Het `hemdje' van het boek op tentoonstelling

De Amsterdamse boekenverzamelaar A.C.A. Struik (1926) wordt soms midden in de nacht ongelukkig wakker als hij denkt aan de broze stofomslagen van oude boeken. Weinige van de grote nationale en internationale bibliotheken delen zijn liefde voor dit `hemdje' van het boek, dat meestal in de prullenbak verdwijnt. Met de tentoonstelling Machinaal en mooi in het Haagse Museum van het Boek/Museum Meermanno- Westreenianum krijgt hij een kans om te tonen hoe zonde dit eigenlijk is.

Het museum, dat onlangs haar honderdvijftigste verjaardag vierde, laat een keuze uit Struiks verzameling negentiende- en twintigste-eeuwse buitenlandse industriële boekbanden zien. Struik heeft zijn in vijfendertig jaar opgebouwde collectie in 1991 overgedragen aan Nederlandse openbare instellingen; 3.000 buitenlandse boekbanden gingen toen naar het Museum van het Boek. Die banden bestrijken de periode 1840-1940, voornamelijk de productie uit Duitsland, Engeland en Frankrijk. Pas vanaf ongeveer 1820 was het dankzij de komst van de stoommachine mogelijk om boekbanden mechanisch te vervaardigen; daarmee werden boeken een stuk goedkoper en kwamen binnen het bereik van het grote publiek. Naarmate in de loop der jaren de boekenproductie groeide werd een pakkend plaatje op het stofomslag steeds belangrijker.

Een van de naar mijn smaak mooiste omslagen op de tentoonstelling is dat van Alfred Rühls Vom Wirtschaftsgeist in Amerika uit 1927. De ontwerper Paul Haustein heeft het omslag van dit waarschijnlijk gortdroge werk versierd met een afbeelding van Wall Street, zeer treffend met de grote schaduw die over een van de hoge gebouwen ligt en het randje blauwe lucht dat overblijft.

Het aardige is dat de collectie niet alleen `goede boeken' bevat maar ook pulplectuur. Ook hierbij signaleert Struik in de begeleidende tekst de nalatigheid van de officiële bibliotheken, die dit soort boekjes niet in hun collecties opnemen. We kunnen nu zelf vaststellen `hoe griezelig, vertederend of verlekkerend die boekjes er voor de oorlog uitzagen'. Doorgaans zijn op het omslag een man en vrouw in dramatische of romantische positie afgebeeld. De schrijvers zijn, net als de veelal anonieme tekenaars, in de vergetelheid geraakt, maar om de boekjes met titels als Brennende Liebe of La voie du bonheur hangt een nostalgische sfeer die ze zeer aantrekkelijk maakt.

In een kleinere tentoonstelling die gelijktijdig in het museum wordt gehouden, zijn vijftig uitgaven samengebracht van Sub Signo Libelli. Onder deze naam drukt Ger Kleis al vijfentwintig jaar kleine bibliofiele uitgaven voor boekenliefhebbers. Het fonds is voornamelijk literair en werd opgebouwd door bekende auteurs als Gerrit Komrij en Boudewijn Büch te vragen speciaal iets voor de pers te schrijven. Zo werd in 1978 Capriccio, een bundel van tien gedichten van Komrij, in 75 exemplaren gedrukt. Vijftien luxe exemplaren werden gedrukt op Zerkall Bütten-papier, voorzien van een originele kleurenets van Komrij's vriend Charles Hofman en in een kwartperkamenten band gebonden. Het duurde maar liefst vier maanden voor de oplage gereed was.

Tentoonstelling: `Machinaal en mooi' en `Op zoek naar klassieke perfectie'. T/m 27/6 in het Museum van het Boek/Museum Meermanno-Westreenianum, Prinsessegracht 30, Den Haag. Di-vr 11-17, za en zo 12-17u. Tel. (070) 346 27 00