Iedereen mag disco binnen

Wie weet dat er op de woorden 'don't leave me this way' de kreet 'oooh baby' volgt en haar vingers al de lucht in priemt omdat ze weet dat 'up into the sky' de tweede regel is van 'Fly Robin Fly', is in de jaren zeventig naar de disco geweest, al was het vast niet naar Studio 54 in New York, in die jaren de disco der disco's, waar je alleen naar binnen mocht als je beroemd was of mooi genoeg om alleen op grond daarvan beroemd te worden. De disco is nu een film geworden, en dus krijgen lelijke eendjes en andere pechvogels eindelijk de kans om binnen te treden in - een teleurstelling. Want regisseur Marc Christopher is erin geslaagd zijn debuut over de club zo tam te maken als op een feest uit vrije wil in de rij staan voor de wc als je weet dat daar niets anders te doen is dan lippen stiften. Zelfs toch nog steeds dampende muziek als 'Knock on wood' of 'Spank' doet je niet in je stoel swingen, de lurex jurkjes laten even koud als de blote basten van de barkeepers.

We mogen de Studio in met Shane O'Shea, een jongeman die volgens een oudere dame die zich verderop in het verhaal aan hem vergrijpt het lichaam heeft van Michelangelo's David en het gezicht van een Botticelli - mij leek het wel een geschikt model voor een mannelijke opblaaspop. Shane (Ryan Philippe), een arbeiderszoon uit New Jersey, brengt het in verhaaltje dat in onbenulligheid Paul Verhoevens Showgirls naar de kroon steekt, tot barkeeper die Grace Kelly champagne mag serveren. Maar seks, drugs en disco maken hem uiteindelijk niet gelukkig, net zo min als roem en geld.

Misschien was Studio 54 (originele titel: 54) onderhoudender geweest als regisseur Christopher niet zo neerbuigend had gedacht dat zijn publiek alleen de disco in durft aan het handje van een barkeeper die niet weet wie Andy Warhol is, een garderobejuffrouw die zangeres wil worden en een glazenophaler die de baas niet wil pijpen omdat hij getrouwd is. Laat ons eendjes ons nu we toch binnen zijn nou eens met Bianca Jagger, Brooke Shields of een andere habitué vereenzelvigen - de celebrities die het zout in de pap van de disco waren, komen nu niet eens in beeld, alsof Christopher te bedeesd was om hen door acteurs te laten spelen. Alleen Warhol is even op de rug te zien, en in de eerste scène in de disco zakt een als engel verkleed jongetje van het plafond naar beneden als cadeautje voor Truman Capote. Bij de aftiteling verschijnen een paar echte foto's.

Studio 54 fleurt op als Steve Rubell in beeld is, de eigenaar van de club, die vals en flemerig genoeg gespeeld wordt door de komiek Mike Myers om het wel en wee van de gastenlijst spannend te houden en een scène waarin hij thuis op bed door zijn die avond verdiende dollars rolt niet al te melodramatisch te maken. Lang mag Rubell de show niet stelen in zijn glitterparadijs, want de film is opgezet als één lange flashback, en daardoor is al snel duidelijk dat 'this party isn't meant to last'. Doe dus maar snel de lichten aan.

Studio 54 (54). Regie: Mark Christopher. Met: Ryan Philippe, Mike Myers, Salma Hayek, Breckin Meyer, Neve Campbell. In: 11 theaters.