Uitlevering Libiërs dankzij bemiddeling door Mandela

De uitlevering van de twee Libische verdachten van de aanslag boven Lockerbie kan in belangrijke mate op het conto van de Zuid-Afrikaanse president, Nelson Mandela, worden geschreven. De overredingskracht van een Afrikaanse stamoudste, het geduld van een man die 27 jaar politiek gevangene was alsmede koppig volgehouden vriendschappelijke betrekkingen wierpen gisteren hun vruchten af. Zelf was Mandela gisteravond heel bescheiden over zijn rol. ,,Het is noodzakelijk de kwestie in perspectief te plaatsen. Dit was niet het werk van één man'', zei Mandela in een reactie. De president wees erop dat ook de bemiddeling van de Saoedische prins Bandar van grote invloed is geweest bij het over de streep trekken van de Libische leider Muammar Gaddafi. Hij was verder vol lof over Gaddafi, die ,,een zeer moeilijke beslissing'' had moeten nemen. ,,Maar wanneer hij (Gaddafi) een belofte doet, komt hij deze na'', aldus Mandela in een verwijzing naar zijn bezoek aan Tripoli, op 19 maart. Die dag zegde Gaddafi zijn Zuid-Afrikaanse ambtgenoot toe de twee Libische veiligheidsagenten vóór 6 april te zullen uitleveren.

Sinds 1992 stelde Mandela pogingen in het werk de Lockerbie-zaak op te lossen. Hij maakte daarbij gebruik van de amicale relatie van zijn ANC met Libië, ontstaan ten tijde van de apartheid, toen Gaddafi zich een groot ondersteuner in woord en daad betoonde van het verzet tegen de blanke minderheidsregering. Mandela zei gisteren ook dat hij de afgelopen zeven jaar nauw samenwerkte met de Saoedische koning Fahd in het `masseren' van Gaddafi.

Nadat hij in 1994 aantrad als eerste democratisch gekozen president toonde Mandela zich bijzonder loyaal aan landen die hem hadden gesteund tijdens de `strijd'. Landen van totaal verschillende politieke snit, zoals Cuba, Indonesië, Taiwan, Iran en westerse landen, waaronder Nederland, konden rekenen op zijn sympathie als dank.

Hoewel Zuid-Afrika niet was gekant tegen de door de Verenigde Naties aan Libië opgelegde sancties, bleef Mandela van mening dat praten uiteindelijk de doorslag zou geven. Tijdens het bezoek van de Amerikaanse president Bill Clinton aan Zuid-Afrika, een jaar geleden, kritiseerden de Amerikanen de vriendschappelijke banden tussen Pretoria en Tripoli. Mandela, die qua leeftijd met gemak de vader van Clinton zou kunnen zijn, voegde tot veler hilariteit zijn Amerikaanse collega toe dat hij wat hem betrof in het zwembad kon springen: Zuid-Afrika bepaalde zelf zijn buitenlandse politiek. In een breuk met het gewelddadige verleden was de buitenlandse politiek van Pretoria onder Mandela gericht op overleg, geen geweld. Maar in andere conflicten had hij daarmee tot nu toe weinig succes. Met name de Zuid-Afrikaanse pogingen tot een vreedzame oplossing te komen in de oorlog in Congo bleken tot nu toe vruchteloos. Overigens wees Mandela gisteren een verzoek van de Joegoslavische president Slobodan Miloševic van de hand om nu ook te bemiddelen in de Kosovo-crisis. ,,Ik wil gaan rusten in mijn dorp (Qunu),'' zei de 80-jarige leider, die na de parlementsverkiezingen van 2 juni af zal treden.