Grote vluchtelingenstroom uit Kosovo `verrast' velen

Albanië en Macedonië dreigen te worden overspoeld met vluchtelingen uit Kosovo. Intussen kampen de hulporganisaties met logistieke problemen. ,,Er is geen gebrek aan goede wil.''

De internationale hulporganisaties zijn `compleet verrast' door de enorme stroom van vluchtelingen uit Kosovo naar Albanië en Macedonië die op gang kwam nadat de NAVO was begonnen met bombardementen op Joegoslavië. Dat zegt een woordvoerder van de Samenwerkende hulporganisaties in Nederland. Volgens het Internationale Rode Kruis is de gebrekkige infrastructuur in Macedonië en Albanië de grootste belemmering voor de hulpverlening aan de naar schatting 250.000 vluchtelingen uit Kosovo in beide landen.

De Samenwerkende hulporganisaties, waarbij de grootste tien hulporganisaties in Nederland zijn aangesloten, konden volgens zegsman Evert de Groot ,,net als de rest van de wereld'' niet voorzien dat het aantal vluchtelingen uit Kosovo in ruim een week tot meer dan een kwart miljoen zou oplopen. De Groot: ,,Toen de NAVO-bombardementen begonnen, gingen we ervan uit dat buurlanden als Macedonië en Albanië zonder al te veel problemen enige tienduizenden vluchtelingen zouden kunnen opvangen. Een kwart miljoen mensen opvangen is een ongekend moeilijke opgave, vooral in arme landen als Albanië en Macedonië.'' De organisaties hebben het gironummer 555 opengesteld voor donaties ten behoeve van de vluchtelingen.

Het Internationale Rode Kruis was beter voorbereid op de vlucht van honderdduizenden Kosovaren, aldus een woordvoerster in Genève. ,,Wij hebben zusterorganisaties in de landen rond Kosovo die over middelen beschikten om vluchtelingen te helpen. Alleen in Kosovo zelf zijn de Rode Kruis-kantoren gesloten wegens het gevaar van de bombardementen en oorlogsgeweld voor onze medewerkers. Het Rode Kruis in Macedonië en Albanië kon gebruik maken van hulpgoederen die vanaf het begin zijn aangevoerd, onder andere uit Italië en Kroatië'', zegt de woordvoerster.

Het Rode Kruis en de hulporganisaties zijn zeer bezorgd over het lot van de naar schatting 60.000 Kosovaren in het niemandsland tussen Kosovo en Macedonië, onder andere bij de plaats Blace. Volgens de woordvoerster van het Internationale Rode Kruis hebben alleen medewerkers van het Rode Kruis in Macedonië toegang tot de vluchtelingen, die hier onder zeer moeilijke omstandigheden wachten tot ze in Macedonië worden toegelaten. De Groot van de Samenwerkende hulporganisaties: ,,Het Rode Kruis van Macedonië mag echter geen hulp geven. De Rode Kruis-mensen mogen alleen met de vluchtelingen praten. De Nederlandse organisaties hebben een dringende oproep gedaan aan regeringen en internationale organisaties om hulpverlening in dit niemandsland mogelijk te maken.''

Het Internationale Rode Kruis heeft direct gereageerd toen de vluchtelingenstroom uit Kosovo naar Macedonië, Albanië en ook Montenegro op gang kwam, aldus de woordvoerster in Genève. ,,In de eerste dagen van het conflict hebben we goederen vanuit Genève via Belgrado naar Montenegro gestuurd. Ook vanuit Zagreb, de hoofdstad van Kroatië, en Ancona in Italië zijn voorraden overgebracht naar de buurlanden van Kosovo. In Joegoslavië zelf hebben we teams van chirurgen ingezet. Met schepen worden meer hulpgoederen aangevoerd, onder andere naar de Griekse havenstad Thessaloniki.''

Het Internationale Rode Kruis erkent dat de aanvoer van medicijnen, voedsel, tenten en andere hulp soms langzaam verloopt, vooral als gevolg van logistieke problemen in Albanië en Macedonië. Maar er zijn ook problemen met de lokale autoriteiten. ,,We stuurden een vliegtuig met hulpgoederen naar Skopje. Het lossen van de lading duurde lang omdat de plaatselijke autoriteiten niet op de komst van het vliegtuig waren voorbereid. Maar er is geen sprake van gebrek aan goede wil''. aldus de woordvoerster.

Ook Evert de Groot van de Samenwerkende hulporganisaties in Nederland wijst op moeilijke omstandigheden als gebrek aan transportmiddelen, het geringe aantal wegen in Albanië, die bovendien vaak in slechte staat verkeren. ,,We voeren nu extra voertuigen uit Griekenland en Italië aan.''

Bij Memisa, dat nauw samenwerkt met `Mensen in nood', bestond aanvankelijk de indruk dat lokale hulporganisaties de opvang van de vluchtelingen aankonden. Woordvoerster Rianne Schuurman: ,,We gaven eerst financiële steun. Eind vorige week kwamen dringende verzoeken om meer hulp wegens het aantal vluchtelingen. Vandaag sturen we zes ambulances naar Albanië.''

Artsen zonder Grenzen is eveneens ,,overvallen door de omvang van de vluchtelingenstroom'', aldus Wouter Kok, directeur emergencies. ,,Toen de bombardementen begonnen, hielden we rekening met enige tienduizenden vluchtelingen, niet met honderdduizenden. Er zijn ook politiek-tactische factoren die de hulpverlening belemmeren, vooral in Macedonië. De regering van dit land en de NAVO bepalen samen de wijze van hulpverlening. De rol van de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, is hier tot nul is gereduceerd en dat is zeer verontrustend.''