Vader van R&R

Liedjesschrijver, arrangeur en orkestleider Jesse Stone, die donderdag op 97-jarige leeftijd in Florida overleed na hartklachten, was een sleutelfiguur in de pophistorie. In 1954 schreef hij de rock'n'roll-hit Shake, rattle & roll voor Big Joe Turner, een nummer dat in de versie van Bill Haley and his Comets de wereld veroverde. Hij produceerde de eerste Atlantic-sessies van Ray Charles, arrangeerde de onovertroffen close harmony-vocalen van The Chords in de doowopklassieker Sh-Boom en schreef de eerste hit Money Honey van The Drifters .

Niet Elvis Presley of Bill Haley, maar Jesse Stone was de ware grondlegger van de rock'n'roll, vindt Ahmet Ertegun van het label Atlantic dat in de jaren '50 een doorslaggevende rol speelde bij de ontwikkeling van bigband-jazz en rhythm & blues naar rock'n'roll en soulmuziek.

Jesse Stone, geboren op 16 november 1901 in Atchison, Kansas, trad als 5-jarige op in de rondreizende minstrel show van zijn ouders. In de jaren '20 formeerde pianist Stone zijn eigen groep met de latere jazzlegende Coleman Hawkins op saxofoon. In 1936 hielp Duke Ellington hem aan werk in de New-Yorkse Cotton Club en begin jaren '40 componeerde Stone de jazz-standard Idaho die bekend werd in de versie van Benny Goodman. Als arrangeur en huiscomponist van het Apollotheatre schreef hij sketches en novelty-bluessongs als Hey sister Lucy.

Eind jaren '40 was Jesse Stone nauw betrokken bij de eerste successen van het Atlantic-label. Hij organiseerde sessies van Ruth Brown en The Clovers, nadat Atlantic-oprichters Ahmet Ertegun en Herb Abrahamson hem de opdracht hadden gegeven om de `zwarte volksmuziek' uit het zuiden van de VS in gestroomlijnde orkestarrangementen te vangen. Tenorsaxofonist Frank Culley had een hit met zijn jumpbluesnummer Cole slaw en onder het pseudoniem Charles Calhoun schreef hij Shake, rattle & roll voor Big Joe Turner. In Flip, flop & fly grepen Stone en Turner elke gelegenheid aan om `rock' in de tekst te verwerken (`When I get the blues/ I get me a rockin' chair/ when the blues overtake me/ gonna rock right away from here').

Hoewel hij klaagde dat Ray Charles te eigenwijs was om naar hem te luisteren, was Stones' inbreng doorslaggevend bij sessies van LaVern Baker, Clyde McPhatter & The Drifters en The Clovers voor wie hij Your cash ain't nothing but trash schreef. De beginnende songschrijver Don Covay leerde van Stone hoe hij het bluesgevoel in hitmuziek kon omzetten, een kunst die Covay toepaste bij zijn later door de Rolling Stones gecoverde soulhit Mercy mercy.

Jesse Stone bleef een drijvende kracht bij Atlantic. In 1992 werd hij opgenomen in de Rhythm & Blues Hall of Fame en bij zijn 95ste verjaardag eerde Ahmet Ertegun hem als `architect van de zwarte stadsmuziek die later bekend werd als rhythm & blues'. Tot begin jaren '90 begeleidde Stone zijn vrouw, zangeres Evelyn McGee, op piano en op de dag van zijn laatste ziekenhuisopname werkte hij aan een nieuw liedje: That's it, that's it.