Italië `voor én tegen' NAVO-acties

De Italiaanse premier Massimo D'Alema zit in het nauw. Zijn centrum-linkse achterban zet grote vraagtekens bij de NAVO-acties of wijst ze regelrecht af. Maar de premier vindt dat Italië in de pas moet blijven lopen. Uit solidariteit met de NAVO, maar ook voor het land zelf.

Geen enkel NAVO-land ervaart de acties tegen Servië zo direct aan den lijve als Italië. De bulderende straaljagers zijn hier geen tv-beelden, maar dagelijkse, oorverdovende herinneringen dat bases in Noord- en Zuid-Italië een essentiële rol spelen in de acties. Langs de stranden in het zuiden, waar rondom deze tijd van het jaar normaliter de eerste toeristen zitten, staat nu luchtafweergeschut tegen eventuele Servische tegenacties. En iedere dag kloppen er in dorpjes in het zuiden vluchtelingen uit Kosovo aan de deur, soms drijfnat van de overtocht.

,,Na de Verenigde Staten zijn wij het land dat de grootste inspanning verricht'', zegt stafchef generaal Mario Arpino. Hij verklaart dat met een zekere trots, maar weet dat hij daar niet te veel over kan uitweiden. Het onbehagen over de NAVO-acties groeit met de dag.

Omdat zijn politieke speelruimte erg klein is, was premier Massimo D'Alema gisteravond de laatste NAVO-leider die reageerde op Miloševic' aanbod voor een bestand. Hij wilde eerst bellen met Bonn en Parijs. De reactie die uiteindelijk kwam, was dubbelzinnig: het aanbod was ,,onvoldoende'', maar wel ,,een eerste stap'' waarover de Atlantische raad meteen zou moeten praten. Tot nu toe heeft D'Alema dreigende politieke crises weten te voorkomen. Hij heeft een aantal gebaren gemaakt, zoals een bezoek zaterdag aan kardinaal Angelo Sodano, de `premier' van het Vaticaan. Hij heeft zijn steun uitgesproken voor een bijeenkomst van de G-8 en laat weten met belangstelling de geplande reis naar Belgrado van de communistische voorman Armando Cossutta te zullen volgen.

Maar in de toespraak die hij vorige week hield op alle tv-zenders, in zijn commentaren en in zijn analyses stelt D'Alema steeds één punt voorop: Italië zou zichzelf schade berokkenen en internationaal ongeloofwaardig worden als het nu de NAVO-rijen doorbreekt.

,,Wij zijn geen grote macht, maar we zijn een belangrijk land'', zei D'Alema in het parlementaire debat over de NAVO-acties. ,,We zouden ook nÍet kunnen deelnemen aan de militaire acties: maar dat zou alleen betekenen dat we met ons eigen geweten in het reine komen. Dat is te weinig, echt te weinig, voor een groot Europees land.''

We moeten wel vuile handen maken om internationaal mee te tellen, houdt D'Alema zijn politieke vrienden voor. Zo probeert hij zijn coalitie mee te trekken. Maar de tegenkrachten zijn sterk. Italianen zijn weinig oorlogszuchtig, omdat ze niet in extreme oplossingen geloven. Bovendien denken weinigen hier in strategische termen van algemene belangen die desnoods met wapens verdedigd moeten worden.

,,Italië is nooit een natie van oorlogszoekers geweest, en dat strekt ons tot eer'', zegt generaal Arpino. Anderen kunnen dat lafheid noemen, ,,maar wij weten dat dit juist onze kracht is: dat we geen arrogant, overheersend volk zijn''.

Binnen de centrum-linkse coalitie overheerst het pacifisme. De Italiaanse Volkspartij, de voormalige christen-democraten, luistert met grote interesse naar het Vaticaan, waar het bestand van Milosevic ,,een belangrijke stap'' is genoemd die verdere aanmoediging verdient.

Ter linkerzijde wordt door de Italiaanse communistische partij, de groenen, en de linkervleugel van D'Alema's eigen Linkse Democraten veel gesproken over de strijd tegen Amerikaans imperialisme. In dit kamp worden de Verenigde Staten ervan beschuldigd te streven naar wereldhegemonie. Washington wil de Russen aanpraten dat ze niet meer meetellen, probeert de Verenigde Naties buitenspel te zetten, en wil Europa onder de duim houden - juist nu het meer economische en politieke eenheid begint te vertonen, zei de communistische minister van Justitie, Oliviero Diliberto, gisteren.

Dergelijke commentaren en de politieke koorddanserij van D'Alema geven de politiek in Rome een verwarde indruk. ,,Wij zijn een land dat voor en tegen de bombardementen is, we zijn voor de oorlog en voor de vrede, we zijn voor Kosovo en voor Servië'', zei oud-president Francesco Cossiga, die veel kritiek heeft op zijn communistische en groene coalitiepartners. ,,Alleen een Italiaans genie kan zoiets in elkaar smeden. Ik vind dat laaghartig.''

Het kabinet besteedt nu veel aandacht aan de opvang van vluchtelingen in het noorden van Albanië. Italië had als eerste land militairen en officiële hulpverleners van de afdeling Bescherming Burgerbevolking ter plaatse, en D'Alema bracht op eerste paasdag een bezoek aan het gebied. Het is behalve een humanitaire impuls ook een politieke vlucht vooruit, want daarover is de coalitie het tenminste eens.