Verwoed speuren bekroond met proces

Nabestaanden van de Lockerbie-doden voerden tien jaar campagne, ,,to get the bastards''. Nu de twee Libische verdachten eindelijk zijn uitgeleverd, staat hun veroordeling nog geenszins vast.

De twee Libiërs die gisteren in Nederland aankwamen om terecht te staan voor hun mogelijke aandeel in de Lockerbie-ramp van 21 december 1988, hadden zowel pech als geluk.

Als de Boeing-747 van PanAm een paar minuten later was ontploft, was het vliegtuig neergestort boven zee en was waarschijnlijk nooit de bruine Samsonite-koffer gevonden; daarin was in een Toshiba-cassetterecorder het beruchte explosief semtex verstopt.

Die koffer, zonder begeleidende passagier van Malta naar het vliegveld van Frankfurt vervoerd, daar aan boord gebracht van een PanAm-toestel naar Londen, en ten slotte op het Londense vliegveld Heathrow in de Boeing-747 geladen, leidde uiteindelijk tot opsporing van de twee verdachten.

Tot hun geluk ontplofte het vliegtuig niet een paar minuten eerder boven Engels grondgebied, maar stortte het neer op het Schotse stadje Lockerbie. Aangezien elf inwoners van Lockerbie daarbij werden gedood, kwam de zaak onder Schotse jurisdictie en zullen Abdel Basset al-Megrahi en Lamen Khalifa Fhimah onder Schots recht en door een Schotse rechtbank worden berecht. Het Schotse rechtssysteem stelt buitengewoon strenge eisen aan bewijsvoering en schuldigverklaring, en laat bijvoorbeeld nauwelijks ruimte voor circumstantial evidence (indirect bewijs). Daarom is het heel goed mogelijk dat de beklaagden uiteindelijk wegens gebrek aan overtuigend bewijs worden vrijgesproken.

De Lockerbie-affaire werd een van de meest vermaarde in de serie aanslagen op passagiersvliegtuigen van de jaren tachtig. Al snel deden geruchten de ronde dat Washington en Londen smerige politieke spelletjes speelden om de waarheid te verhullen. Bovendien was het onschuldige, maar zo zwaar getroffen Lockerbie voor de media gemakkelijk bereikbaar, en dus `nieuws'.

De belangrijkste reden dat Lockerbie maar niet werd vergeten, was de nationaliteit van de 259 gedode inzittenden van de Boeing. Hoewel de slachtoffers uit 21 landen kwamen, waren onder hen 189 Amerikanen en 44 Britten. Zij vielen van een hoogte van tien kilometer naar beneden toen het vliegtuig door de explosie in vijf stukken uiteen werd gescheurd. Velen, onder wie de bemanning in de cockpit die kilometers ver van Lockerbie werd geslingerd, zaten nog in hun stoel, vastgebonden in hun veiligheidsriemen. Sommigen hadden volgens de lijkschouwers de explosie overleefd, maar niet de duizelingwekkende val, die een eeuwigheid – zeven minuten – duurde.

Hun nabestaanden organiseerden zich en voerden een moeizame campagne om de waarheid boven water te krijgen. Of, in de woorden van de bekendste onder hen, dr. Jim Swire, die zijn 23-jarige dochter Flora verloor, ,,to get the bastards''. Dat dwong de Amerikaanse en Britse regering kosten noch moeite te sparen om ,,de mensen achter deze verschrikkelijke misdaad'' op te sporen.

Twee uur na het neerstorten van de Boeing berichtte een freelance journalist in Lockerbie dat geheimzinnige buitenlanders ter plaatse met een helikopter waren geland en bewijsmateriaal weghaalden: pakjes en geld. Het waren Amerikanen, die, zoals later uitkwam, een half miljoen dollar borgen van de zes CIA-agenten aan boord.

Dat leidde tot één van de talloze complottheorieën die al snel de ronde deden. De CIA zou via Frankfurt heroïne hebben verscheept om zich toegang te verschaffen tot een machtige drugsbende in Libanon, teneinde de Westerse gijzelaars in Beiroet op vrije voeten te krijgen. Een Libanese terreurgroep, die lucht had gekregen van deze infiltratiepoging, zou daarop de Amerikaanse agenten met de bomaanslag uit de wereld hebben geholpen.

nBijlmer

`Lockerbie' en de Bijlmerramp vertonen treffende gelijkenissen. Vanaf het begin werd het Lockerbie-onderzoek begeleid door diep wantrouwen jegens de integriteit van PanAm en van de Amerikaanse en Britse regering. Waarom hadden diverse Amerikaanse diplomaten op het laatste moment hun reis afgezegd na waarschuwingen dat een PanAm-vliegtuig zou worden opgeblazen? En waarom wisten de andere passagiers daar niets van?

Daarna volgden beschuldigingen dat Washington en Londen om politieke redenen de ware toedracht van de ramp verdoezelden. Want aanvankelijk werd niet Libië als verdachte aangewezen, maar een extremistische splintergroep binnen de PLO onder leiding van Ahmed Jibril, die op zijn beurt de bevelen opvolgde van één van de Syrische geheime diensten.

Jibril kwam in het vizier, omdat op 26 oktober 1988, twee maanden vóór de aanslag, de West-Duitse politie in Frankfurt en Düsseldorf vijftien mannen van zijn organisatie had gearresteerd op verdenking van terrorisme. Eén van hen was Marwan Khreesat, beter bekend als Jibrils `bommenmaker'. De politie trof in de kofferbak van de auto van zijn kameraad drie cassetterecorders aan, merk Toshiba, elk voorzien van een bom die op grote hoogte moest ontploffen. Khreesat had volgens zijn kameraden vijf semtexbommen gemaakt. Eén van die bommen zou volgens diverse onderzoekers in vlucht 103 van PanAm terecht zijn gekomen. Daarvoor kon echter geen bewijs worden geleverd, omdat de West-Duitse politie Marwan Khreesat reeds na drie dagen vrijliet, vermoedelijk omdat hij een dubbelagent was.

Volgens de Schotse politie had ook een ander lid van de organisatie van Ahmed Jibril geholpen met het aan boord brengen van de bom. Deze had in Malta de bizarre collectie kledingstukken gekocht die men aantrof in de Samsonite koffer, waarin de bom had gezeten. Later echter werd de Libiër Abdel Basset al-Megrahi door de Maltese kledingwinkelier, Tony Gauci, als de koper geidentificeerd. Dat leidde tot de verdenking dat de onderzoekers Gauci met suggestieve vragen ervan hadden overtuigd dat hij zich in eerste instantie vergist had.

Nog steeds denken velen dat Ahmed Jibril de aanslag pleegde. Hij zou voor 10 miljoen dollar door de Iraanse minister van Binnenlandse Zaken, Ali-Akhbar Mokhtashami, zijn ingehuurd om wraak nemen voor de 290 omgekomen inzittenden van het Iraanse passagiersvliegtuig, dat op 3 juli 1988 door het Amerikaanse oorlogsschip Vincennes boven de Golf werd neergeschoten. Per ongeluk, zeiden de Amerikanen. Maar de Iraniërs geloofden dat niet. Mokhtashami beloofde zelfs publiekelijk: ,,Het zal bloed regenen uit de hemel.''

Zij die ervan overtuigd zijn dat de Lockerbie-aanslag werd gepleegd door Jibril, in opdracht van Iran en/of Syrië, wijzen op de ontkenning van de Maltese autoriteiten tot op de dag van vandaag dat een onbegeleide koffer, verzonden door de twee Libiërs, Malta zou hebben verlaten. Ook zou het tijdmechanisme, waarvan een stukje tussen de wrakstukken werd gevonden, niet door de Zwitserse firma Mebo exclusief aan Libië zijn verkocht, zoals de aanklacht luidt.

De aanhangers van Libië's onschuld stellen dat het onderzoek naar de bomaanslag om politiek-opportunistische redenen richting Libië werd gestuurd. Want nadat de Iraakse president Saddam Hussein begin augustus 1990 Koeweit had overweldigd, was het voor Washington en Londen noodzakelijk om even alle vroegere terroristische acties van Iran en Syrië te vergeten. Die landen moesten toen gepaaid worden, met het oog op de toekomstige oorlog tegen Irak. En dus werd Libië tot zondebok gemaakt.

Dodelijk cadeau

Aan de andere kant had Libië redenen te over om zich op het Westen te willen wreken. De Amerikaanse luchtmacht had met Britse steun tijdens een korte `strafactie' in 1986 twee Libische steden gebombardeerd na een terroristische aanslag op een door Amerikanen bezochte disco in Berlijn, die door Libië zou zijn georganiseerd. En Frankrijk had de grootse plannen van kolonel Gaddafi in de jaren zeventig en tachtig om zich van Tsjaad meester te maken en heerser te worden over een groot rijk in zwart Afrika, effectief geblokkeerd.

Op 19 september 1989 werd een Franse DC-10 tijdens de vlucht van Brazzaville naar Parijs boven de woestijn van Niger opgeblazen. Alle 170 inzittenden kwamen om het leven. Twee weken lang zochten Franse parachutisten bij 60 graden Celsius naar de wrakstukken en de overblijfselen van de passagiers. Daarna werd Jean Louis Bruguière, Frankrijks beroemde onderzoeksrechter, aan het werk gezet. Zijn onderzoek wees uit dat de Libische zaakgelastigde in Brazzaville aan een Congolese revolutionair een ticket naar Parijs plus een grijze Samsonite-koffer cadeau had gegeven. In die koffer was de bom verstopt geweest. De diplomaat en twee leden van de Libische veiligheidsdienst bleken na de aanslag Brazzaville in grote haast te hebben verlaten. Voorts werd in de brokstukken van de DC-10 een Taiwanees ontstekingsmechanisme gevonden, op verzoek van Libië gewijzigd en vervolgens geleverd aan een explosievendeskundige van het Libische ministerie van Binnenlandse Zaken.

In oktober 1991 werd Libië officieel door Frankrijk beschuldigd van de aanslag boven Niger. Parijs vroeg om de arrestatie van de daarbij betrokken Libiërs, onder wie Gaddafi's zwager, kolonel Abdullah Senussi, hoofd van Libië's buitenlandse inlichtingendienst. In 1996 mocht rechter Bruguière persoonlijk de verdachten in Libië ondervragen. Allen ontkenden. Wél kreeg Bruguière een koffer mee, identiek aan de koffer die voor de aanslag was gebruikt, en volgens Libië in 1990 bij ... Libische opposanten aangetroffen.

Vorige maand veroordeelde een Parijse rechtbank de zes tot levenslange gevangenisstraf. Maar zij zullen, zolang zij in Libië blijven, nooit worden gestraft, ondanks Gaddafi's toezeggingen dat dit wel zal gebeuren. Want Frankrijk heeft al laten weten dat het niet om hun uitlevering zal vragen. En president Chirac bedankte zelfs in december Gaddafi voor diens hulp bij het onderzoek.

Nadat twaalfduizend mensen in 54 landen waren ondervraagd door Amerikaanse en Britse onderzoekers en door Interpol, oordeelde een Grand Jury in de VS in 1991 dat Abdel Basset al-Megrahi en Lamen Khalifa Fhimah ,,opzettelijk de dood hadden veroorzaakt van 270 personen (...) aan boord van PanAm Vlucht 103''. Uiteraard leverde Gaddafi de beschuldigden niet uit voor berechting aan de VS of Groot-Brittannië, zoals deze eisten. Hij deed dat evenmin toen de Verenigde Naties in januari 1992 Libië het bevel gaven de verdachten naar Schotland of de VS te sturen.

Sancties

Pas toen de Veiligheidsraad van de VN op 31 maart 1992 Libië economische sancties oplegde, die anderhalf jaar later werden verzwaard, bond Gaddafi heel geleidelijk in. Maar zijn voorstel om het proces in een neutraal land te houden, werd door Washington en Londen afgewezen, - in juli vorig jaar echter verrassenderwijs geaccepteerd, mede onder druk van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, die de VN-sancties steeds vaker schond.

De Veiligheidsraad van de VN bepaalde daarop in resolutie 1192 van 28 augustus dat overbrenging van de beklaagden naar Nederland voor berechting aldaar tot onmiddellijke opschorting van de sancties zou leiden. Maar Gaddafi maakte nog steeds bezwaar tegen de eventuele gevangenhouding van de verdachten in Schotland. Zijn eis om hen in Libië gevangen te zetten werd echter door Washington en Parijs categorisch van de hand gewezen. En tot zijn grote woede steunde de Arabische Liga hem slechts halfhartig: drie weken geleden wees zij opnieuw zijn verzoek af de VN-sancties te breken.

Het wordt voor de aanklager in Kamp Zeist een lastige klus. Zijn belangrijkste getuige, een voormalige Libische veiligheidsagent, die onder een valse naam in Californië woont, zal beschrijven hoe zijn vroegere collega's in een speciaal opleidingscentrum in de Libische woestijn oefenden om semtex in een Toshiba-recorder Malta binnen te smokkelen. Maar de verdediging zal de betrouwbaarheid van deze getuige in twijfel trekken, die op kosten van de Amerikaanse overheid nu al acht jaar in de VS woont en bij veroordeling van de verdachten de vier miljoen dollar kan innen die de Amerikaanse regering heeft uitgeloofd.

Ook een tweede getuige van de aanklager kan op de nodige argwaan rekenen. Thomas Thurmond, die voor de FBI explosieven onderzocht, identificeerde een stukje van het voor de Lockerbie-aanslag gebruikte elektronische tijdmechanisme als identiek aan een tijdmechanisme dat bij de Libiërs in gebruik was en tien maanden vóór de Lockerbie-aanslag op het vliegveld van Dakar was gevonden. Thurmond werd echter later door de FBI uit zijn functie ontheven, omdat hij in andere zaken met bewijsmateriaal had geknoeid, teneinde de daders van de bomaanslagen op het World Trade Center in New York en in Oklahoma-City te kunnen aanwijzen.

Bovendien zal opnieuw de vraag rijzen of het toeval was dat vier dagen nadat Thurmond op de televisie de Libische betrokkenheid bij Lockerbie had aangetoond, de laatste twee Westerse gijzelaars in Beiroet, Terry Waite en Tom Sutherland, in de Syrische hoofdstad Damascus werden vrijgelaten.

Aan de andere kant kunnen de advocaten van de twee Libische verdachten niet ontkennen dat de tijdmechanismen die bij Ahmed Jibrils bommenmaker, Marwan Khreesat, werden aangetroffen, anders waren dan het mechanisme, gebruikt voor het opblazen van de Boeing-747. Dat zou dan Iran en Syrië vrijpleiten.

Een ander probleem van de verdediging is dat Gaddafi zélf zegt niet te weten of de beklaagden schuldig of onschuldig zijn. Hij beroept zich op ,,de verdedigingsoorlog tegen het imperialisme die zijn volk wel móest voeren'', en hij vraagt waarom vliegtuigbommen en raketten legitieme strijdmiddelen zijn, maar explosieven en kleine bommen als terroristisch worden beoordeeld. Het is in feite een halve bekentenis.

De vraag is wat de politieke gevolgen zijn van veroordeling of vrijspraak van de twee Libiërs. Volgens de aanklacht waren zij officieren van ,, de Jamahariya Veiligheidsorganisatie'', oftewel de Libische geheime dienst, ,,waarmee Libië terroristische acties tegen andere naties uitvoerde''. Maar het staat vast dat zij als `kleine jongens' in de veiligheidsdiensten nooit zo'n actie hadden ondernomen zonder opdracht van De Leider. Zijn rol zal echter tijdens het proces niet aan de orde komen, omdat de Amerikaanse en de Britse regering Gaddafi ondershands hebben beloofd dat anderen dan de twee verdachten niet zullen worden beschuldigd. Daarmee blijven de `Gids van Natie' onaangename onthullingen bespaard.

Misschien is er een deal en worden in ruil voor die belofte de verdachten geofferd aan het Libische staatsbelang. Want als zij worden vrijgesproken – wat de Libische autoriteiten niet verwachten – zou dat de anticlimax zijn van een van de meest geruchtmakende terreuracties van de afgelopen twaalf jaar.