Hoge Raad acht `deal' met getuigen rechtmatig

Het ontbreken van een wettelijke regeling maakt het sluiten van een overeenkomst met verdachten, die in ruil voor een milde behandeling door justitie belastende verklaringen afleggen, is niet onrechtmatig.

Dit heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld in de zaak van drugshandelaar Johan V. en diens `rechterhand' Koos R..

Johan V. en Koos R. werden in januari in hoger beroep veroordeeld. Johan V. kreeg 5,5 jaar cel en een miljoen gulden boete.

Koos R. werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3,5 jaar.

Hun advocaten stelden cassatie in bij de Hoge Raad, omdat er volgens hen gebruik was gemaakt van het wettelijk niet geregelde middel van kroongetuigen, de medeverdachten A. Karman en F. Abbas. De advocaten eisten daarom niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

De Hoge Raad stelt dat het sluiten van overeenkomsten zonder wettelijke regeling ,,niet onder alle omstandigheden onrechtmatig is'' en dat de verklaringen van Abbas en Karman ,,als bewijs mochten worden gebruikt''.