tsjechov, Shakespeare en Albee. ,,Albee geeft de dimensies van een Griekse tragedie weer in zijn eigen tijd. Het is groots, scherp geschreven, herkenbaar, met diepte. Het beste toneel rust op drie pijlers: op maatschappijkritiek, vermaak en rituelen. Bij Toneelgroep Amsterdam proberen we daarop te letten.''

Er schiet hem een gesprek te binnen dat hij met zijn moeder voerde. ,,Zij dringt er steeds op aan dat ik nu maar eens moet trouwen. Op een dag zegt ze, half lachend: `Acteurs zijn haast allemaal zó'– het woord homoseksueel durfde ze niet te gebruiken – `maar jij bent toch níet zo, hè? Je pa en ik zeggen wel: Mimoun moet met een Marokkaanse trouwen maar ik heb liever dat je met een Nederlandse vrouw gaat dan met zó eentje.' Ik zeg: `Straks bel je me op en eis je: `Denk erom dat je alleen thuiskomt met een Marokkaanse vent!' Zo scheren we grappend over de problemen heen; we zeggen elkaar nooit direct onze mening. Ik ben nu nog volop m'n eigen weg aan het zoeken maar hopelijk komt er een tijd waarin ik de kloof tussen mijn ouders en mij kan helpen dichten.'' De discussie over integratie en over normen en waarden in Nederland mag wat hem betreft best heftiger worden gevoerd.

,,Misschien gebeurt dat naar aanleiding van dit stuk! Laat mensen maar zeggen wat ze vinden, dan kunnen we aan een oplossing werken. Marokkanen, inclusief degenen die wèl mee kunnen komen, mogen ook best eens kijken wat er mis is in hun eigen groep. De echte criminelen die je in elke groep hebt zijn niet te redden maar de slecht geschoolde, onwetende jongeren wel. En verder is de multiculturele samenleving geen tuinfeest waar Surinaamse muziek gedraaid wordt en Indonesische hapjes worden rondgedeeld, waar Nederlandse dames buikdansen en Marokkaanse op de kunstijsbaan schaatsen. Je moet ook lekker een hekel aan elkaar kunnen hebben. Zolang je elkaar niet te lijf gaat.''

Angst en ellende in het rijk van Kok. Stadsschouwburg, Amsterdam, t/m 10/4 en 14 t/m 16/5. Voorbesprekingen 10/4 (met Gerardjan Rijnders) en 14/5 (met Ton Vorstenbosch), aanvang 19u15. Tournee t/m 30/5. Res. (020) 624 2311.