Een grote, eenzame winnaar

Eens, toen de Ronde van Vlaanderen nog de Ronde van Vlaanderen was en geen mediahype, was er Eddy Merckx. In die tijd was het nog slecht weer. Toen bliezen venijnige stormen over Vlaanderenland en regende het op de Vlaamse keien. Het was de tijd van de Flandriens, van mannen die niet klaagden over zere benen en een zere kont. De winnaar was niet Vlaanderens mooiste. Nee, hij was een zot.

De winnaar was een zot als Eddy Merckx. Die wachtte niet, die had geen geduld, die had geen medelijden met zichzelf. Die wilde aanvallen, alles en iedereen opvreten als een kannibaal. Zoals op zondag 30 maart in het barre voorjaar van 1969. De striemende regen verjoeg de mensen van de straat. Maar ze keerden terug toen ze van het wonder van Merckx vernamen.

Merckx was pas 23 jaar en al een wielrenner met onvermoede krachten. Maar zoveel kracht als op deze dag had niemand hem nog zien gebruiken. Pijn aan zijn overbelaste knieën deerde hem niet. Merckx was vastbesloten de wereld ervan te overtuigen dat hij ook de Ronde van Vlaanderen kon winnen. Wie het waagde hem als een eendagsvlinder te bestempelen, vroeg om een oorvijg. Zoals altijd zweeg hij. Hij fietste hard, meer wilde hij niet tonen.

Nog voor de Muur van Geraardsbergen gaf Merckx al aan dat hij deze dag zou winnen. Hij versnelde en versnelde nog een keer en liet een heel peloton troosteloos achter. Met nog zeventig kilometer te fietsen door regen en tegenwind versnelde Merckx zo hard dat niemand hem nog kon bijhouden. Het wonder moet zich ergens tussen Tollembeek en Vollezele hebben geopenbaard. Merckx zocht de eenzaamheid, hij wilde alleen zijn met de elementen, hij wilde zich niet verpozen tussen wieltjesplakkers en zeveraars.

Nog weet iedere Vlaming te vertellen hoe de doorgewinterde ploegleider Lomme Driessens het raampje van zijn auto opendraaide en Merckx toeschreeuwde: `Zijt ge zot? Nog zeventig kilometers en nog wel met tegenwind.' De eenzame renner moet Driessens iets hebben geantwoord wat de ploegleider nog immer zal heugen. Want het raampje ging dicht en bleef ruim twee uur lang gesloten. Driessens achter het stuur, zwijgend en mokkend over deze veelvraat.

Merckx won, natuurlijk won Merckx. Ruim vijf minuten later gevolgd door de Italiaan Gimondi. Drie weken later deed Merckx in Luik-Bastenaken-Luik bijna hetzelfde. Met dit verschil dat zijn ploegmaat Van Schil aan zijn wiel bleef hangen. Op acht minuten gevolgd door de rest. Dat jaar won Merckx ook Milaan-Sanremo, Gent-Wevelgem, Parijs-Nice en voor het eerst de Tour de France.

Merckx zou nog veel meer winnen. Te veel om waar te zijn. Een eenzame man was hij, want hij stond alleen aan de top. Een verlegen, diepgelovige zoon van een nerveuze, introverte kruidenier. Soms verscheen op zijn gezicht een lichte glimlach, alleen als hij had gewonnen. Soms huilde hij, zoals in de Tour van 1975 toen een Franse toeschouwer hem vlak voor de top van Puy-de-Dôme in zijn lever stompte en verhinderde dat Merckx voor de zesde keer de Tour zou winnen. En hij huilde nadat de Italianen hem zijn triomf in de Giro d'Italia afpakten door hem van doping te beschuldigen. Dat was in het goddelijke jaar van 1969.

Merckx wantrouwde mensen. Hij vertrouwde alleen zichzelf. Hij gunde niemand de overwinning, alleen zichzelf. Eddy Merckx was een grote, maar eenzame winnaar.