Israel voelt zich gedwongen VS te steunen inzake Kosovo

Aan het gestamel van de Israelische politiek over het ingrijpen van de NAVO tegen Servië is gisteren onder druk van de geëmotioneerde publieke opinie een einde gekomen. Met de algemene verkiezingen in het vooruitzicht achtte premier Benjamin Netanyahu het opportuun met de stroom mee te gaan. ,,Israel steunt de NAVO'', zei hij. Het is niet zijn stijl om in de verkiezingscampagne tegen diepe gevoelens onder de kiezers in te gaan. Ook minister van Defensie Moshe Arens, die de signalen van Amerikaanse woede over de afzijdigheid van zijn naaste bondgenoot Israel inzake de interventie van de NAVO opving, schaarde zich gisteren aan de kant van de VS en de hunnen.

Om interne en externe redenen heeft Israel het zorgvuldig volgehouden onderscheid tussen de politieke en humanitaire dimensies van de crisis op de Balkan moeten loslaten. Het bleek uiteindelijk ondoenlijk zich te beperken tot het zenden van een militair veldhospitaal, voedsel en kleding naar de Albanese vluchtelingen zonder politieke stellingname. Minister van Buitenlandse Zaken Sharon gaf het echter gisteren in een radio-vraaggesprek vanuit de VS nog niet op. Medeleven met het lot van de verdreven Kosovaren mag volgens hem niet worden verward met de politieke gevolgen van deze met Servisch geweld in werking gezette volksverhuizing. Sharon vreest dat uit de menselijke ellende op de Balkan een Groot-Albanië zal worden geboren dat als een moslim-terroristische staat een ernstige bedreiging wordt voor de Europese veiligheid – en daardoor ook voor Israel. Netanyahu corrigeerde later op de dag de uitspraken van Sharon en zei dat deze niet met zijn ideeën overeenstemmen.

De indruk bestaat dat Israel op warmere betrekkingen met Rusland aanstuurt om Moskou te bewegen af te zien van militaire en nucleaire hulp aan Iran. In ruil daarvoor zou Israel zijn invloed in het Congres in Washington kunnen aanwenden om bepaalde economische sancties tegen Rusland op te heffen. Israel heeft zich kennelijk onder andere zo lang mogelijk van steun aan het NAVO-offensief tegen Servië willen onthouden om de prille verstandhouding met Moskou, dat achter Servië staat, niet te bederven. Deze afwachtende houding is tegen de achtergrond van de dimensie van de menselijke tragedie in Kosovo vastgelopen op steeds luidere kritiek vanuit het binnenland en vanuit de joodse diaspora en op Amerikaanse verontwaardiging.

Eli Wiesel, de joods-Amerikaanse Nobelprijswinnaar en het `joodse geheugen van de Holocaust', gaf gisteren in een artikel in Yediot Ahronot uitdrukking aan zijn ergernis over de Israelische politiek inzake Kosovo. ,,In het algemeen ben ik zeer behoedzaam in het kritiseren van Israel omdat ik er niet woon'', schreef hij. ,,Maar de eerste aarzelingen van de Israelische regering over het gebeuren in Kosovo ergerden me. Israel is een joods land en moet als zodanig gevoelig zijn voor het lijden van anderen. Hoe kan het joodse volk in hemelsnaam zwijgen nadat wij diegenen waren die schreeuwden (om hulp) en de hele wereld zweeg?''

In de media hebben publicisten en politici Netanyahu de afgelopen dagen gegeseld over zijn neutraliteitspolitiek. In de krant Ha'arets schreef een bekende publicist gisteren dat het niet te begrijpen is dat Israel zich neutraal opstelt en de VS onvoorwaardelijke steun onthoudt om een nieuwe volkenmoord te verijdelen.