`Bouterse heeft alles verziekt in dit land'

De door Suriname ontslagen Adviseur van Staat Desi Bouterse staat in Nederland terecht voor cocaïnehandel. Maar ook in Suriname zelf wordt de doorvoer van drugs bestreden.

Negen bolletjes cocaïne, meer kreeg Sandra niet naar binnen. ,,Anderen slikken 75 bolletjes, Ik heb er geen talent voor'', zegt ze.

Sandra, een creools meisje van achttien jaar uit de Bijlmer, kijkt op het politiebureau Nieuwe Haven van Paramaribo tussen kasten vergeelde drugsdossiers naar NBA-basketbal. De eerste schrik van de arrestatie is eraf. Gisteren heeft ze het laatste bolletje uitgepoept, bij elkaar was het maar 6,1 gram.

De militaire politie zag dat ze haastig uit een auto werd geduwd bij vliegveld Zanderij. Ze was erg zenuwachtig. Een beetje dreigen met ,,maagfoto's'' en laxeermiddel hielp, de onervaren Sandra sloeg door. Ze had beter kunnen zwijgen, dan hadden de agenten haar alsnog op het vliegtuig gezet en de douane op Schiphol getipt. Hier staat Sandra een jaar of wat te wachten op een stapelbed in een kleine, zweterige cel.

Het is een treurig cliché-verhaal. In de Bijlmermeer loopt Sandra vorig jaar weg van haar moeder, zelf een veterane in de cocaïnesmokkel. Op bezoek bij haar eveneens smokkelende familie in Paramaribo ontmoet ze de 22-jarige Ramon. ,,Hij had geen vriendin, zei hij. Later ontdekte ik dat hij wel een vriendin had. Maar dan zei hij: meisje, ik hou alleen van jou, wij gaan goud maken samen. Ik zou zevenduizend gulden krijgen voor 65 bolletjes. Hij had mijn hersens gespoeld.''

Meisjes als Sandra krijgt de Surinaamse narcoticabrigade wekelijks binnen. Ze slikken bolletjes cocaïne, tapen het om het lichaam of verstoppen het in hun bagage. ,,Bij elke vlucht pakken we er een paar'', zegt een Surinaamse commissaris. ,,Op Schiphol pakken ze er nog eens vijf. Soms sturen ze een paar man vooruit; die arresteren we dan terwijl de jongens met de grote ladingen doorlopen. Ik ga ervan uit dat op veel KLM-vluchten vijftig kilo naar Schiphol wordt verscheept door vijfentwintig tot veertig koeriers. Als daar vijf kilo van wordt onderschept, doe je nog steeds goede zaken.''

Grotere vissen dan Sandra zijn moeilijker te vangen. Soms pakt de politie een dealer met zeventig kilo, maar dat gebeurt zelden. Een paar weken geleden was er een mazzeltje: huiszoeking bij verdachte R. leverde een nauwkeurige boekhouding van koeriers op, met data en hoeveelheden. Een agent zit al dagen oude passagierslijsten van de KLM te vergelijken met dat logboek.

,,Ik zou het mooi vinden als we Desi Bouterse konden arresteren'', zegt een agent. ,,Ze zeggen dat Nederland een politiek showproces tegen hem voert, maar het is zuivere koffie. Die man zat erbij, die man zit er nog steeds bij. Hij heeft alles verziekt in dit land.''

De Surinaamse narcoticabrigade, zestien man sterk, heeft een moeilijke taak. Jaarlijks wordt zo'n 300 kilo cocaïne onderschept; in Nederland zou dat een middelgrote vangst zijn. Uitgaande van de Interpol-norm dat tien tot veertien procent wordt onderschept, gelooft de commissaris in een jaarlijkse doorstroom van drieduizend kilo richting Europa, al erkent hij dat die schatting rijkelijk optimistisch is. Volgens andere schattingen gaat jaarlijks dertigduizend kilo naar Europa via de drie Guyana's – Brits Guyana, Frans Guyana en Suriname.

Jagers en vissers zagen vorig jaar 128 onbekende vliegtuigjes in het binnenland landen, waarschijnlijk een fractie van het geheel. Toen in 1995 een vliegtuig bij toeval in handen van de politie viel – er waren brandstofproblemen – was er twaalfhonderd kilo cocaïne aan boord. Op die aanvoer heeft de politie geen greep. Als de politie een uitstapje naar de jungle waagt, is dat om andere redenen. De agenten vertellen met glimmende ogen over hun uitstapje van vorige week, toen ze bij de Poederberg 1,5 hectare marihuana oogstten en met dieselolie verbrandden. Een bosnegerplantage. ,,Altijd ver van het dorp, hè. Niemand in de buurt te bekennen. Maar het was hartstikke leuk. Over beekjes klauteren, lekker wandelen.''

De Surinaamse narcoticabrigade zit in een vleugel met kale hokjes bij politiebureau Nieuwe Haven. Ze doen aan drugsbestrijding in een land waar de prominenten van de regerende partij NDP in Nederland verdacht worden van cocaïnesmokkel. Ze zien overal witte paleizen met dikke muren, bewakers en zwembaden verrijzen, ze zien volksjongens opeens in dure terreinwagens of Mercedessen rondrijden.

Negen jaar geleden werd inspecteur Herman Gooding nog door militairen doodgeschoten nadat hij een grote partij cocaïne had onderschept. Het onderzoek naar de moord stuitte, zoals het heette, ,,op blinde muren''. Bedreigingen zijn nog altijd normaal, verleidingen ook. Een agent wijst op een foto, waar hij staat te grijnzen tussen zeven collega's: de Surinaamse narcoticaploeg van 1996. ,,Drie zijn er nu weg. Twee zijn gezien met dealers, één verprutste een zaak op verdachte manier. Mij is ook eens honderdduizend Nederlandse gulden aangeboden.''

Toch is er vooruitgang, denkt de commissaris. Internationale contacten en drugsverdragen zijn een steun in de rug: ze geven enige bescherming, dwingen de regering de wetgeving te verscherpen. Zo kunnen pas sinds begin dit jaar in Suriname mensen worden veroordeeld wegens samenspanning tot drugssmokkel. Daarvoor kon dat alleen als ze in bezit waren van drugs. `Pluk ze'-wetgeving is de ideale volgende stap. Deze week kwam ook de eerste Surinaamse undercover-actie voor de rechter. Nederlandse kenners zullen de wenkbrauwen fronsen wanneer ze vernemen dat overste Melvin Linscheer de operatie leidde. Linscheer wordt een hoofdrol toegedicht in het veronderstelde Suri-kartel van Desi Bouterse. Maar toch. Een 35-jarige Colombiaan en een 40-jarige Braziliaan, die volgens de politie in opdracht van de Colombiaanse guerrillabeweging FARC werkten, kwamen cocaïne ruilen voor wapens. Linscheer stelde honderdvijftig A-K vuurwapens beschikbaar voor de operatie, ene Tjokro sloot de deal. Nadat 61 kilo cocaïne was geruild voor wapens, volgde een wilde schietpartij en werden de verdachten ingerekend. ,,Nu maar zien of de rechter dit goed vindt'', zegt een narcotica-agent.

Volgens de verdachten in de zaak was de deal één kilo cocaïne voor één wapen. Die spotprijs wijst op de aanwezigheid van een grote voorraad in Suriname, die wacht op verscheping. De plaatselijke tarieven zijn er ook naar. Een `pit' crack, de rookbare, zwaar verslavende cocaïnevariant, kost vijfhonderd Surinaamse gulden, één Nederlandse gulden. Een gram kost een tientje. In Nederland betaal je daarvoor 75 gulden.

Onder de jeugd is crack roken allang niet meer ongewoon. De Rotaryclub heeft nu weliswaar een posteractie over `Jocki de Junkie', maar de beschaafde elite ziet drugsverslaving toch vooral als westerse zaak. ,,Er zijn wat rijke jongelui die cocaïne snuiven'', denkt een oudere intellectueel. ,,Maar een probleem is het niet echt, die drugs.''

Toch zijn junkies eenvoudig te vinden in Paramaribo, en niet gering in aantal. Je ziet ze bij de Centrale Markt bedaard trekjes nemen uit de crackpijp, naast de bosnegervrouwen die knollen en groente verkopen. Bij een rotte steiger achter de hal liggen twintig mannen bij zonsondergang te basen. Een jonge agent geeft er één een paar klappen en dwingt de rest languit op de grond te gaan liggen voor fouillering. De oogst is mager: wat crackpijpjes, een `pit' cocaïne. De agent vermorzelt het onder zijn hak. ,,Ik hoor hier niet, ik moet hier weg, dit zijn slechte mensen'', jeremineert een creool die kennelijk bij de politie in de smaak wil vallen.

De crackconsument heeft het voor het uitkiezen in Paramaribo. Caatjes Place. De Crommelinstraat. Rookhokjes in een achtertuinen. Een minidorp van een honderdtal bosnegers op een achtererf; hele gezinnen in golfplaten hokjes van drie bij vier. Twee bakstenen keetjes bij de Surinamerivier. En, 24 uur per etmaal open, de Hirasinghstraat, een lange rij krotten van ongeverfd hout. In de rook van een huisvuilverbranding staat een magere jongen met grote ogen heen en weer te wiegen. Hij glimlacht dwaas.

Langs de straat oefenen groepjes creoolse jongens in broeierig kijken. Hier en daar staat een loket: een plank met vijf pakjes sigaretten. ,,We weten dat ze iets anders verkopen'', zegt de agent. ,,Je vindt alleen wat bij een grote actie. Zo snel we hier de straat binnenrijden, weten ze aan de andere kant dat de politie gaat komen.'' Eén dealer blijkt toch niet helemaal op de hoogte. Hij probeert de agenten crack te verkopen, totdat hij de portofoon op de heup ziet en verstijft. ,,Ik dacht dat u iemand anders was'', stamelt hij. De agenten gieren van het lachen.

Suriname is een tussenstop geworden in het cocaïneverkeer tussen de Andes-landen en Europa, en onderweg wordt steeds meer gemorst. ,,Ik probeer de nette mensen in dit land het gevaar op de volgende manier uit te leggen'', zegt de commissaris. ,,Tien jaar geleden hoorde je dat iemand in dit land bezig was met drugs, zes jaar geleden was het iemand in je wijk, vier jaar geleden iemand in je straat, twee jaar geleden je buurman, morgen zijn het je kinderen. Maar het gaat langzaam.''

Op verzoek van de betrokkenen zijn geen namen of valse namen gebruikt.