Christine Schäfer heeft lef

Ook klassieke muziek kent taboes. Schaars zijn de zangeressen die het aandurven een vanuit mannelijk perspectief geconcipieerd werk als Schumanns liedcyclus Dichterliebe uit te voeren. Problemen liggen immers aan de oppervlakte, morrende tegenwerpingen voorop de tong van het publiek.

De Duitse sopraan Christine Schäfer deed gisteravond tijdens haar recital in de kleine zaal van het Concertgebouw elk bezwaar op de lippen besterven. Zij interpreteerde, zong, en won de eerbied die een zangeres met durf, vocale toptechniek en intelligentie toekomt wanneer een dergelijke onderneming ondanks alle inhoudelijke obstakels niet alleen overtuigt, maar ook ontroert. Sekse en stemhoogte vervagen dan tot vorm, superieure inleving vertaalt de inhoud.

In de wereld van het lied is de Dichterliebe een heilig ijkpunt, een toetssteen van veelzijdigheid voor het overdragen van het spectrum aan emoties dat in de zestien liederen passeert. Slechts de grillige en wat gewild vernieuwend aandoende ritmiek hinderde in de Dichterliebe van Schäfer en pianist Eric Schneider. Schäfer benutte de onbegrenste mogelijkheden van haar flexibele sopraan voor een weergave van Ich grolle nicht waarbij dramatiek in trots meetrilde. Eric Schneider zette daarbij de inhoud van de liederen aan met extreme en dus weinig subtiele dynamiek en tempi, en boette met foute noten.

In Apparition, Elegiac songs and vocalises van George Crumb (1929) kwam de prominente rol die Schneider in Schumann ten onrechte vasthield hem rechtmatig toe. Crumb zette de duistere teksten van Walt Whitman om in toegankelijk idioom, maar de piano moet worden bespeeld, beklopt en in de klankkast aangetokkeld. Schneider ontdeed zich van zijn jasje en kweet zich met verve van de gevraagde opdrachten.

Crumb benut de stem even onconventioneel als de piano, maar Christine Schäfer slaagde er met onvergetelijk en terecht extatisch bejubeld overwicht in overtuigend mooi te zingen in de oosters getintte melismen van het eerste lied, en haar stem vervolgens aan te wenden voor een fascinerende ornitologische catalogus – van de pittig rollende tong-r van de verklankte summersounds (vocalise 1) tot de zoel koerende klinkerklanken van de nightbird (vocalise 2).

Dat Schäfer zich staande hield in de tegengestelde muzikale omniversa van Schumann en Crumb zegt alles over het potentieel van haar stem. De combinatie van lef en perfectie is al niet dik gezaaid, maar Schäfer beschikt bovendien over een timbre dat met behoud van een natuurlijke klank kan laveren tussen vulkanisch rollende dramatiek en een angelieke, föhnige zachtheid.

Concert: Christine Schäfer (sopraan), Eric Schneider (piano). Gehoord: 6/4 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 13/4 20 uur.