Architectendroom

Anders dan de volksmond het wil, leveren veel architecten uitstekend werk: mooi en degelijk, gezellig zelfs. En ook nog functioneel. Woonhuizen, clubhuizen, ja ook kantoren en zelfs een enkel museumgebouw. Maar je leest er weinig over in de krant, want spectaculair is het zelden, en goed nieuws is geen nieuws. Gebouw gelukt in Voorschoten, dak in Leusden waterdicht. Bewoners in Tilburg tevreden: dat is toch niks?

Spraakmakende architectuur is anders. Toen de architect Mendini samen met een paar anderen een museum voor de stad Groningen ontwierp dat een krankzinnig uiterlijk paart aan verregaande onbruikbaarheid, bleek dat een groot succes. De kritiek jubelde; dagjesmensen zonder tal kwamen het geval bezichtigen. Groningen had een nieuwe parel in zijn kroon. Een even opflakkerend debat over de vraag of je museumobjecten wel zo ondergeschikt mocht maken aan een spectaculair gebouw verstomde al spoedig: zó bijzonder was de Groninger collectie tenslotte ook weer niet.

Iedereen die de krant leest kent meer voorbeelden. Geheimzinnig is vooral de vraag hoe het komt dat sommige architecten zoiets kunnen doen, en andere niet. Is het visie? Dat hoor je vaak. Terwijl een visionaire architect die een kantoorgebouw ontwerpt waarin geen bureaus kunnen staan, of een restaurant waar je met een rolstoel niet binnen kunt (en op de trap je benen breekt) in de meeste gevallen niet ver zou komen, komt hij in een enkel geval juist ontzettend ver. Vooral als het om de bouw van een museum gaat.

De droom van de hedendaagse museumarchitect staat in Berlijn: het nieuwe Joodse Museum, ontworpen door Daniel Libeskind. Het is een overdonderend bouwwerk, een soort gigantische, ongenaakbare zigzaglijn. Architectuurcritici zeggen er van alles over, maar duidelijk is dat het ontwerp iets vreemd letterlijks heeft. Het zit vol beklemmende, donkere, hoge ruimten die op theatrale wijze associaties met de holocaust oproepen: niet de functie als museum, nee, sfeer speelt de hoofdrol.

Libeskinds gebouw is leeg, en dat blijft voorlopig zo. De museumcollectie komt pas volgend jaar, al betwijfelen sommigen zachtjes of zij wel ingepast zal kunnen worden. Maar het museum is nu al een denderend succes. Het lokt duizenden bezoekers, de rondleiders kunnen de vraag nauwelijks aan.

Met andere woorden, hier is een gebouw dat aan zichzelf genoeg heeft. Dramatisch, maar zonder functie, architectuur voor de architectuur. Ligt hier niet een mogelijkheid voor de toekomst?

Het moet mogelijk zijn om het kleine beetje nut dat allerlei architectonische huzarenstukken nog kunnen hebben, weg te laten. Van het geld dat daardoor wordt gespaard kan zonodig iets eenvoudigs worden gebouwd, waar goed in te werken of te exposeren valt, met het juiste licht en een prettig klimaat – en dan mag de show worden gestolen door het feestgebouw ernaast. Is het een museum, dan kan het publiek kiezen welk van beiden het bezoekt. Waarschijnlijk zal het heerlijk rustig zijn in het sobere nutsgebouw, te midden van de kunstvoorwerpen.

Uit mijn knipselmap valt een Volkskrant-artikel van drie weken geleden. De foto zegt eigenlijk alles al: premier Kok buigt zich welwillend over iets dat er uit ziet alsof het uit een speelgoedwinkel komt. Het is de maquette van Nederlands bijdrage aan een wereldtentoonstelling die volgend jaar in Hannover moet plaatsvinden. Architectenbureau MVRDV kreeg de opdracht: ontwerp een onvoorstelbare bijdrage. Het mag 60 miljoen kosten, en er hoeft niet eens iets in te worden geëxposeerd. Het thema is Mens, Natuur en Techniek.

Maak iets nutteloos! Sommige architecten hebben wel geluk. MVRDV, beroemd van het VPRO-gebouw in Hilversum, verzon een gebouw met een bos (een bós) op de derde verdieping, een vijver op de vijfde en een duinlandschap op de begane grond. Ze moeten dolle pret hebben gehad. Als het doorgaat wordt het vast, zoals met wetenschappelijke precisie is voorspeld, een van `de tien belangrijkste inzendingen'.

Volgens mij heeft het alles in zich om een trend te worden: gebouwen zonder functie.