Afwas en ruzie

Tien minuten afwassen en ik heb me geen seconde verveeld. Anderen dat zien doen, bedoel ik. En ik houd de afstandsbediening vast.

Coming Clean - the truth about housework. Elke week nam de BBC een bezigheid onderhanden. Gisteren wel zes verhaaltjes door elkaar. Een alleenwonende beroepsvisser met schimmel op zijn aanrecht begint te vertellen over de afwas. Grote trui, begin van een bierbuik, strakke spijkerbroek, en maar praten naast zijn volle gootsteen en niets doen. Tussendoor een 65-pluster met stevige armen (vindt afwassen leuker dan afstoffen), een authentieke huisvrouw (,,I know it's sad but it is my career''). Een perfectionistische vijftiger die een ,,spirituele'' kant ziet aan het dagelijkse soppen. Verder een cockney sprekende hindoestaanse studente in traditioneel paars gewaad die een grote ketel schrobt. Een zwart schoolmeisje dat haar eigen kinderen nooit zal laten afwassen. Als ze groot is, wil ze een maid. Aan het eind van het filmpje stapt de visser onverrichterzake op, to hell with the dishes.

Vorige week zag ik een man de golftas in de auto leggen, terwijl zijn vrouw aan het stofzuigen was. Bij een latere discussie begon de vrouw zich te ergeren aan de vanzelfsprekendheid waarmee hij deze taakverdeling accepteerde. Dramatisch hoogtepunt was de huishoudelijke twist van een ander echtpaar, liggend voor de televisie, met tussen hen in op de achtergrond hun tienjarige zoontje dat ongestoord door het geschreeuw op de bank lag te lezen.

Hoe komt het dat ze bij de BBC zo goed kunnen vertellen? Zelfs als het om alledaagse dingen gaat. Het ligt aan de inspanning van de filmmakers, maar ook aan de Britten zelf, die origineel willen zijn en gevoel voor drama hebben. In Amerika is een dergelijke documentaire onbestaanbaar. Daar herhalen de mensen woordelijk wat ze zelf op de televisie hebben gezien. Dus zouden de makers zoeken naar een echtelijke ruzie met vuurwapens, politiesirenes en ambulances. Het alledaagse is te moeilijk.

Bij een Nederlandse ideële omroepstichting zouden de tien minuten over een uur worden uitgesmeerd. Anders zouden ze het zonde vinden van al die inspanning en dat geld. Bovendien zouden de makers onmiddellijk gaan problematiseren. Geen verhaal zonder stichtelijke boodschap. Bij de allochtoon worden een hulpverlener en wetenschapper geïnterviewd over het allochtone afwassen. Kan niet zonder begeleiding.

De echtelijke ruzies zouden diep worden uitgespit met relatiekundigen en een bezorgde ambtenaar van sociale zaken. Te weinig opvang voor de echtelieden. De prachtige landschappen van vuile borden en bestofte vloeren kwamen te vervallen. Tegen een zwarte achtergrond of naast een kantoorplant zouden de verzorgingsstaatburgers doorzagen over hun problemen en verder niks doen.

Goed, mensen als Schmidt, Doebele of Van Erp kunnen dergelijke tienminutenvertellingen wel aan, maar die hebben meer tijd te vullen. Het is niet allemaal zo beroerd. Gisteren heb ik ademloos de vierde aflevering van de verhalenserie Zeven Deugden gezien. Dat wordt een nieuw hoogtepunt na Oud Geld.

Dan is er nog prins Willem-Alexander die sinds gisteren terug mag naar het Internationaal Olympisch Comité. Bij de aankondiging bleef hij buiten beeld. Dat is allemaal in handen van anderen, denk ik dan. Een lovende documentaire over hem maandagavond op de Duitse ARD droeg duidelijk het goedkeuringsstempel van de Rijksvoorlichtingsdienst. Drie kwartier archiefbeelden met staatsbezoeken, recepties en officiële gelegenheden. Geen enkele controverse. Hij bestuurde een passagiersvliegtuig van de KLM, speelde tennis met zijn sportleraar. Tijdens het korte interview over watermanagement (suggestie van zijn vader) en vliegen sprak hij Engels. De taal van zijn vader, Duits, beheerst hij dus niet. Hij sprak alleen over zijn vader, waarschijnlijk om het beeld van de dominante moeder te corrigeren. Het was een slechte documentaire maar zelfs als ik er de driekwart propaganda van af trek, houd ik nog steeds geen sulletje over. Zijn late roeping, sport, heeft zijn karakter gevormd.